FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Hard gewerkt aan de rekening van den Bond. Nieuwsgierig was ik, hoe die er zou uitzien. Maar ik niet alleen. Neen, de bestuursleden en ook enkelen buiten het bestuur hadden mij ook reeds gevraagd of ik dacht dat het cijfer van de gewone ontvangsten voor 't Leerstoel-en Studiefonds ook dit jaar een klimmend eindcijfer zou hebben. Zooals ik reeds meermalen heb verteld, 16 jaar lang is dat steeds omhoog gegaan, soms met twee of drie duizend gulden tegelijk.
En nu? Wéér omhoog! Gelukkig. Nu ja, ik mag het eigenlijk niet zeggen, want 't beboort op de jaarvergadering thuis, maar ik kan het niet verzwijgen en weet ook niet waarom ik het laten zal. Maar wij zijn dit jaar weer ongeveer duizend gulden naar boven gegaan.
En hoeveel hebt ge dan nu ontvangen? Ja, hoor eens, als ik nu alles zou vertellen, dan kan ik van de jaarvergadering wel thuis blijven, daar moet ook nog wat te vertellen overblijven.
Laat het genoeg zijn dat u thans weet dat, dank zij de goedheid des Heeren, die de oorzaak is van alles en die nog belangstelling heeft gegeven in de verkondiging van Zijn Woord en Waarheid in onze oude Hervormde Kerk, dat het met onze inkomsten dit jaar weder vooruit is gegaan. Hem zij daarvoor de dank en de eere. Zoo zoo, penningmeester, dus je bent duizend gulden vooruit gegaan met de inkomsten. Nu, van harte gelukgewenst. Maar dan is het ook niet zoo erg noodigen dan zal ik mijn gave, die ik u had toegedacht bij de collecte voor de spreekbeurten of op andere wijze, maar een beetje inkrimpen.
O, goede vriend of vriendin, wacht nog even voor ge dat besluit. Ik ben nog niet uitgesproken en ik wil u wel zeggen als ik nog niet wat te vertellen had, dan zou ik dit ook niet neergeschreven hebben. Ge moet nog even lusteren, en als ge dan nóg zegt dat ge uw gave wel wat kunt inkrimpen, dan moet ge het maar doen. Maar ik weet zeker dat ge het niet doet, maar dat ge, integendeel, er nog wat zult opleggen.
Ik heb gezegd dat ik duizend gulden meer ontvangen heb dan het vorig jaar, en dit stemt tot grooten dank, ook aan allen die hieraan hebben medegewerkt, maar ik heb ook uitgaven, en nu hebben wij een royaal bestuur, zóó royaal, dat ik wel eens denk: waar moet dit alles vandaan komen. Maar als ik dan weer zie op Hem, die gezegd heeft; Mijn is het goud en het vee op duizend bergen, en die ons nog nooit beschaamd heeft doen uitkomen en die onze pogingen om de prediking der Waarheid in onze Hervormde Kerk uit te breiden, zoo kennelijik heeft gezegend en dit nog steeds doet, dan zeg ik ook: Weg met alle bekrompenheid; wij geven uit, daar waar het naar ons beste weten goed en nuttig besteed is en wachten van den Heere dat de uitgaven door de meerdere inkomsten zullen worden gedekt. Evenwel, het geld komt niet uit de lucht vallen. De Heere gebruikt daar menschen voor en neigt hunne harten. Welnu, onze inkomsten zijn toegenomen, maar onze uitgaven zijn nog in meerdere mate toegenomen. Dit zult ge ten volle verstaan als ik u vertel dat het vorig jaar aan 25 personen, jonge en oude, steun werd verleend voor hun studie op den weg naar het predikambt en dat aan het eind van dit jaar dit aantal was geklommen tot een 40-tal.
Ge ziet hieruit, dat ons bestuur niet angstvallig is in de toezegging van hulp en het bestuur rekent er dan ook op het antwoord van uw instemming met deze handelwijze te zullen vinden in de hooge opbrengsten der collecten, voor dit doel gehouden, en in die gaven die zullen binnen komen bij den penningmeester.
Zoo weet ge nu dan iets van onze afgesloten rekening. Wilt ge er alles van weten, dan moet ge lid worden van den Gereformeerden Bond en komen luisteren naar ons jaarverslag op de jaarvergadering, die D.V. einde Maart a.s. zal worden gehouden. Dan doet ge, zooals ik dezer dagen een bericht kreeg uit Amsterdam, waar 9 personen zich opgaven als lid van den Bond en men er bij schreef, dat er vermoedelijk nog velen zullen volgen, zoodat een afdeeling „Amsterdam" weldra is te verwachten.
