De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

10 minuten leestijd

De ster in het Oosten.
„De Ster in het Oosten". Nu denken we aan die Wijzen, die te Jeruzalem aankomen, zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien zijne ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. (Matth. 2 vers 1 en 2).
Hoe verlangde de heidenwereld toen naar den Heiland, den Vredevorst. Zij hadden gehoord van „de ster uit Jacob", waarvan Bileam reeds gesproken had.
Het heidenland lag open, om de woorden des Evangelies te ontvangen! 't Ging in vervulling: „de Koningen van Tarsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen, de Koningen van Scheba en Seba zullen vereeringen toevoeren, ja alle Koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen. Want hij zal den nooddruftige redden die daar roept, mitsgaders den ellendige en die die geen helper heeft. Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid: zoolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hen gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen". (Ps. 72).
Maar — met „de Ster in het Oosten" bedoelen we nu iets anders. Eigenlijk: zoowat het omgekeerde van wat we lezen in Mattheüs 2 en in Ps. 72. Nu niet naar Jezus toe, maar van Jezus af. Nu niet een ster in het Oosten, die leidt tot Bethtehera, maar die spreekt van een anderen Heiland dan toen geboren werd. De volkeren vragen niet naar Jezus. Jezus heeft afgedaan. Jezus heeft teleurgesteld. Maar, zoo leert men, een andere Heiland komt. Wij hebben gezien zijn ster in het Oosten!
We leven in een tijd, dat men uit het Oosten, uit der heidenen land, het licht verwacht. Ex Oriënte Lux !
En nu is er in het Oosten eene Vereeniging gesticht, met het doel contact te brengen tusschen alle menschen, die gelooven, dat binnenkort — men zegt in 1934 — een groot wereld-leeraar, een nieuwe leider der menschheid, verschijnen zal; om intusschen al het mogelijke te doen wat voor de komst van dien Wereld-Heiland den weg kan banen, op de wijze als Johannes de Dooper eenmaal dien weg voor den Messias Jezus bereid heeft.
Deze Vereeniging heet „De Ster in het Oosten".
Wonderlijke tijden beleven we. Er is in het Westen groote, geestelijke inzinking. Ook ten spijt van de ontwikkeling der huidige cultuur is er geestelijke armoede. Daarbij is de diepe en schrikkelijke elende van den oonlog gekomen. En daarom ziet men telkens de mislukking van alle kanten, terwijl er een kreet opgaat om verlossing en lafenis. Men vraagt om nieuwe troostgronden. Men roept om een nieuwen Heiland!
De literatuur van het Oosten, vol fijn mystiek en moreel-gevoel, opent daarbij voor velen een nieuw vergezicht. De theosofen hebben de stemmen uit Egypte overgebracht, wijsgeeren als Nietzsche dragen licht uit Perzië bij. En wie kent niet den naam van mevrouw Blavatsky, in Rusland geboren (1831), maar in Tibet in de geheimen van Oosterschen godsdienst ingewijd, die de theosophasche orde der algemeene broederschap stichtte (1875), bedoelende een samensmelting van alle godsdiensten, waarbij het Oosten vereenigd wordt straks met het Westen en het Westen de zegeningen van het Oosten zal wegdragen.
Zoo droomt men in onze dagen van een toekomstige wereldreligie —de religie, de godsdienst voor allen! — die dan zijn zal een synthese (vereeniging) van boeddhisme en christendom; waarbij de Hervormde predikant dr. Baehler weinige jaren geleden (1904) leerde, dat het boeddhisme het leeuwenaandeel zal brengen voor de nieuwe wereldreligie.
Een ster is gezien in het Oosten, de ster van Boeddha! En reeds jaren heeft men gepredikt, dat deze ster edeler, schooner licht geeft, dan de Ster van Bethlehem, die de Wijzen uit ''t oosten gevolgd zijn. Ja, de stoute beweringen zijn vernomen uit meer dan één mond der wijzen, dat hetgeen goed was in de leer van Christus, ontleend was aan den godsdienst van het oosten. Jezus — indien hij bestaan heeft — is bij Boeddha in die leer geweest, zegt men. De evangeliën, rondom dewelke het Christendom zich schaart, zijn licht-reflexen uit het oosten!
