De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOOR JONG EN OUD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOOR JONG EN OUD

4 minuten leestijd

Gelouterd.
De vijand binnen de poort.
8)
Want juist nu dacht hij aan een mogelijk professoraat, waarop enkele toespelingen van invloedrijke vrienden hem uitzicht hadden gegeven. Hij knipte een lange kolom uit, en zag ineens, door een krachtigen sprong zijner verbeelding, zichzelf in een katheder staan, heerlijk, uitweidend over een of ander geliefkoosd onderwerp, en onder de gretig luisterende studenten ook Willie, groot geworden met zijn kindergezichtje — met zijn groote, blauwe oogen tot hem opziende, begrijpend, bewonderend, mee gesleept. En 't blijde visioen weerkaatste zijn licht op zijn gelaat, en hij glimlachte met glans in de oogen.
Er werd geklopt, harder, langer— Nu hoorde hij. Weg was visioen en lichtglans. Zijn wenkbrauwen fronsten.
„Binnen !" riep hij op den onwilligen toon van iemand, die ongaarne gestoord wordt in een geliefde bezigheid. De deur ging open en het kindermeisje kwam binnen.
„Nu! wat is er? " vroeg hij op ongeduldigen toon.
Het overbrengen van een onaangename boodschap is altijd dubbel onaangenaam, als de aangesprokene het reeds op zichzelf vervelend vindt, dat men iets komt zeggen. Een dergelijk gevoel scheen 't meisje ook te hebben, te oordeelen naar den verlegen aarzelenden toon, waarop zij zeide:
„Meneer, ik zou u niet hebben gestoord, maar — Wilie is zoo hangerig — en, en heeft — en heeft al een paar keer naar u gevraagd".
De mededeeling, dat de halve stad door een plotselinge aardbeving was ingestort, had geen geweldiger uitwerking kunnen hebben.
„Wat zeg je daar!? " riep hij uit, verschrikt, heftig, met 'n nameloozen angst in gelaat en stem, terwijl de groote schaar met hard geluid op tafel viel.
Het meisje schrok van dien plotselingen uitval, en trad onwillekeurig een stap achteruit. Op hetzelfde oogenblik snelde de heer des huizes haar voorbij. Toen hoorde ze hem met haastige stappen de gang uit en de trap op loopen. Zij begreep, dat hij naar de kinderkamer gegaan was en volgde hem derwaarts. Toen zij binnenkwam, zat de vader op een stoel met het kind op den schoot. Het kind lag in zijn armen, moe en loom, met zwaar voelende, afhangende ledematen, het hoofdje wat achterover, starend naar 't raam met lustelooze, matte oogen, die niet keken, — de echte houding van een ziek kind.
De vader, sprak zacht tot hem, kleine, lieve kinderzinnetjes met een trilling van teederheid en bezorgdheid in zijn stem. Maar Willie antwoordde bijna niet, of zei met een lusteloos stemmetje aan het begin van een zucht: „Ja, Vadie".
De vader zag op, toen het kindermeisje binnenkwam: „Haal even mijn schrijfgerei van mijn kamer, en zeg, dat Jan boven komt. Er moet oogenblikkelijk een brief weggebracht worden. Als je terugkomt, moet je 't kind' uitkleeden en naar bed brengen".
Hij zeide dit alles op een doffe, onverschilligen toon, alsof hij dingen te zeggen had, die hem volkomen koud lieten. Het meisje ging, en gedurende eenige oogenblikken was hij alleen met het kind.
Hij bracht zich met inspanning het verloop der gebeurtenisse in van dezen morgen voor den geest. Zat hij daar reeds uren, dagen? Alles om hem heen was zoo vreemd, zoo wonderlijk. Die kinderkamer, zoo gewoon en toch zoo akelig plechtig, in vreemde, onheilspellende stemming. De voorwerpen om hem heen waren zoo scherp belijnd, zoo hel van kleur, de geluiden zoo plotseling, zoo duidelijk. Alle indrukken waren zoo hevig, zoo anders dan gewoonlijk. In die wonderlijke overgevoeligheid klonk plotseling: „doodelijke wapenen, die menig dierbaar leven hebben beveiligd en gered" — als een schel trompetgeluid, plotseling voor een oogenblik overstemmend alle andere gewaarwordingen.
Als met een tooverslag verdween de vreemde stemming, en duidelijk overheerschend werden voor zijn geest twee feiten, elkander volstrekt vijandig, vlak bij elkander, als twee zwaar gewapenden, dreigend in doodelijken haat elkander volkomen te vernietigen.
Willie had de ziekte. Hij had uitgevonden het middel om het te genezen. Van nu aan groepeerden zich al zijn gedachten om die twee hoofdgedachten; ze gingen er in op, en al dwarrelden ze soms even rond, ze kwamen altijd terug op één der beide.
Inmiddels was het meisje teruggekomen, en haastig zette hij zich aan tafel om te schrijven. Het was een brief aan een der ziekenhuizen, om oogenblikkelijk een der bekwaamste verpleegsters te zenden. Eenige vlug geschreven regels en de brief werd aan Jan overhandigt die er mee vertrok.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VOOR JONG EN OUD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's