De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Eene rijke erfenis voor de overwinnaars

13 minuten leestijd

Die overwint, zal alles beërven (Openb. 21 vers 7a)

De laatste hoofdstukken van het boek der Openbaring spreken ons van het einde aller dingen. Maar met het laatste gericht is ook aangebroken de ure, waar in onder de barensweeën der oude schepping een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen worden voortgebracht. Ontzettend waren de laatste weeën, toen de ontbonden Satanas met den Gog en den Magog van de vier winden der aarde optrok tegen de Heilige Stad. Maar de triumf was Godes!
Ja, lezers en lezeressen! Vreeselijke tijden zullen aan het einde der wereld voorafgaan. De oorlogen, de geruchten van oorlogen, de hongersnooden en de pestilentiën zijn nog maar beginselen der smarten. Het zijn slechts de voorteekenen van den grooten strijd, die aan het einde aller dingen ontbranden zal.
De ontwikkeling der cultuur van de twintigste eeuw begint er hoe langer hoe meer op te wijzen. Het zal straks voor de machtige wereld-organisatoren gemakkelijk worden om hunne plannen te verwezenlijken. Door spoor, auto en bovenal door de vliegmachine zijn de afstanden belangrijk gereduceerd. Maar wat nog meer zegt: 't is thans mogelijk om in weinige oogenblikken door middel van den radio-omroep bijkans alle volkeren der aarde te bereiken. Duurde het vroeger jaren en jaren, eer de theorieën des ongeloofs en der revolutie vanuit de brandpunten der cultuur waren verbreid tot in de verst verwijderde deelen der aarde, dit geschiedt straks in enkele oogenblikken. De antithese tusschen geloof en ongeloof wordt hoe langer hoe scherper. Het getal van hen, die met God en Zijn Woord hebben gebroken, vermeerdert met den dag. En de kudde der ware belijders wordt hoe langer hoe kleiner. Straks levert de menschheid wel den een of anderen machtigen organisator, die ze door den radio-omroep rondom zich schaart en de mannen des ongeloofs als een machtige phalanx zal aanvoelen in den strijd tegen Gods volk.
De ziener op Patmos heeft Gods gemeente hierop reeds voorbereid. Ja meer nog! Het is hem vergund geworden om op den eindtriumf van Gods volk te zien. Ja hij zag den tijd genaken, waarin Gods gemeente van het oordeel zou bevrijd worden en voor eeuwig zou gerechtvaardigd worden.
Vreeslijk zal het einde van Satan zijn, maar ook het einde van al de wereldlingen, die onder zijn banier zijn opgetrokken. Maar aan Gods gemeente wacht nu de inoogsting van blijden triumf. Als een vernieuwde menschheid zal ze de eeuwige vreugde in de heilige stad in gaan. Maar bij een vernieuwde menschheid behoort ook een vernieuwde hemel en aarde. En daarom lezen we dan ook in het eerste vers van dit hoofdstuk uit het boek der Openbaring: „En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde was voonbij gegaan en de zee was niet meer".
Heerlijke tijd! God wil wederom bij menschen wonen; Zie, Zijn tabernakel. Zijn tent is bij de menschen. Het woord uit Lev. 16: 11 en 12 zal nu zijn volkomen vervulling tegemoet gaan: „En Ik zal Mijnen tabernakel in het midden van u zetten; en Mijne ziel zal van u niet walgen".
Nu geen tranen meer! Treuring en zuchting, die sombere metgezellen, zullen wegvlieden. Alle tranen zullen worden afgewischt. De dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite, want de eerste dingen zijn weggegaan.
En met de woorden „Het is geschied" is de geschiedenis van de oude wereld afgesloten.. Nu vloeien de genadegaven als een stroom van Christus' kruis voor alle dorstige harten. Een drenken uit vrije genade door Hem!
Maar om nog weer te herinneren aan den voorafgaanden strijd, lezen we: „Die overwint, zal alles beërven". Overwinning wijst immers op strijd. Al Gods kinderen zijn hier op aarde ingewikkeld in den heiligen krijg. Onderschat de macht van de drie vijandige legers niet.
