De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

Het Calvinisme (1)

8 minuten leestijd

Het Calvinisme (1) Inleiding.
Ten allen kant duikt onvrede op. Door den vroolijken wereldzang zijn luid en luider dissonanten gaan schrillen, wreed en fel. Allerwegen hoort men het onvoldane verlangen kreunen en men hoort donkere stemmen mompelen die straks opstandig uitbarsten in honend gevloek, omdat de barsten overal gezien worden in de schoone wereld, omdat de blije aarde doorvoord is overal van het zwarte, pijnende leed. We hooren ze, luisterend gebogen, aanschreien van ver, klacht en vloek, naderend dan, tot ze pijnend onze ooren slaan.
Wel schijnt het dikwijls zoo schoon, wat de wereld biedt, van licht en vroolijkheid overgoten en doortrokken, maar door vensters en deuren stroomt alom smart en de ellende uit naar buiten en wie kan dan vrede hebben en blijdschap smaken?
Wel heeft 't leven zich verrijkt overal, te water en te land, beneden op de aarde en hoog in de lucht. Des menschen macht over de natuur is schier met den dag, zeker met het jaar, uitgereid; en wie zal ons zeggen, wat deze eeuw ons zal hebben gebracht als de helft van haar kringloop zal zijn beëindigd? Ligt de aarde met al haar schatten niet bloot voor ons? Zijn de afstanden der wereld niet tot het minimum teruggebracht? Wordt de Chineesche muur niet afgebroken en worden Azië en Afrika niet in den breeden levenskring getrokken? Bloeien handel en nijverheid niet? Is de geneeskunst niet bijna almachtig? Stroomt het geld niet door de vingers bij jong en oud? Laait de vroolijkheid niet hoog op in stad dorp, heel het drukke gemeenschapsleven overgietend met blijheid en geluk?
Maar dan wordt plotseling weer gezien dat het alles is als een laag vernis, gestreken over wormstekig hout! En er gaat bij en tusschen alle voorgewende vroolijkheid en blijheid een aanklacht op tegen alles en allen, omdat het wee der volkeren zoo groot is en de ellende menschen zoo pijnt, waarbij de rijke arm is in geluk en de arme rijk in haat, met een nasleep van ellende voor beide!
Pessimisten spreken van een generaal bankroet en wijsgeeren bepleiten als het enige wat aan deze toestanden, waarbij schijn en werkelijkheid zoo héél ver van elkaar staan, een einde kan maken: dat alles vast toopt en tegen elkaar kapot stoot, om neer te vallen dan in den afgrond van het niet-meer-zijn.
Mannen als Tolstoï spreken niet anders, ook na zijn dood, dan van geestelijke verwildering. De klacht der wanhoop wordt gehoord, onder spot met God en Christus. De Sociaal-democraten ageeren met internationaal protest tegen de bestaande orde van zaken. Anarchist, Nihilist, Bolsjewist slaan liever alles stuk dan voort te tobben te midden van een warboel als nu heerscht, erger dan een hel te noemen. Den vorsten wacht niet anders dan een oneervolle begrafenis en heele volkeren worden bedreigd met den ondergang; landen en werelddelen lijken meer op een vulcaan, dan op plaatsen waar vrede, welvaart en geluk gevonden wordt.
Daar is verrotting in de staten; daar is inzinking en verval in het midden der volkeren, die, steenend onder diepgevoelde smart, uitstooten zware klanken van groot wee.
Wereld-ruïne is er. Is er ook wereldopbouw? Aan een stroohalm houdt de drenkeling zich vast en de wereldverwoesters spreken van een paradijs, dat zal opkomen uit een aarde, met menschenbloed gedrenkt, een paradijs, dat staan zal in kracht en schoonheid, staande in het teeken van de rechten van den mensch. Wel donkert 't op aarde en ten allen kant duikt onvrede op en opstandige stemmen, in vloeken uitbarstend, golven aan van alle kanten. Maar van een lichtende toekomst spreekt men, als het egoisme zal zijn verwonnen en het menschdom zal zijn één lichtstralende broederschap, waar geen verdrukkende meester meer is en geen kruipende knecht; waar het zal zijn vrije mensch en vrije mensch, waarbij het geluk uit de oogen des eenen zal lachen naar het geluk van den ander.
".... Zoo groeit eens op dit dor en ellendig verleden, als de dag uit het duister, als 't koren uit kaf een onkenbare wereld van liefelijkheden ...."
En als het dan zoo donker is en zoo donker blijft, waarbij de zwarte twijfel in menige ziel binnensluipt, angstig wanhopend aan het komend paradijs, dat zoo lang nu reeds is voorspeld aan de pröletariërs van alle landen, dan grijpt de socialistische dichter Adama van Scheltama weer naar zijin harp en zingt bij zachte muziek te midden van de donkerheden van het heden vertroostend aan de ongeduldige schare voor:
".... Wie zal in het blinde duister raden of wij niet reeds dat verre land betraden? ...."
