De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

Onbevredigend.

In een van de laatste nummers van „De Wekker", het orgaan van de Chr. Geref. Kerk, geeft ds. Janssen een zeer lezenswaardig artikel over den politieken toestand, in welk stuk enkele lessen getrokken worden uit de crisis, welke nu al bijna drie maanden duurt.
De eerste les is deze: „dat er zonder medewerking van Rome in ons land geen enkele rechtsche regeering mogelijk is. Laat ons, zoo vervolgt de schrijver, eerlijk erkennen, dat het zoo met ons protestantisme staat". Deze gedachte wordt door den Chr. Geref. predikant dan als volgt uitgewerkt:
Wij protestanten, zoo zegt ds. Janssen, zijn niet in staat om ons land zelfstandig te regeeren. Daarvoor is geen meerderheid te vinden in ons volk. En die dit wel gelooft, en die daarvoor wel een weg weet of wist, had in deze crisis, die onze onmacht zoo pijnlijk, heeft aangetoond, moeten spreken.
Maar waar ik ook dezer dagen gepeinsd heb en geluisterd, ik heb nergens gezien, dat iemand een weg wees of een oplossing aan de hand deed, die ons, protestanten, bevredigen kon. Dat heb ik diep betreurd, ik had stellig gedacht, dat wij nu ook mannen hadden zien opstaan, die ons toch hadden gezegd: dit is de weg en dit is de oplossing. Maar hadden dan die mannen, die doelbewust op deze crisis aanstuurden, geen oplossing? Konden zij dan ons volk geen weg wijzen, die ons uit deze pijnlijke situatie voeren kon? Ik moet aannemen, dat ook zij dien weg niet wisten. Want indien er zulk een weg voor hen bestond, hadden zij hem moeten aantoonen. Hun zwijgen is voor mij hier toestemmen geweest.
Tot zoover de toelichting, welke ds. Janssen op zijn eerste les geeft. Wij hoopen een volgenden keer de gelegenheid te hebben ook van de andere les, welke hij uit deze crisis trekt, iets mede te deelen.
Maar wat nu deze eerste les betreft, daarover vinden wij in „De Banier", het orgaan van de Staatkundig Gereformeerden, een aanteekening, welke onze bijzondere aandacht trok en onze nieuwsgierigheid niet weinig prikkelde.
Kon het ook anders? Van de Hervormde Staatspartij weten wij bij monde van ds. Lingbeek, hoe zij de oplossing van de crisis ziet. Een zakenkabinet van protestanten, rechtschen en linkschen, inclusief Sociaal-democraten, met één Roomsch Katholiek.
Maar tot nog toe wisten we niet, wel ken weg naar het oordeel van de Staatkundig Gereformeerden het met de politieke moeilijkheden uit moest. En thans zouden wij vernemen, hoe de Staatkundig Gereformeerden meenden tot oplossing van de crisis te kunnen komen. Dit was de zaak, die ons steeds bijzonder interesseerde. Daarvan iets te vernemen, stemde ons bij voorbaat reeds dankbaar.
Want ds. Kersten schrijft in antwoord op de vraag van ds. Janssen, luidende „Maar hadden dan die mannen, die doelbewust op deze crisis aanstuurden, geen oplossing? ", dit: In de hoop niet al te onbescheiden te zijn, wil ik wel zeggen, waar het m.i. heen moet. En welk antwoord geeft nu ds. Kersten aan ds. Janssen. Waar moet het heen?
Daarheen — zoo zegt de afgevaardigde van de Staatkundig Geref. Partij — dat zich ons volk schuldig kenne voor God. Maar al te zeer ontbreekt ons het besef, dat wij God verlaten en aan Zijn Woord en Wet ons hebben schuldig gemaakt. Eén ding is ons noodig: „Alleenlijk, ken uwe ongerechtigheid. Neêrlands volk kome op de knieën voor den God zijner vaderen. Vorstinne en volk roepen in weedom des harten zijn ontrouw en bondbreuk uit. Het geve den Heere de hand en kome tot Zijn heiligdom.
Neen, zeg nu niet, dat zijn vrome praatjes. Inderdaad, hier zou uitkomst zijn te wachten. Onze volkshistorie is daar om te bewijzen. Als in het rampiaar van 1672, toen gewest op gewest in handen van den viervoudigen overmachtigen vijand viel, ons volk tot God zich wendde, redde Hij genadiglijk uit allen nood.
En God redde menigmaal. Welnu, Hij kan nog helpen.
Ziedaar het antwoord van ds. Kersten, dat wij van heler harte onderschrijven en waarop wij volmondig ja en amen zeggen.
Echter als wij in dit verband eene opmerking mogen maken, zou het deze zijn dat aan de ontrouw en de bondsbreuke van Neêrlands Volk, mede het volk van God schuldig staat. Het oordeel, ook over ons vaderland, begint van het huis Gods. De afgevaardigde van de Staatkundig Gereformeerden zegt in zijn antwoord p de vraag van ds. Janssen „.of de mannen, die doelbewust op de crisis aantuurden, geen oplossing wisten", „dat is ons volk zich eertijds tot God wende, Hij genadiglijk uit allen nood uitredde. Welnu, Hij kan nog uitredden".
Nog eens, wij gelooven dit van ganscher harte. Maar is ds. Kersten nu reeds den ontzettenden watersnood vergeten, die in de afgeloopen maand land en volk teisterde? Ook in die ramp hebben wij, zooals wij reeds de vorige week schreven, de bezoekende hand Gods te zien.
Zou echter ds. Kersten, toen de dijken doorbraken en het water in massa het land overstroomde, als hem de vraag ware gesteld: „waar het heen moest?" een antwoord hebben gegeven als hij ds. Janssen ten opzichte van de politieke moeilijkheden gaf?
Wij gelooven er niets van. Hij zou hebben aangedrongen om onmiddellijk de middelen ter hand te nemen, die God gegeven heeft, om de ramp te keeren. Dezer dageen lazen wij van de poging, die de Ned. Vereeniging van Staatsburgeressen doet, om tot hervorming van de huwelijkswetgeving te geraken en te breken met de wet, dat de man het hoofd is des gezins.
Nauwelijks is de rechtsche samenwenking opgegeven, of men begint van die zijde reeds een der christelijke grondslagen van ons volksleven weg te nemen. Het leven van ons volk wordt bedreigd! Hoe is die ramp voor ons land te keeren?
Nog eens stellen ook wij de vraag aan de Staatkundig Gereformeerden: in welke richting zoeken zij het, om uit de politieke moeilijkheden, waartoe zij doelbewust hebben medegewerkt, te geraken? Het antwoord van ds. Kersten op de vraag van ds. Janssen was geen antwoord. Het was althans niet bevredigend. Laten wij in broederlijke liefde met elkander de zaken mogen bespreken.