Gaat Satan, niet rond als een leeuw, die briescht? Komt hij niet menigmaal voor in de gedaante van een engel des lichts? Hij zwaait zijn helsche lansen en de pijlen, die hij afschiet op de harten van Gods kinderen, zijn gedoopt in het gif der hel.
En ook de wereld houdt niet op om den kinderen des Heeren strikken te spannen en lagen te leggen. De wereld wil, dat Gods Kerk het maar niet zoo nauw neme, maar aan haar gelijkvormig worde. Met een heirleger van zondige bekoringen, van heerlijkheid des vleesches, tracht ze de harten van Gods kinderen te winnen. Hare bedoeling is geen andere, dan om de uitverkorenen te verleiden. Hare beginselen druischen lijnrecht in tegen de eere Gods.
En zouden we den derden vijiand vergeten! O, onderschat hem niet. Hij is een vijand binnen de vesting. Die verraderlijke vijand is uw eigen vleesch. Slechts een oogenblik is er toe noodig en Christen is gevallen, ten prooi van eigen booze lusten en zinnen.
Met recht mag worden opgemerkt, dat de menschheid drie machtige vijandige legers tegenover zich heeft om die te bestrijden en te overwinnen.
Maar dat is nog 't ergste niet. Neen, van nature is er geen sprake van een heiligen krijg. De kinderen der menschen leven van nature op goeden voet met hunne doodsvijanden. Van nature wordt er geen strijd gevonden. Er is geen sprake van strijd. Of het moest wezen een strijd om, het bestaan, of een strijd tegen de elementen der natuur, of een strijd, dïe bestaat in twist en ruzie en oorlog. Helaas, van dezen strijd is de wereld vol.
Maar wat zal het ons baten voor de eeuwigheid, al hebben we hier in den strijd al overwonnen. Wat heeft het Engeland en Frankrijk gebaat, nu ze den grooten wereldkrijg hebben gewonnen? Wat heeft het u gebaat, nu gij het in het proces van uw vijand hebt gewonnen? Voor de eeuwigheid niets!
Komt 't niet daardoor, dat de oogen zijn verblind. De mensch merkt er niets van dat hij een verbond heeft gesloten met drie machthebbers, hetwelk op geen anderen naam aanspraak kan maken, dan monster-verbond?
Dus eerst moeten de oogen opengaan door 't ontdekkende genadelicht Gods. De oogenzalf des H. Geestes maakt waarlijk ziende. Als de blinddoek van de oogen wegvalt, wordt 't met schrik ervaren dat we zelfs in onzen eigengerechtigen godsdienst bezig zijn om tegen God te strijden en Hem Zijn eer te ontnemen. Strijden tegen God aan de zijde van Satan en wereld, is dat niet ontzettend?
Maar dan kan het ook niet anders of Satan, wereld en eigen vleesch zulen onze vijanden worden. Waar het ontdekkend genadelicht op gaat, kan het beginsel van het wereldontvlieden niet achter blijven. Der wereld den scheidsbrief, maar Gods volk en Gods Kerk gezocht. Dan een vrees voor den duivel, wiens bestaan misschien vroeger wel werd betwijfeld, in elk geval niet scheen te worden opgemerkt. Nu een smart over de zonde in eigen hart, waardoor die goeddoende God zoo werd onteerd.
Zie hier den strijder u geteekend. Een zondaar op de knieën, met den tollenaar roepend: „O God, wees mij zondaar genadig". We vinden het droevig telkenmale als we hooren van twist en zondig krakeel en gekijf, maar aan zulke strijders tegen wereld en Satan en eigen vleesch, zouden we wel mogen toeroepen: „Welkom in den strijd, broeder of zuster!" En nu gaat het gewis naar den triumf van het einde. Naar den prijs der overwinning.
Maar niet langs den weg, dien de boeteling zichzelf heeft voorgesteld; o neen!
