UIT DE AFDEELINGEN
NIEUW-LEKKERLAND, 25 Jan. 1926.
Zoo was dan ook voor ons eindelijk het oogenblik eens aangebroken, dat we het voorrecht mochten genieten om onzen, in den dienst des Woords vergrijsden Bondsvoorzitter, in ons midden te mogen beluisteren, en wel naar aanleiding van den voor deze gelegenheid gekozen tekst Zacharia 6: 15, laatste gedeelte: „Dit zal geschieden, indien gij vlijtiglijk zult hooren naar de stem des Heeren uws Gods".
Z.Eerw. schetste ons kortelijks den afval van 't volk van Israël, en wat de oorzaak was dat de Heere het in ballingschap liet wegvoeren. Maar toen uit hun midden weer gebeden werden opgezonden, om uit deze ballingschap verlost te mogen worden, toen sprak de Heere: „Dit zal geschieden, indien gij enz.". Vervolgens stond hij eenige oogenblikken stil bij den afval van Zijn uitverkoren volk, nadat zij uit hun gevangenschap verlost, en het aardsche Kanaan waren ingegaan, en als zij dan door hun vijanden omringd en den ondergang nabij weder tot hun God riepen, dan klonk het weder van Zijn heilige lippen: „Dit zal geschieden, indien gij enz.", om dan vervolgens van het oude Verbond over te gaan naar het nieuwe, en wat uitvoeriger stil te staan bij de tijdperken die voorafgingen aan de groote kerkhervormers Calvijn enz. en nadat ook het tijdperk van 't begin der 19de eeuw met het voor onze Herv. Kerk zoo noodlottige jaar 1816 was herdacht, kwam Z.Eerw. de geschiedenis der Kerk volgende zoo geleidelijk aan het tijdperk van de oprichting van onzen Geref. Bond, en schetste breedvoerig den treurigen toestand der Kerk in die dagen, om er vervolgens op te wijzen, hoe onder den onmisbaren zegen des Heeren deze vereeniging in bloei mocht toenemen, waaruit dan ook weer zoo duidelijk bleek, dat de Heere Zijn bemoeienisse met die aloude Geref. Kerk der Vaderen, die plantinge Gods in de Nederlanden, nog niet had verbroken. En al moge het somtijds schijnen of haar ondergang nabij is, geen nood, de Heere zal haar wel in stand houden, en laat nooit varen het werk Zijner handen. Laat vrij de hel maar woeden, gezeten aan Gods rechterhand, zal Hij haar wel behoeden.
Maar! zoo besloot Z.Eerw. deze zoo schoone en leerzame uiteenzetting, dan zal het voor ieder dien het welzijn der Kerk op het harte gebonden ligt, onder een biddend opzien tot God moeten worden een arbeiden, ieder op zijn eigen terrein, naar de gave die God hem geschonken heeft, met de bede niet. alleen op de lippen, maar ook in het harte: „O Heere! wil ons arm Vaderland, wil uw uitverkoren Kerk bewaren en behoeden, en dan zegt nog die zelfde, die eeuwige, die onveranderlijke God: „Dit zal geschieden, indien gij vlijtiglijk zult hooren naar de stem des Heeren uws Gods".
Waren vele ouderen in deze uitgestrekte gemeente, wegens de gladheid der wegen, zuren en dichten mist verhinderd geweest hierbij tegenwoordig te zijn, toch deed het 't bestuur der afdeeling goed nog zoovele leden van de op denzelfden grondslag staande Jongelings-en Jongedochtersvereeniging in hun midden te mogen opmerken.
T. VAN DAM, Secretaris.
HAARLEM. Woensdag 10 Februari, des avonds 8 uur hoopt D.V. voor onze afdeeling in de Kerk der Broedergemeente, Parklaan 34, op te treden de W.Ew. Z.gel. heer Dr. J. Severijn, van Dordrecht.
Namens het Bestuur, A. HOEFNAGEL, Secr. Nieuwelandstraat 4.
VLISSINGEN. Vrijdag 5 Februari a.s. hoopt alhier in de Nieuwe Kerk op te treden Ds. M. van Grieken van Rotterdam, met een lezing over Het Duizendjarig Rijk.
De Secretaris.
KRALINGEN. Donderdag 11 Februari, des avonds half acht zal in de Hoflaankerk, in een „Kerkeraadsbeurt" Ds. M. van Grieken van Rotterdam een spreekbeurt voor den Geref. Bond vervullen. Er zal een collecte gehouden worden voor bet Studiefonds.
Het Bestuur.
DEN HULST. Woensdagavond 20 Jan. 1.1. vergaderde de Evang. Vereeniging „Rehoboth", alhier, in haar gebouw aan den Koeweg. Ruim 40 leden waren aanwezig. De vergadering werd geopend met gebed door den voorganger, den heer van Donkersgoed. Hierna werd gezongen Psalm 119 vs. 53 en vervolgens gelezen Psalm 25. De heer van Donkersgoed sprak vervolgens een Inleidend woord. De secretaris, de heer B. J. van den Berg Wzn., las de notulen van de vergadering van het vorige jaar voor, welke onveranderd werden goedgekeurd. Hierna volgde het verslag van den heer J. van Spijker Kzn., lid der commissie voor het nazien der boeken in het afgeloopen jaar, welk verslag zonder aanmerking werd goedgekeurd. Vervolgens werd er een verkiezing gehouden van bestuursleden. Aftredend waren de heeren B. J. van den Berg Wzn., secretaris der vereeniging, welke niet als zoodanig weer in aanmerking wenschte te komen, en M. Boekhout, penningmeester der vereeniging, welke als lid der vereeniging had bedankt. Tot secretaris der vereeniging werd gekozen de heer W. Huizen, en tot penningmeester de heer KI. Kreuleman. Beiden verklaarden hunne benoeming aan te nemen. Tot commissieleden voor het nazien van de boeken in dit boekjaar, werden dezelfde heeren herbenoemd, als die van het vorige jaar. Na nog eenige besprekingen, werd de vergadering met dankgebed gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's