De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

10 minuten leestijd

Art. 36 Ned. Geloofsbelijdenis
De ordinantie Gods inzake de Overheid en de taak en roeping van de Overheid inzake religie en Kerk.
XII.
Een onnatuurlijke toestand was er al-zoo ontstaan, waarbij de Paus, het hoofd der Kerk, met de Overheid deed wat hij wilde. Koningen en Keizers regeerden bij de gratie van den Stedehouder van Christus en hij deed met hen naar zijn welbehagen, den een verhoogend en den ander vernederend, al naar 't hem lustte.
Doch ook dit trok voorbij en veranderde weer. Slechts een schaduw van 't geen geweest was zien we bij Bonifacius VIII (1294—1303), een krachtige persoonlijkheid; maar die toch niet bij machte was te doen wat zijn voorgangers hadden gedaan. Want als hij van Filips den Schone, Koning van Frankrijk, onderwerping eischt, gelukt 't hem niet. Wel predikt hij dan in de bul Unam sanctam de leer van de twee zwaarden, die Christus den paus zou hebben gegeven: het geestelijke, over de Kerk, opdat het door hem zelven zou worden gevoerd, en het wereldlijke om; daarmede de vorsten te beleenen en het desnoods hun weder te ontnemen. Zoo verklaart bij feitelijk de Koningen tot zijn vazallen. Maar de Fransche Koning lacht om den banvloek van den paus en stoort er zich niet aan, als deze hem afzet. Integendeel, hij laat den paus, zittende op zijn troon, gevangen nemen!
Het tweede zwaard, door Innocentius III (1198—1216) een tijdlang gehanteerd, is aan de handen van Bonifacius VIII ontvallen en sinds nooit meer door eenigen paus gegrepen.
De Kerk van Christus is ook van God niet geroepen om te heerschen, maar om te dienen; niet om de grenzen, door God getrokken tusschen Staat en Kerk, uit te wisschen, maar te eerbiedigen. Voor de Kerk van Rome is de Reformatie een verlies van macht geweest. Maar, wie de kudde des Heeren wil weiden, kan niet tegelijkertijd de drager zijn van een politieke macht. De Kerk van Christus is een geestelijk instituut.
't Heeft heen en weer geschommeld tusschen Kerk en Staat, en nu eens heerschte de Staat over de Kerk, dan weer de Kerk over den Staat; en zoowel het een als het ander moet door ons worden veroordeeld: de Kerk van Chris tus, op eigen, geestelijk terrein geplant, is tot vrijheid geroepen, om onder haar Hoofd en Heer Jezus Christus te staan als een pilaar en vastigheid der Waarheid in het midden van een bope, zondige wereld.
Sedert de Reformatie hebben de wereldlijke machten telkens de Kerk'des Heeren willen binden en knellen in banden, die wij op grond van Gods Woord hebben te veroordeelen. Waarbij niet kan worden ontkend, dat de Kerk zelve „dikwijls de schuldige oorzaak was dat het bij de wereldlijke vorsten van kwaad tot erger kwam.
De Roomsche Kerk in haar streven naar politieken invloed en heerschappij moest telkens ervaren, dat de wereldsche vorsten niet van haar waren gediend.
De Grieksche Kerk in haar toestand van geesteloosheid, was weerloos tegenover de macht van dien Czaar van Rusland en zijn handlangers. De Luthersche Kerk, den landsheer erkennende als den oppersten bisschop — summus episcopus —, omdat zij valschelijk uitgaat van die stelling „cujus regio illius religio" (d.i. wiens de regeering is, diens is ook de godsdienst) gaf daardoor moedwillig hare zelfstandigheid prijs.
En de Gereformeerde Kerk, vaak al te veel steunende op de Overheden als hare voedsterheeren, daarbij bedelend niet zelden om hunne gunsten, heeft daardoor zelve aanleiding gegeven dat deze zich eene overheerschende macht aanmatigen, die de vrijheid der Kerk aan banden legt.
Allerwegen merken we op, dat de Overheden getracht hebben de Kerk onder voogdij te stellen. Het recht der Kerk om zelfstandig te zijn op eigen terrein, miskennende, hebben zij heerschappij over haar willen oefenen in dingen, die van zuiver kerkelijken aard waren, hetzij als doel hebbend die macht en die heerschappij zelve te bezitten, hetzij om zoo de Kerk te helpen en haar invloed te vergrooten. Maar wat ook het doel was, 't welk den machthebbers der wereld voor oogen stond, de ervaring leert maar al te duidelijk dat de Kerk van Christus van Vorsten en Overheden als zoodanig nooit iets goeds te wachten, veeleer alles kwaads te duchten heeft.