Ik zie de strijders zich opmaken. Ze zullen Satan en wereld en eigen vleesch, die hen als bijen omringen, wel verhouwen. Dan komen er tijden, waarin Satan zich schijnt terug te trekken. Men maakt zich wijs dat er geen duivel meer genaken durft. De wereld ligt als gebreideld en ons eigen ik denken we voor goed den doodssteek te hebben gegeven Maar dan zijn we ook gelijk aan Petrus, die in het bewustzijn van eigen kracht den nacht des verraads is ingegaan, meenende wel voor den Meester te willen sterven. Heeft het hem tot de overwinning gebracht? Immers neen! Een eenvoudige dienstmaagd overwint Petrus geheel en al. Hij wordt overrompeld. En als hij dan vloekt en zweert, dat Hij zijn Borg niet kent, is hij geheel en al overwonnen. Beladen met schande op het slagveld van oneer!
Neen, zoo komt men nooit tot de victorie, 't Is wonderlijk om te zeggen; de wereld verstaat het niet; ze begrijpt het niet; maar die het wint, verliest het en die het verliest, wint het bij den hoogen God.
Of was het geen verlies in zichzelf, als Paulus moet getuigen: „Als ik het goede wlil doen, ligt mij het kwade nabij? "Telkenmale te hoopen den top van den Sinaï te hebben bereikt en door het licht van Gods gerechtigheid weer naar beneden in het dal des ootmoeds te worden geworpen, is dat niet schijnbaar 't tegengestelde van overwinnen?
En toch zegt Paulus weer: als ik zwak ben, dan ben ik machtig. Hebt ge dat geheim al leeren verstaan, lezers en lezeressen?
Juist waar het aan eigen zijde voor eeuwig verloren schijnt, waar geen enkele uitvlucht meer te vinden is, waar de strijder op de knieën valt en de handen omhoog steekt en roept om genade is, o wonder, de overwinning behaald. Daar toch openbaart zich de Heere in Zijnen geliefden Zoon, den held van Bozra, die alleen de pers heeft getreden; Die alleen overwon; Die alleen den standaard omhoog hield, nadat Adam en al zijne nakomelingen hem hadden laten vallen.
Ja, Hij was de groote overwinnaar van Golgotha, die Satan en wereld en het zondige vleesch van Adam heeft overwonnen. Hij alleen voert arme zondaren uit genade naar de eeuwige victorie om de verdienste van Zijne overwinning aan het kruis, waar Satan's kop vermorzeld is. Uit Hem vloeien nieuwe krachten, toe om te strijden en te overwinnen!
Ik denk aan een koning, die op zijn witte, snuivende paard gezeten zijnde, de poort van de overwonnen stad binnen gaat. Wie hebben hem eigenlijk dien blijden intocht verschaft? Is het niet door het bloed der soldaten, die voor hem vielen op het slagveld?
Anders is het met den Heere Jezus. Hij Zelff behaalde de overwinning. En achter Hem komt de schare van lammen en blinden en kreupelen en armen van geest en hongerenden en dorstenden, die bij tijden en oogenblikken met den apostel mogen betuigen: „door Hem zijn wij meer dan overwinnaars".
Die overwint, zal alles beërven. O welk een rijke belofte voor allen, die aan deze zijde van het graf zichzelf leeren verliezen onder het recht Gods, om Hem te gewinnen en alzoo te triumfeeren in Hem.
Ze zullen alles beërven. Dat het vrije genade is, behoeven we nu niet meer te zeggen. Een erfenis valt ons immers niet ten deel, omdat we zulks verdiend hebben, maar is louter gunst. Bijkans negentien eeuwen geleden stierf de groote erflater Christus Jezus, die in Zijn testament van eeuwigheid een arm verloren volk heeft bedacht. Zijn naam luidt in het voorafgaande vers: Ik ben de Alpha en de Omega! het begin en het einde. Hij is de eeuwig getrouwe, die nooit laat varen het werk Zijner handen. Hij doet Zijn trouw nooit te niet, ook zelfs niet door de ontrouw van Zijn volk.
Een aardsche erflater kan u heden gunstig wezen en u goed bedenken in zijn testament, maar morgen kan de kleinste nietigheid maken dat hij u in een kwade bui komt te schrappen. Maar alzoo de hemelsche erflater niet. Rijk is de erfenis. Al die heerlijkheid ligt opgesloten in dat kleine woordeken „alles". Het is ook het zelfde woord, wat eenmaal door Jacob werd gebezigd, toen hij tot Ezau sprak: „ik heb alles".