Wanneer men nu zulke taal in het Westen hoort, uitgesproken en verdedigd door hen die „christenen" heeten, is het met het Christendom in 't Westen wel dieptreurig gesteld. De illusie heeft men dan verloren, dat het Christelijk geloof het eenig-ware geloof is, bestemd om te zijn het zout der aarde. Integendeel, is men dan zóóver, dat het Christelijk geloof is geworden het zout dat smakeloos is en nergens meer toe deugt dan op de mesthoop te worden geworpen!
't Valt niet te ontkennen, dat in Christelijk Europa allervreeselijkste dingen gebeuren. Dingen, die den Oosterschen Wijze met afschuw moeten vervullen. Dingen, die den boeddhistischen zendeling met medelijden op het diep gezon­ken Christendom doen neerzien en die hem met vrijmoedigheid doen zeggen, dat hij andere en betere dingen komt brengen!
Tot diep medelijden wordt de boeddhist, die geen sterken drank drinkt, bewogen wanneer hij ziet, waartoe de Christenheid in het Westen gekomen is. De cafe's en restaurants ziet hij hier vol menschen, tot op straat zittend met verschillende dranken, als jenever, bitter, whiskey, enz., om zichzelf te benevelen, zooal niet veel erger! En de boeddhist roept verontwaardigd uit: Bedwelmen de menschen zich hier opzettelijk, benevelen ze het edelste wat ze hebben, hun verstand, hun geest? Wat een babarendom!
Dan ziet de boeddhist, die geen vleesch eet, overal in de slagerswinkels de open gespalkte lichamen van varkens, schapen, kalveren, koeien geëtaleerd, benevens afgesneden koppen en pooten, met gesorteerde nieren en levers, en de Oostersche vegetariër, de Oostersche dierenvriend, die zóó over het leven der beesten waakt, dat er hospitalen zijn zelfs voor zieke honden en katten, vraagt verwonderd, niet zonder ergernis: „Waarvoor stelt men hier deze dierenlijken met toebehooren zoo opzichtelijk ten toon? " En als 't antwoord luidt: „De christenen eten die lijken van varkens op en vinden biefstuk en carbonades zoo heerlijk", dan slaat de heiden wederom verbaasd de handen in elkaar en zucht, diep verontwaardigd en geërgerd: „Wat een barbaren zijn die christenen!"
Dan gaat de boeddhist verder en ontmoet een troep soldaten; en als hij, die er zich op beroem't dat de boeddhisten nog nooit een druppel bloed hebben doen vloeien en nog nooit een zwaard hebben aangeraakt, dan hoort, dat die mannen in uniform geoefend worden van rijkswege in den wapenhandel, om straks in den oorlog menschen te slachten, dan weet de Oostersche mysticus niet meer wat hij ziet en hoort; en hij zucht bij vernieuwing het uit: „Wat Een barbarendom is het hier in een christenland!"
Dan hoort en ziet hij nog meer. Want hij hoort hoe een christen vloekt en z'n eigen god uitscheldt en zichzelf verwenscht. Hij ziet en hoort, dat de onzededijkheid voortvreet als een kanker onder rijk en arm. Hij hoort van wanverhoudingen tusschen werkgever en werknemer; van haat en nijd en vijandschap van de christenen onderling. En door alles vestigt zich de indruk dat de christenen veel slechter zijn en veel slechter leven dan de boeddhisten en teruggekomen in het Oosten weet hij niet beter te doen dan z'n geloofsgenooten op te wekken aan de ontaarde Westerlingen, aan het christelijk barbarendom, het licht van Boeddha te brengen.
Zulk een oproep tot boeddhistische zending onder de christenen bevat de beruchte brochure „Het christelijk barbarendom in Europa", in 1903 vertaald door dr. Louis Baehler en verschenen in de serie: „Boeddhistische Zending".
