STAAT EN MAATCHAPPIJ
Slechts twee mogelijkheden.
In ons land met zijn eigenaardige politieke gezindheid, zijn bijzondere mentaliteit van bevolking en zijn weinig wisselende sterkte der verschillende Kamerfracties, als gevolg van de evenredige vertegenwoordiging, bestaan slechts twee mogelijkheden waarbij een basis kan worden verkregen voor een meerderheidskabinet, d.w.z. voor een ministerie, dat meer dan de helft van de Kamerleden achter zich heeft en daardoor in staat is vruchtbaar parlementair werk te verrichten
Van deze twee mogelijkheden ligt de eene in het gemeenschappelijk levensbeginsel der drie rechtsche partijen; de andere in het samengaan van Roomsch Katholieken en Sociaal Democraten ter verkrijging van het z.g.n. democratisch regeringsbeleid.
In het eerste geval is het de rechtsche coalitie, in 't laatste geval de Roomsch-Roode concentratie, welke de leiding van zaken in handen heeft.
Nu zijn het in beide politieke situaties niet de Antirevolutionairen of de Christelijk Historischen of eenige andere partij, maar de Roomsch Katholieken, die de sterkste positie innemen. Daarbij is het tot behoud van het Protestantsche beginsel en zijne verdere ontwikkeling voordeeliger, wanneer de rechtsche coalitie, dan wel de Roomsch-Roode concentratie, aan het bewind is.
De sterke positie van de Roomsch Katholieken komt bovendien hierin uit, dat zij steeds twee kanten uit kunnen. Zij kunnen zich zoowel vinden in de coalitie als in de concentratie. Men mag dit betreuren, zelfs dit afkeuren, maar daaraan valt voorshands weinig te veranderen.
Intusschen is met het feit der twee mogelijkheden voor het heden en de naaste toekomst te rekenen.
Wat tusschen de twee mogelijkheden in ligt, brengt ons op het terrein der proefnemingen, welke alle ten slotte op mislukking uitloopen.
Dit is de toestand, waarin op dit oogenblik ons land zich bevindt, nu de samenwerking der drie rechtsche groepen op 11 November werd verbroken en het tijdstip van „de uiterste noodzaak", de Roomsch-Roode concentratie, voor de Roomsch Katholieken nog niet is aangebroken. Hoever de proefnemingen nog zullen worden uitgebreid en hoelang de crisis ten gevolge daarvan nog zal voortduren, valt op dit oogenblik nog niet te zeggen.
De oplossing van het moeilijke probleem is tot dusver nog niet gevonden.
Sectariërs en Separatisten.
Het maakt een verbijsterenden en niet minder een zotten indruk, als men in de Raadsverslagen van de gemeente 's Gravenhage leest wat de woordvoerder der Hervormde Staatspartij, de heer Michon, bij gelegenheid van de behandeling der gemeentebegrooting dezer dagen als de hoogste wijsheid van deze partij heeft verkondigd:
Het begint met een aanklacht aan het adres van het college van Burgemeester en Wethouders, dat uit de begrooting voor het jaar 1926 een revolutionaire geest spreekt.
Op zichzelf bezien ligt in deze klacht uit den mond van den heer Michon al dadelijk iets onbegrijpelijks. Zelfs zou er voor de vraag plaats zijn, hoe zulk een klacht van die zijde kan worden geuit.
Immers het college in de Residentie bestaat uit vijf Protestanten en slechts één Roomsch Katholiek; een ideale toestand, naar het oordeel van den heer Lingbeek, den politieken leider van de partij in de Tweede Kamer. Van zulk een regeeringslichaam, dat dus overwegend Rrotestantsch is, en met de Coalitie niets toeeft uit te staan, kwaad te spreken, is lasterlijk en dit geldt in dubbele mate, wanneer men het bovendien nog revolutionaire gezindheid aanwrijft.
Intusschen, de aanklacht is nu eenmaal geuit. En wat wordt nu tot staving van de beschuldiging, dat de begrooting van 's Gravenhage een revolutionairen geest ademt, aangevoerd?
Eén bewijs slechts. En dat bewijs, waarvan men met klimmende verbazing kennis neemt, is, dat op de begrooting subsidies en gelden voorkomen ten behoeve van allerlei sectarische inrichtingen en separatistische doeleinden.
Het is dus revolutionair als b.v. Burgemeester en Wethouders van 's Gravenhage, terwijl de Wet daartoe verplicht, gelden op de begrooting brengen ten dienste van het Bijzonder Onderwijs. Kan het haast maller of dwazer? Maar dan die Sectariërs en Separatisten, voor wie de subsidies en gelden bestemd zijn. Wie zijn die Sectariërs en die Separatisten?
Dat zijn in het oog van den heer Michon en zijne vrienden de Gereformeerden in de Ned. Hervormde Kerk, de Gereformeerden uit de andere kerken, benevens de Roomsch Katholieken.
Ten behoeve van alle Protestantsche, zoo vrijzinnige, socialistische en communistische inrichtingen en doeleinden, mogen gelden op de begrooting worden uitgetrokken, maar komen ze aan Gereformeerde of Roomsch Katholieke belangen ten goede; dan is iedere cent, welke daarvoor wordt uitgegeven, een revolutionaire uiting.
Echter nog fraaier wordt het wanneer de woordvoerder van de Hervormde Staatspartij zich met zijne beschouwingen over gemeentebeleid gaat bewegen op het terrein van de grondwettelijke bepalingen en voorschriften.
Dan heet het:
Wij betreuren het dat onze Grondwet het gelijk recht voor allen huldigt, waarbij het grootste onrecht geschiedt aan het Nationaal-Gereformeerd beginsel.
En iets verder:
Het recht Gods te handhaven op het haar aangewezen terrein, kan nooit samengaan met een erkenning van het gelijk recht voor allen, ook voor wat betreft de uitkeering van subsidies, waarmede de Overheid, door deze te verleenen, de partijgroepeeringen erkent.
Wij lieten een paar woorden uit hetgeen wij leerden cursiveeren, om duidelijk te doen uitkomen welke mentaliteit bij de woordvoerders van de H.G.S. voorzit ten opzichte van hen, die andere gevoelens zijn toegedaan.
Wanneer de mannen van de Hervormde Staatspartij het voor het zeggen hadden, dan zou het met de rechten van andersdenkenden voor goed uit zijn en zouden alleen de Nationaal-Gereformeerden van het slag van den heer Michon en zijn vrienden recht van bestaan hebben. Geen andere partijgroepeering is toelaatbaar dan die van de H.G.S.
En dan noemt men zoo'n standpunt protestantsch.
Wat men van dien kant voorstaat, is zuiver Roomsch.
Is het niet belachelijk, als diezelfde heer Michon zijn betoog eindigt met de woorden:
Ons volk wordt hopeloos versplinterd, ook door het van Overheidswege steunen van particuliere instellingen. En daarop hooghartig laat volgen:
Wij zijn van oordeel, dat posten, welke het Separatisme onder ons volk bevorderen, geschrapt moeten worden van deze begrooting.
Gelukkig hebben de heeren van de H.G.S. het in den Haagschen Raad nog niet voor 't commandeeren, anders was het met het particulier initiatief uit en werd een brutale dwang op andersdenkenden uitgeoefend.
Moge het staaltje van dwingelandij, waarvaar wie hierboven gewag maakten, maar meer en meer de oogen van ons Gereformeerde volk openen en hen wijzen op het groote gevaar dat hen bijzonder van die zijde bedreigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's