Hoe heeft Napoleon gehandeld met de Roomsche Kerk? Eerst was hij goed met den Paus en werd hij door 't hoofd der Roomsche Kerk tot Keizer gekroond. Maar toen hij door het concordaat in 1801 met den Paus gesloten niet kon verkrijgen wat hij wilde, eigende hij 't zich in 1802 als een echte tyran wederrechtelijk toe; en nog niet tevreê, nam hij in 1809 den Paus Pius VII gevangen en hield hem vijf jaar in banden.
Zoo speelde Napoleon met de Roomsche Kerk en waarlijk niet met deze Kerk alleen!
Frederik Wilhelm III, Koning van Pruisen, had de zaak van het christendom hartelijk lief, maar in dan waan een geboren theoloog te zijn en de Kerk te moeten maken tot één unie, heeft hij het wezen van de Kerk van Christus miskend, hare rechten vertreden en namelooze ellende gebracht over het terrein van 's Heeren Kerk.
En in ons Vaderland behoeven we slechts te wijzen op al de kerkelijke ellende, die het gevolg is geweest en nog is van het jammerlijk feit, dat Koning Willem I ter onzaliger ure — naar Duitsch model — de Gereformeerde Kerk in Nederland heeft willen reorganiseren en, in ieder opzicht wederrechtelijk handelende, een toestand schiep, die de Kerk verdeeld en verscheurd heeft; haar van den beginne af belemmerde zich in geestelijke richting te ontwikkelen en tot waarachtigen bloei te komen.
Natuurlijk weten wij ook wel, dat men allerlei motieven aanvoert om een schijn van recht te geven aan wat de machthebbers der wereld misdeden tegen de Christelijke Kerk, en dat men ten deele zelfs kan wijzen op de goede bedoelingen, die zij koesterden, maar daarmee kan men toch nooit wat in wezen onrecht is, goed praten, en de uitkomst heeft telkens ook bewezen, dat de vruchten van al zulk handelen vol bitterheid zijn.
Zoo kan men zeggen: Pruisens Koning ging uit van de oprechte begeerte om de verdeelde Protestantsche Kerken tot eenheid te brengen, toen hij de hand uitstrekte naar hetgeen hem niet toekwam.
En onze Koning Willem I kon zeggen dat de ellende op kerkelijk terrein zoo groot was, toen hij aan de regeering kwam; hij kon zich zelfs beroepen op 't geen in vroeger tijden was geschied, toen de Overheid zich méér dan haar recht was met de zaken der Gereformeerde Kerk bemoeide; hij had ook door zijn langdurig verblijf in Duitschland daar kerkelijke toestanden leeren kennen en zich kerkrechtelijke beginselen eigen gemaakt, die hem onwillekeurig hier den weg aanwezen. Maar hoe men ook prate, de vervolgingen van Overheidswege tegen de oud-Lutheranen in Pruisen en de Afgescheidenen in Nederland - gelijk trouwens ook de gevangenschap van Paus Pius VII, op de meest waardige wijze door hem gedragen — bewijzen.

Mag dat nu zoo?
Iemand, dien wij zeer goed kennen, schreef ons ongeveer als volgt:
„Wij behooren tot de gemeenten, die gelukkig in 't bezit zijn van een eigen predikant. Nu zijn er echter in onzen Ring 4 vacatures, zoodat onze predikant iedere 14 dagen een beurt in den Ring vervult. Eén van de 4 gemeenten beroept en doet alle mogelijke moeiten om een eigen predikant te krijgen, maar wordt telkens teleurgesteld. Een andere gemeente weigert te voldoen aan 't reglement op de predikantstractementen. Gemeente no. 3 doet niets. Gemeente no. 4 zou met Gemeente no. 3 willen combineeren, om dan samen een predikant te beroepen, maar de pogingen daartoe sinds jaren aangewend, stuiten altijd weer af op den onwil van de kerkvoogden van Gemeente no. 3, hoewel de kerkenraad er wel voor te vinden zou zijn. Hierbij komt nu nog dit. De Ring die aan onzen Ring grenst, is er nog slechter aan toe. Daar zullen straks nog maar twee predikanten zijn van de tien en nu gaat het gerucht, dat men van dezen ring enkele gemeenten zal inlijven bij onzen Ring. Zoo kunnen we dus straks een tijd krijgen, dat onze predikant elke zondag één keer elders moet gaan preeken. Op het nieuwe Ringlijstje staan 10 vacature-beurten voor 14 Zondagen.