Daar schrijft een hartstochtelijk en verontwaardigd priester uit Tibet: „Geliefde Broeders! Het land der heidenen, Europa genaamd, wordt bewoond door menschvormige wezens, in zelfbegoocheling omstrikt, van zelfzucht doordrongen, omdat zij de eenheid der liefde niet kennen. Hun natuur gelijkt veel op die der daemonen. Enkelen zijn er in wie het licht is en die uit liefde tot het goede het goede doen. Maar 't hoogste ideaal der meesten is de voldoening der lusten. Gij, broeders, hebt nog nooit met uw lichamelijke oogen het land der daemonen aanschouwd, maar ik zal ontrollen het tafereel van de duivelsche zeden, waarvoor de goden hun aangezicht verbergen. De christelijke honden zijn afgodendienaars die gelooven ongestraft naar hunne lusten te kunnen leven, niet doende naar de leer van hunnen Christus, die 19 eeuwen geleden voor hen gekruisigd is. Zij hebben groote uitvindingen gedaan, electrische wagens gemaakt en met gas gevulde kogels, waarmee zij door die lucht vliegen. Zij verstaan zelfs de kunst zich van een rad te bedienen om zich te verplaatsen, maar op de godsvonk in hun hart letten zij niet. Zij vermorsen millioenen aan vernielingswerktuigen, terwijl duizenden in armoe kwijnen, zoodat het bij hen op een verdelgingsoorlog moet uitloopen. Zij overvoeden het verstand, terwijl de ziel hongert. Werkgevers en werkvolk leven in onafgebroken strijd. Door hun uitvindingen vermenigvuldigen zij hun behoeften, zoodat niemand tevreden is. Zij berooven zich opzettelijk van het verstand door bedwelmende dranken. Zij vergiftigen zich met ziekten. Zij folteren de dieren tot proefneming (voorwaar, 'n doodgemarteld varken staat hooger dan zijn beul!) hun krankzinnigengestichten zijn vol. Hun literatuur is vol misdaden. Als roofdieren eten zij de lijken der dieren op. Het kind in den moederschoot is niet veilig. De wetenschap der barbaren is dood. Vreeselijk is de vloek, dien zij op zich geladen hebben.
Gij, broeders! zult niet aarzelen het goddelijk licht onder de heidenen des Christendoms te verspreiden. Gaat heen en onderwijst deze verworpelingen, leert dezen barbaren, dat zij menschen zijn. Leert hun dat de verkeerde opvatting van hun eigen godsdienst de reden is van hun gezonkenheid, of beter nog is den nieuwen wijn niet te gieten in oude vaten. Predikt hun uw licht!"
Zoo wordt ons het zondenregister gelezen door de heidenen in het Oosten! Ons intellectuali'sme, waarbij de ziel verhongert, hebben zij opgemerkt. Onze schandliteratuur, onze onzedelijke practijken, onze drankzonden, onze maatschappelijke wanverhoudingen, ons vloeken, onze wreedheid, onze oorlogszucht, onze vechterijen, onze gezonkenheid in diepe ellende — en in plaats dat men in het Oosten de kamelen zadelt en de reis onderneemt naar 't land waar de Christus Gods wordt gekend, gediend en gevreesd, noemt men ons daemonen, duivelen, heidenen des christendoms, een christelijk barbarendom!
Christus wordt krachteloos bevonden, omdat de christenen tot niet-christenen geworden zijn.
En neen, men wil niet nieuw leven inblazen aan het christendom. De oude vaten moeten weg. En het geneesmiddel is: het licht uit het Oosten. Het heldendom zal opstaan om de plaats van het christendom in te nemen! En nu droomt men in het Oosten van een nieuwen Wereld-leeraar.
Er moet een nieuwe wereldgodsdienst komen. De godsdienst van het Oosten staat zich te vernieuwen en de godsdienst van het Westen zal daardoor worden aangegrepen en doorademd. Een nieuwe wereld-religie met een nieuwen Wereld-Heiland! De christenen hebben hun Jezus. De Perzen hebben Zoroaster. De boeddhisten hebben hun Boeddha, de Verlichte. En nu moet dat alles saam tot een wereld-religie worden opgesmolten, met een nieuwen Wereld-Heiland. En die nieuwe Wereld-Verlosser staat te komen. Zijn „Ster in het Oosten" is gezien!
Neen, die Wereld-Redder is er nog niet. Maar hij wordt verwacht en hij komt, hij komt gewis! En de nieuwe leeraar zal, in onderscheiding van alle godsdienstleeraars die er geweest zijn (ieder voor een deel van de wereld zijnde) een Wereld-leeraar zijn, een leeraar voor allen. Zijn Ster is gezien!! In het Oosten!
Uit deze overtuiging is geboren de Vereeniging: De Ster in het Oosten.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's