Wie zal teekenen de vreugde, die het deel zal zijn van al Gods gekenden in die nieuwe, heilige stad? Daar zal Satan niet meer zijn om met hen te twisten. In het eerste Paradijs kon hij nog naar binnen sluipen. Het tweede Paradijs is onherroepelijk voor hem afgesloten. Maar in dat nieuwe oord zal niets meer inkomen wat verontreinigt. Geen zondige bekoring zal meer van den Heere aftrekken; geen booze lusten des vleesches zullen zich daar meer verheffen. Alle smart, die de zonde als gevolg met zich bracht, zal vergeten worden, want ze zullen zich eeuwig verblijden in de rechtvaardigheid van het Lam, dat daar staat als geslacht tot een eeuwig rantsoen. Geen consciëntie, die daar meer zal verontrusten, omdat 't handschrift, wat tegen hen was, op de aarde is achtergebleven, genageld zijnde aan het kruis.
Wie zal beschrijven de zaligheid, die gesmaakt zal worden door de genieting van 's Heeren nabijheid? Genade, vrede, barmhartiigheid en vertroosting tot in eeuwigheid zal hun deel zijn. En dat voor een schare, die niemand tellen kan. Van Adam af tot de laatsten onder de strijders tegen den Gog en den Magog, die als uit een vuurbrand gered zullen worden. Welk een verademing zal het bij uitstek wezen voor hen, die in dien laatsten dag de grootste van alle verdrukkingen zullen hebben meegemaakt.
Is dit alles dan nu nog maar heilige toekomstmuziek voor de Kerk Gods? En moet nu Gods gemeente maar versmachten tot den snik van den jongsten dag? Neen, de Heere is ook nu voor Zijn volk geen huilende woestijn, noch een dorre wildernis. Indien ge mij vergunt om een beeld te gebruiken: de Heere betaalt nu reeds de rente uit van het kapitaal uit het groote kabinet des genadeverbonds. Paulus zegt ook elders, dat er een rust overblijft voor het volk van God. En die rust wordt in beginsel reeds hier bij tijden en oogenblikken gesmaakt.
Bij elke geestelijke overwinning mag er iets van worden geproefd. Maar elke geestelijke overwinning gaat gepaard met den ondergang van ns eigen ik.
De volgorde in het rijk der natuur is: eerst leven en dan sterven. Maar in het geestelijke is het juist andersom. Eerst sterven en dan leven. Eerst zichzelf verliezen om dan Hem te gewinnen.
De wereld zegt : eerst Napels zien, die schoone Italiaansche stad, en dan sterven. Maar Simeon zeide: Jezus zien en dan, ja wel sterven, maar daarachter leven; in Hem en met Hem de eeuwige zaligheid beërven.
Lezers en lezeressen! Aan welke zijde strijdt gij, voor of tegen Hem? Want die niet voor Hem is, die is tegen Hem. Maar weet dan, dat de erfenis van allen, die strijdende tegen Hem de eeuwigheid ingaan, niet anders kan wezen dan een eeuwige rampzaligheid. Alles beërven of alles moten derven Het scheelt waar enkele letters, en toch, welk een aangrijpend verschil.
Te midden van de branding van het wereldleven laat de Heere nog uitdragen de boodschap des heils, dat er voor de ellendigste onder de ellendigen nog redding mogelijk is bij Hem. Niet alleen dat we hoe langer hoe dichter naderen tot het einde aller dingen, maar ook ons leven nadert de eindmijlpaal, het donkere graf.
Wij vliegen daarhenen! Duizenden sterven weg onder de roepstemmen die zich vermenigvuldigen; en dat onbekeerd. O, hoort gij niet in het gansche wereldgebeuren de nadering van Zijne voeten ten gerichte? Geve Hij al Gods kinderen een heimwee en een verlangen naar dien dag, om met den Geest en de Bruid te roepen: Amen. Ja, kom Heere Jezus. Ja kom haastelijk.
Ermelo.                                                                                                         J. J. TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's