Zoo grijpt men zich vast aan een stroohalm en geeft wissels uit op de toekomst tot een zeer hoog bedrag, waarvan geen cent gegarandeerd is. De geschiedenis kan hier onze leermeester zijn. Weggezonken zijn de groote wereldrijken, vergaan is de wereldmacht, verslonden de wereldpracht. Zichzelf hebben ze zich vernietigd en verteerd. En uit de ruïne is noch door revolutie noch door evolutie een nieuwe wereld geworden.
Waar is Griekenland, Egypte, Babel, Assyrië?
Is de als „dominus ac deus" geëerde Romeinsche grootvorst niet van purper beroofd en zijn wereldrijk te gronde gegaan? 
En uit de wereldruïne is niet langs lijnen van geleidelijkheid een nieuwe hemel en een nieuwe aarde voortgekomen, maar de Heere heeft iets nieuws geschapen in de openbaring van het ongeschapen-en eeuwige Licht Jezus Christus, Dien de Heere deed verkondigen als het Licht der wereld, met de vriendelijke noodiging: „Komt tot Mij, allen die vermoeid en beladen zijt en Ik zal u ruste geven".
De oude wereld is spottend met de oude goden vergaan en niet door evolutie, maar door de gave Gods in Christus is iets nieuws ontstaan, wat voor Sem en Jafeth zegen kwam bereiden in Hem, Dien de Vader aan de wereld gegeven heeft, om de wereld te redden, ook Cham's kinderen straks.
De Christus Gods is verschenen en 't is Zijn Evangelie waardoor de toenmalige wereld van haar noodlottigen ondergang werd gered en geheel verrnieuwd. Van Azië kwam het naar Europa, van' 't Oosten naar het Westen, met bestemming om van het Westen rond te gaan naar het Oosten, gansch de wereld door.
En ja, in de Middeleeuwen scheen weer een maatschappelijk, stoffelijk en geestelijk bankroet nabij, door de verlating van Gods wegen en het onttrekken aan de wereld van het licht dat Godes is, doch ten tweede male is een opstanding uit de graven en een ontluiking van frisscher levenskracht bij de volkeren gezien, doch ook toen niet door evolutie, door ontwikkeling en vervorming van hetgeen des menschen is, maar andermaal door hetzelfde Evangelie, nu bij vernieuwing gebracht in Europa, door Luther, ja, maar méér nog door Calvijn, die als middel in Gods hand voor Zwitserland, Frankrijk, Nederland, Engeland, Schotland en zooveel vérder nog, de boodschap des heils opnieuw bracht, zóó, dat door dat wereld-Evangelie naar Gods Woord de wereld als vernieuwd werd en een gouden tijd aan brak, waarvan wij in ons Vaderland zulke heerlijke vruchten mochten genieten voor Staat en maatschappij, voor huisgezin en school, voor wetenschap en kunst, voor handel en nijverheid, te water en te land, in de paleizen en in de woning der eenvoudigen, met de Kerk des Heeren als een pilaar en vastigheid der waarheid staande in het midden der natie.
Dat doet ons nu, waar de barsten overal gezien worden in de schoone wereld, 't verval overal wordt aanschouwd en het leed overal gevoeld, wéér bij vernieuwing grijpen naar het Evangelie, dat toen hulpe bood en redding bracht.
Want wel spreken ook anderen te midden van de ellende van wereldhelden, wereldleeraars en wereldhelpers, maar niet een nieuw evangelie van een anderen Christus verwachten wij, maar onze hope is op het oude doch steeds nieuwe Evangelie, dat de Heere deed verkondigen door Hem, Die den eenigen Naam draagt onder den hemel van Heiland en Losser; Die dan ook van den souvereinen God gezalfd is als de eenig-Uitverkorene, tot een eeuwigen Koning om te heerschen van de zee tot aan de zee en van de rivier tot de einden der aarde.
Daarom moet het aanprijzen van hetgeen God Zelf verkoos tot heil der vol­keren onze bizondere roeping zijn, waarbij wij niet versmaden, neen, veeleer met een blij hart aannemen de blijde boodschap die door Calvijn verkondigd is op een wijze, zooals alleen een bizonder van God begenadigde dit vermag.
Voor het moderne leven, dat radicaal met de christelijke traditie brak, is geen ander middel tot genezing dan Gode weer eere te geven als den Almachtige, Schepper van hemel en aarde en op elk levensterrein weer zich te schikken naar de wetten door God gegeven, deelend dan in de beloften des Heeren voor het tegenwoordig en het toekomend leven.  Niet de beginselen der Revolutie, slechts die der Reformatie kunnen hier redding geven.
En wij willen het niet verheelen, dat naar onze innige overtuiging het Calvinisme mag worden genoemd een principieel zelfstandig stelsel, diep van opvatting en zuiver van lijn, dat als wereld en levensbeschouwing ver uitgaat boven andere stelsels, hoe mooi die ook misschien mogen zijn geconstrueerd, hoe vurig die wellicht ook worden verdedigd.
Over dat Calvinisme als wereld-en levensbeschouwing gaan we een reeks artikelen schrijven. Doch dan eerst over den persoon van Calvijn, in hem eerend den van God gegeven Leidsman van vele volkeren.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's