De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

7 minuten leestijd

Een mijlpaal in de wereldgeschiedenis.
In het Zwitsersche stadje Locarno is iets gebeurd wat voor de wereldgeschiedenis van de grootste beteekenis kan zijn indien de Heere, Die regeert, er Zijn zegen aan schenken wil.
Dat de Kerk van Christus ook deze dingen, betreffende oorlog en vrede, maar aan den troon der genade geduriglijk mag voordragen in den gebede!
Wat de plechtigheid te Londen aangaat, waar het verdrag van Locarno getekend is, lezen we het volgende in de dagbladen: In het midden van de „gouden ontvangzaal" stond een tafel met 32 zetels. Een derde gedeelte der zaal werd ingenomen door een verhooging, waar meer dan 200 journalisten hadden plaats genomen; daar achter stonden filmoperateurs met hun toestellen.
Nadat de gedelegeerden hun zitplaatsen hadden ingenomen, stond Chamberlain, die aan het hoofd van de tafel zat, op, en las een boodschap van welkom van koning George voor, van wien een mooi portret in de zaal hing.
Daaraan voegde minister Chamberlain, in het Fransch sprekend, nog enkele hartelijke woorden over de beteekenis van dezen grooten dag toe, en toen werden door de anderen diverse speechjes — niet minder dan 14! — afgestoken, zoowel voor als na de onderteekeninig. Zij bleven daarbij aan de tafel zitten. Luther en Stresemann spraken Duitsch, de anderen Fransch, met uitzondering van Baldwin, die zijn enkele woorden in het Engelsch sprak, dat vertaald werd. Alle toespraken bevatten een toespeling op het verlies, dat Engeland geleden heeft door het overlijden van koningin Alexandra en 'n uitdrukking van deelneming voor de koninklijke familie. Ook drukten alle sprekers hun waardeering uit voor de boodschap des konings en brachten ze hulde aan Chamberlain en de Engelsche regeering voor hun aandeel in het tot stand komen der verdragen.
Alle gedelegeerden gebruikten de eenvoudige houten penhouders, die voor hen op tafel waren klaar gelegd. Alleen Chamberlain zette zijn handteekening met een fraaien gouden vulpenhouder, dien de Britsche delegatie hem te Locarno had aangeboden. Gedurende de geheele zitting was het geklik der fototoestellen zonder ophouden te hooren en drie filmtoestellen, die op een gunstige plaats van de zaal waren opgesteld, draaiden aan één stuk door.
De zitting werd door het geheele Engelsche kabinet bijgewoond, alsmede door het corps diplomatique en andere hooggeplaatste persoonlijkheden. Saam waren er ruim 300 menschen in de zaal om van deze historische gebeurtenis getuigen te zijn.
In zijn eerste rede zei Chamberlain o.m.: Wij beseffen zeer soed, dat er nog veel gedaan zal moeten worden om de gekoesterde verwachtingen te verwezenlijken. Allen zullen we vele moeilijkheden op ons pad ontmoeten, vooroordeelen, die overwonnen moeten worden, argwaan, die weggenomen moet worden. Wij echter zijn onwrikbaar besloten dit bevredigingswerk voort te zetten in den zelfden geest, die onze onderhandelingen te Locarno bezield heeft. De Britsche regeering zal alles doen wat zij kan om den voorspoedigen afloop van onzen arbeid te verzekeren, en de toekomstige geslachten te behoeden voor een herhaling van de rampen en het lijden, waarvan de hedendaagsche wereld getuige en slachtoffer is geweest.
De eerste speech na de onderteekeninig was van Briand, die zich welsprekend en roerend uitte. Hij vertelde, hoe hij een eenvoudigen brief had ontvangen van een onbekende vrouw uit het volk, die hem geluk wenschte met het verdrag van Locarno.
