De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

Kerk en politiek.
Er is door ons bij verschillende gelegenheden de aandacht gevestigd op de o.i. bedenkelijke en afkeurenswaardige tactiek van vele Christelijk Historischen om de Kerk dienstbaar te maken aan de Politiek. Het heet zoo telkens, dat het lid zijn van de Hervormde Kerk op politiek terrein verplicht tot het stemmen op Christelijk Historischen. Nog de vorige week kon men in het Christelijk Historisch weekblad „De Z u i d h o l l a n d e r" lezen, hoe de heer G. Lekkerkerker op de jongste vergadering der afdeeling „Leiden" van de Chr. Hist. Unie, als bewijs van de kracht welke van de Christelijk Historische beginselen uitgaat, met ingenomenheid het feit vaststelde, dat bij de Kamerverkiezing in 1922 van de 800 Hervormden — kinderen inbegrepen — in de gemeente Sassenheim er 329 stemden op de Chr. Historische lijst. Dit vereenzelvigen van de Kerk met de politiek lijkt ons uit den booze.
Wij zouden over dit onderwerp, na het geen wij daarover reeds vroeger schreven, niets meer gezegd hebben, ware het niet, dat in het nummer van „D e Z u i d h o ll a n d e r" van deze week een artikel voorkwam, dat juist over het onderwerp „Kerk en Politiek" in een breed opgezet stuk handelt.
Daarin gaat het over de kerkelijke Verkiezingen te Steenwijk, waar de H. G. S. candidaten stelde tegenover die der Confessioneele richting.
Met den schrijver van het stuk uit „De Z u i d h o l l a n d e r" keuren ook wij, wat in Steenwijk gebeurde, ten strengste af. De politiek heeft buiten de Kerk te blijven. Maar lag het hier op den weg van den Chr. Historischen schrijver den censor ts spelen en der Hervormde Staatspartij de les te lezen over het vereenzelvigen van de Kerk met de Politiek? Geldt ook hier niet het spreekwoord: Wie wind zaait, zal storm oogsten?

Gewichtige cijfers.
in de „Jaarcijfers", bewerkt door het Centr. Bureau voor de Statistiek, wordt nevens andere opgaven, ook de  indeeling gegeven van de bevolking naar de Kerkgenootschappen. De laatste cijfers welke verschenen zijn, loopen over het jaar 1920. Uit deze cijfers blijkt, dat van de 10.000 personen behooren tot
de Nederlandsche Hervormde Kerk 4117
de Waalsch Hervomde Kerk 13
de Chr. Gereformeerde Kerk 73
de Gereformeerde Kerken 833
de Roomsch Katholieke Kerk 3561
de Ned. Israëlietische Kerk 159
Belangrijk is het om in verband met den aanwas der bevolking, sedert het jaar 1869 met bijna 92%, dat is van 3.579.529 op 6.865.314 zielen, er de aandacht op te vestigen dat gedurende deze halve eeuw de Ned. Hervormde Kerk in ledental klom met 44.5 %, de Gereform. Kerken sedert 1889 met 216% en de Roomsch Katholieke Kerk met 86.93 %.
Daaruit valt te concludeeren dat de Ned. Hervormde Kerk met een vooruitgang van 44.5%, met den aanwas der bevolking van 92%, geen gelijken tred hield, evenmin als dit het geval  is, al voert men nog zoo'n groot woord over de toenemende macht van Rome, met de Roomsch Katholieken, die haar zielental wel zag toenemen met 86.93 %, doch nog altijd 5% beneden het accrès bleef der bevolking van de laatste halve eeuw. Op welk punt de „Jaarcijfers" echter bedenkelijke gegevens verstrekt, is ten aanzien van den sterken groei van het aantal personen, dat tot geen Kerkgenootschap behoort. Stonden er voor het jaar 1889, als tot die laatste categorie behoorende, 66.085 personen te boek, voor het jaar 1920 steeg dit aantal tot 533.714 ingezetenen van het Rijk, d.i. een vermeerdering met ongeveer 700%.
In het jaar 1920 behoorden dus op de 10.000 personen niet minder dan 777 personen tot geen Kerkgenootschap. Voorzeker een, waarschuwend cijfer, waarvan het Bureau voor de Statistiek melding maakt.

De derde poging.
Ten aanzien van den politieken toestand is een nieuwe phase ingetreden. De Koningin heeft dr. de Visser van de opdracht tot vorming van een parlementair Kabinet ontheffing verleend, maar daarop onmiddellijk aan dr. de Visser een nieuwe opdracht geschonken tot vorming van een Kabinet. Naar de bladen melden, heeft de aangewezen Kabinetsformateur verzocht deze opdracht in beraad te mogen houden.
Twee pogingen om een parlementair Kabinet te vormen, zijn dus mislukt. Eerst verklaarde mr. Marchant niet te kunnen slagen en daarna dhr. de Visser.
Met dit mislukken van het vormen van een parlementair Kabinet, is aan 't parlementair stelsel geen geringe schade toegebracht. Voor een goede ontwikkeling van het constitutioneele stelsel, dat vooral voor den tijd waarin wij leven van zoo groote beteekenis is, is een parlementair Kabinet onmisbaar. Laat men zulk een stelsel los, dan wordt het een luk-of raak-politiek.
Maar ook in een ander opzicht stemt het niet slagen van dr. de Visser droevig. Men mag als zeker aannemen, dat de voorzitter der Chr. Historische Kamerfractie alle mogelijke pogingen bij zijn club zal hebben aangewend om de moeilijkheden welke gerezen waren en waardoor in het voortzetten van de Coalitie-regeering tijdelijk stagnatie kwam, weg te nemen. Dat hij daarin niet geslaagd is, zoodat de samenwerking tusschen de rechtsche partijen nog zooveel te wenschen overlaat, dat op haar geen parlementair Kabinet kan gebouwd worden, valt niet weinig te betreuren.
Mocht dr. de Visser in zijn poging om thans een extra-parlementair Kabinet te vormen, slagen, wat ons nog niet zoo onzeker toelijkt, gezien de besprekingen welke ongetwijfeld aan die nieuwe opdracht zullen zijn voorafgegaan, dan zal men zoo aanstonds het treurige feit kunnen beleven, dat in de Staten-Genaraal met een sterke rechtsche meerderheid, welke voor de ontplooiïng van de christelijke politiek reeds zoo heilzaam heeft gewerkt en  nog op velerlei terrein gewichtige maatregelen zal kunnen tot stand brengen, een Kabinet de leiding van zaken in handen heeft, dat, al is het ook rechts georiënteerd, aan een voortbouwen van het regeerbeleid op de christelijke grondslagen van ons volksleven niet zal kunnen denken.
Natuurlijk deert dit de anti-papisten in Nederland niet. Zij zijn tevreden als de gehate coalitie maar van de baan is en het nieuw op te treden Kabinet een Protestantsche signatuur draagt, of het zelfs in meerderheid uit mannen bestaat, die tot geen kerkelijke gezindte behooren, dat doet er niet toe.
Maar zij, die gevoelen van hoe groot belang het voor het land, bijzonder ook voor de geestelijke goederen van ons volk is, dat in christelijken zin wordt geregeerd, zullen het met ons betreuren, dat de zaken niet anders loopen, als ze zich op dit oogenblik voor onze oogen voordoen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's