Wij gaan nu eens zien wat er is binnen gekomen en vinden:
Ede, afgezonden door ds. J. A. van Boven ƒ 46.—, zijnde de opbrengst van de collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. Dekking, van Kesteren, voor het Studiefonds.
Oude Molen (N.-Br.) Geachte penningmeester,
Daar het bij u nog nieuwjaar is tot 1 Februari, zooals u hebt geschreven, hebben wij het genoegen u hierbij ƒ 5.— te zenden als nieuwjaarsgave voor het Studiefonds en wenschen u een voorspoedig jaar toe.
Met vriendelijke groete, N.N.
Heel aardig. Dank u wel. Goed begrepen. Een voorspoedig jaar toewenschen en meteen helpen om den wensch vervuld te krijgen. Dat kunnen er tooh nog wel meer doen vóór 1 Februari.
Dinteloord. Ik weet het niet zoo goed, maar dat is toch niet zoo'n heel groote gemeente; toch ontving ik van ds. H. H. van Ameide een collecte van tot aan de vette letters, n.l. van ƒ 91.24, gehouden bij een spreekbeurt van ds. Koolhaas, van Oud-Beijerland. 't Is prachtig! Ooster-Nijkerk, f 14.50.
Weledele heer,
Ziehier een deel van de opbrengst uit een busje, waarin de meisjes wekelijks een gave storten voor het Studiefonds. Schoone gedachte van die meisjes, die toch ook contributie betalen en bovendien nog kleedingstukken vervaardigen. Moge op deze gave ter bevordering van een Gereformeerde prediking in onze Hervormde (Geref.) Kerk en op de meisjes zelven, des Heeren zegen rusten. Vervolgens van een belangstellend lid voor de Gereformeerde prediking een gouden tientje, gevonden in de collecte op Oudejaarsavond. Mogen er meerderen gevonden worden, die zich opmaken om Sions muren te bouwen.
Met vriendelijke groete,
Ds. H. van Elven.
Postmerk Woerden, van N.N. ƒ 2.50 voor het Studiefonds.
Vaassen door ds. A. F. P. Pop ƒ 36.05 voor het Studiefonds met inbegrip van een nagift van ƒ 2.50, de Opbrengst van de collecte bij een spreekbeurt door ds. P. J. Steenbeek, van Kampen.
Meerkerk, door A. Woudenberg, penningmeester der afdeeling, opbrengst der collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. A. Luteijn van Goudriaan ƒ 10.75, terwijl bij den voorzitter nog een nagift is ingekomen groot ƒ 10.— van iemand, die door het slechte weer verhinderd was te komen. Tezamen ƒ 20.75.
Kampen, Waarde Penningmeester, Wij hebben het genoegen u nog weer iets te zenden voor het Studiefonds. Donderdagavond trad voor ons op ds. Klomp, van Oldebroek, daar ds. Van 't Hof van Wilnis door ongesteldheid verhinderd was. Wij zitten hier rondom in het water, zoodat velen verhinderd waren te komen. Dat was natuurlijk niet zonder invloed op de opbrengst der collecte, welke slechts ƒ 26.— bedroeg. Wij voegen hierbij den inhoud van ons busje à ƒ 15.—, zoodat wij u ƒ 41.— kunnen overmaken.
Met vriendelijke groete, E. Roest, Penningm. der afd.
Mijnsheerenland ƒ1.— voor het Studiefonds gevonden in de kerkcollecte.
Kralingen, door ds. N. van der Snoek ƒ 10.— voor het Studiefonds en ƒ 10.— voor het Leerstoelfonds van N.N., gevonden in de kerkcollecte.
Wij zijn hiermede aan het einde van onze mededeelingen. Het bedrag der ontvangsten is totaal
f 278.04
waarvoor, hartelijk dank..
Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Postz., capsules en ziiverpapier
Ontvangen van:
1e. mevrouw v. d. Put, Andel, postzegels en zilverpapier;
2e. Jan en Corri van Molenbroek, Middelburg, zilverpapier, postzegels en 136 halve centen; 3e. N.N., Utrecht, capsules en zilverpapier;
4e; mej. Mulder, Gouda, capsules en zilverpapier.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mej. J. DEN HARTOG.
Maliebaan 70a, Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's