Zij schreef: „Eindelijk zal ik zonder vrees naar mijn kinderen kunnen kijken en ze met eenige zekerheid kunnen liefhebben". Deze brief, zeide de Fransche premier, zou hem er toe gebracht hebben de daad, waarop hij betrekking had, te beschouwen als de belangrijkste van zijn lange politieke loopbaan. Het verdrag van Locarno hield de bemoedigende nieuwheid in, dat het de ophooping van kracht verving door verplichtingen van wederzijdschen bijstand en menschelijke solidiariteit. En verder nog: Europa wordt nu een groot gezin, hetgeen mogelijk gemaakt is door 't verdrag van Locarno. Ik zie tegenover mij den Duitschen Rijkskanselier aan tafel zitten, en ik ben zeker, dat ik een goed Franschman ben gebleven, evenals hij een goed Duitscher is gebleven, door hierheen te komen. Doch beiden zijn wij Europeanen en ik hoop dat Europa weldra een groote volkerenfamilie zal zijn, waarvan geen enkel volk zijn karakter, nationaliteit, manieren of gewoonten zal verliezen, doch die allen zullen samenwerken ten behoeve van den vrede op het vasteland en ter wille van de beschaving, de wetenschap en den vooruitgang.
Briand besloot aldus: Ik leg hier de plechtige verklaring af, in het vertrouwen dat ik de woord voerder ben van de geweldige meerderheid mijner landgenooten, n.l. dat ik vast besloten ben morgen uit deze conventies alles te halen, wat zij kunnen opleveren, tegen den oorlog en voor den vrede.
Stresemann, de Duitsche Minister van Buitenlandsche Zaken, dankte later zijn Franschen collega hartelijk voor deze woorden en zei toen o.m. nog: „De groote meerderheid van het Duitsche volk is dezen vrede gunstig gezind. Gesteund door dezen wil tot den vrede, hechten wij onze signatuur aan dat verdrag. Het zal een nieuw tijdperk van samenwerking tusschen de landen inleiden. Het zal bij de zeven jaren, die er sedert den oorlog zijn verloopen, een tijdperk van waarachtigen vrede doen aansluiten. Mogen latere geslachten reden hebben om met dankbaarheid dezen dag te gedenken als het begin van een nieuw tijdperk".
Baldwin hield de slotrede, waarin hij verklaarde, dat hij zijn handtekening onder het verdrag had geplaatst om de beteekenis te toonen, welke de Engelsche regeering er aan hecht. „Ik vertrouw", zoo voer hij voort, „dat het de vaste bedoeling is van alle hier vertegenwoordigde volken — evenals het de vaste bedoeling is van Zijner Majesteits regeering — nauwgezet en eerlijk de plechtige verplichtingen na te komen, die zij hier op zich hebben genomen. In dezen geest zullen wij de verwachtingen van onze volken niet beschamen, dat de thans geteekende overeenkomsten den grondslag zullen leggen voor den vrede, waarnaar de wereld zoo lang gezocht heeft en dien zij zoo zeer behoeft".
In haar hoofdartikel noemt de Times het nu door alle partijen onderteekende verdrag van Locarno een mijlpaal in de geschiedenis. Dit verdrag beteekent het afsluiten der oorlogsperiode en den aanvang eener bewuste poging om den vrede in de oorlogszone van Europa te handhaven. Het gevaar voor een gewapend conflict aan den Rijn is thans denkbeeldig geworden, edoch, Europa en de wereld zijn nog niet tot rust gekomen. Burgeroorlog en ernstige sociale conflicten zijn nog steeds regelmatig terugkeerende verschijnselen. De financiëele crisis in Frankrijk en de economische druk waaronder Duitschland zucht, leveren het bewijs dat de Europeesche beschaving zich n.g in een zorgelijke periode bevindt, zegt het Engelsche blad terecht. Als nu maar de ernstige toeleg bij allen mag bestaan om door algemeene hartelijke samenwerking tot herstel van normale toestanden te komen! Er is, hier en daar, soms verrassend, al iets van den geest van Locarno merkbaar geweest, in blijken van toenadering tusschen de vroegere vijanden. Reeds zijn de Engelschen met de ontruiming van Keulen begonnen, hetgeen een sympathiek gebaar was, maar toch nog slechts zeer gedeeltelijk aan de eischen van Locarno tegemoet komt. Die ontruiming zal zich bovendien slechts langzaam kunnen voltrekken en 't zal misschien wel Februari of Maart worden eer Keulen werkelijk en gehéél vrij is. En dan blijft er nog altijd een groot deel van het Rijnland bezet, misschien nog een aantal jaren. Inderdaad, er moet nog veel, zeer veel gebeuren, doch we durven weer vertrouwen, als — nog eens zij het gezegd — de goede wil en oprechte geest van samenwerking niet meer in gebreke blijven. Dat geve God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's