Nu hebben wij wel „leeskerk" indien onze dominee elders preeken moet en we hebben dan over de opkomst niet te klagen, maar het is toch een toestand, die allesbehalve begeerlijk is, noch voor onzen predikant, noch voor onze gemeente. Hierbij komt, dat er kerkeraadsleden van vacante gemeenten zijn, die ons nog uitlachen en zeggen: wat zijn jullie dwaas om aan den Raad van Beheer te betalen; want nu hebben jullie een dominee die aan de gemeente veel geld kost (straks ook nog ongeveer 52 maal f 5,- voor een rijtuig om naar de vacante gemeenten te rijden, = ƒ 260.—) en, zoo zeggen ze: wij hebben elken zondag een ringpredikant (als 't tenminste een goeie is) of anders tweemaal een dominee of godsdienstonderwijzer van elders, zoodat wij, als we willen, heel jaar royaal geholpen zijn voor ongeveer ƒ 1500.—. En dan hebben we elken fondag iemand anders en we zoeken de besten van de lesten, zoodat we het veel beter hebben dan vroeger met onzen predikant en veel beter dan jullie".
„Maar de catechisaitiën dan? en het ziekenbezoek? en het leiden van de begrafenissen?"
„Nu — daar is de consulent voor. En de Ring krijgt daarvoor een uitkeering, waarvan het bestemde deel aan den consulent komt! Wat wil men nog meer? "
Zoo ongeveer schreef men ons. En de vraag was: „is daar niet wat aan te doen? Omdat op deze wijze een vacante gemeente leeft van de gemeente, die een eigen predikant heeft en daarbij goedkooper uit is en dikwijls tweemaal dienst heeft; terwijl een gemeente, die een eigen leeraar heeft, hem maar ééns per zondag voor zich ziet optreden en dan verder „leesdienst" moet houden?"
Wij vinden deze toestanden in-treurig, dat is het eenige, wat we er van zeggen kunnen. En wij begrijpen, dat kerkeraden, die er hun gemeente niet aan willen wagen, tegen deze dingen gaan protesteeren. De vacante gemeenten, die vacant willen blijven, moesten daarvoor te hoog staan om zoo te willen leven op kosten van anderen! Ze moesten een consulent niet durven vragen voor zooveel werk buiten zijn eigen gemeente. Ze moesten niet eigen gemeente willen verwoesten en dan ook nog andere gemeenten benadeelen!
Jammer, dat men op deze wijze de moeilijkheden van het Reglement op de Predikantstractementen tracht op te lossen; want het geneesmiddel is erger dan de kwaal.

De toeleg mislukt.
Zooals we reeds gemeld hebben moest er te Arnhem door het zich afzonderlijk organiseeren van de H.G.S.-menschen, (die de politiek in de Kerk gebracht hebben) een herstemming plaats hebben voor gemachtigden voor het Kiescollege. Bij eerste stemming hadden de vrijzinnigen zich ook aangemeld, begrijpend, dat er in troebel water soms wel wat te vangen is; maar gelukkig vielen zij bij de eerste stemming uit. Toen moest er herstemming zijn tusschen de candidaten van Lijst A (Vereeniging van Rechtzinnige Hervormden) en lijst B (Vereeniging „Schrift en Belijdenis"; bestaande uit mannen en vrouwen der H.G.S.). De uitslag was 721 stemmen op de candidaten van Lijst A; 516 stemmen op Lijst B. De aanval van de H.G.S. leiders op de eenheid der Rechtzinnige Hervormden is dus afgeslagen. Het Separatisme van de H.G.S. is dus duidelijk aan het licht gekomen nu. Eerst te Steenwijk. Nu ook te Arnhem. Gelukkig heeft men deze Separatisten in beide gemeenten in de kou laten staan. Maar natuurlijk is de narigheid in het midden van ons Hervormd kerkelijk leven er weer grooter door geworden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's