Gewetenszaak.
„De Nederlander" schreef op 29 Jan. naar aanleiding van een stuk uit „De Tijd" een artikel onder het opschrift „Voor de laatste maal". Daarin vinden wij deze opmenking:
De Christelijk Historische Kamerleden konden en mochten op 11 November niet anders handelen dan zij deden (het stemmen voor het amendement-Kersten tot schrapping der gelden ten behoeve van den gezantschapspost bij het Vaticaan. Hadden zij anders gehandeld — de last, die nu hun geweten zou drukken (wij oursiveeren) ware niet te dragen geweest.
Een week te voren vonden wij in het Christelijk Historisch weekblad „Koningin en Vaderland" een breed verslag van de rede van het Christelijk Historisch Kamerlid, den heer Tilanus, te Deventer waarin deze het punt in geding (de gezant bij den Paus) „geen gewetenszaak doch een principieel staatsrechterlijk beginsel noemde". Dat is dus juist het omgekeerde van hetgeen „De Nederander" beweert. Wat is bij de Christelijk Historische Kamerleden ten opzichte van de gewetenszaak nu de juiste lezing?
Het Christelijk Historisch dagblad zal goed doen zijn partijgenooten in de Tweede Kamer eens te raadplegen en voorts zijn informaties uit te strekken tot de Christelijk-Historische Eerste Kamerleden, welke, zooals bekend is wat de gewetenszaak aangaat, van éénzelfde gevoelen zijn als de heer Tilanus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's