De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOOR JONG EN OUD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOOR JONG EN OUD

5 minuten leestijd

Gelouterd.
Buurvrouws bezoek.
10) „Hoe is 't?" zeide zij zachtjes, een blik op het bed werpend. „Och, och, daar ligt ze nou net als mijn Lientje. Die heeft ook zoo als een blok gelegen, dat je compleet niet Wist of 't leven der in of der uit was. Och, heden mijn tijd, wat is 't mensch afgevallen! Kijk eens, Doortje, dat heb ik nou es voor jou meegebracht, een lekker soepje. Nou, nou, bedank maar niks, hoor ! Je moet es wat goeds naar binnen krijgen, want je ziet er uit als een geest, en je mag wel oppassen voor je eigen, hoor! Zie zoo, eet jij nou eerst dat soepje op, voor 't koud wordt. Lekker, hé? Ja, dat dacht ik wel! Ik heb zitten prakkizeeren, wat ik nou es voor je doen kon, en toen dacht ik zoo: Een soepje, dat kan geen kwaad en 't is altijd lekker. Kind, wat zit je der kalm bij! Och, och, als ik denk, toen Lientje zoo lag, wat was ik ellendig, en och kind, wat je moeder toen voor me geweest is."
De spraakzame buurvrouw hield toen even op, en vulde den zin aan door een veelbeteekenend hoofdschudden.
„Juffrouw", zei Doortje, van de pauze gebruik makende, „u komt zoo maar hier. Is u niet bang voor de besmetting?"
„Bang? Ik bang, kind? Nee hoor, niks! Als ik besmetting had moeten op doen, dan had ik het wel gekregen toen mijn goeie man aan de tyiphus lag, of nou pas met Lientje. En al was ik nou es bang dan kwam ik noch, hoor! Want jouw moeder — zoo'n engel bestaat er geen tweede — is ook niet bang geweest toen Lientje ziek lag. En dat 't goeie mensch 't 'nou zelf moet krijgen! Is de dokter al geweest?"
Doortje knikte van ja. „En wat zei die ?" „Geen hoop meer". „Och, schaap der nog an toe! En hoe lang kan 't nog duren?" „Nog wel twee dagen'', zegt de dokter. Buurvrouw zag Doortje hoofdschuddend aan, met oogen vol tranen van medelijden. Toen nam ze haar hand en vroeg vertrouwelijk:
Kind, vertel me nou toch es, dat je nou zoo gelaten ben, is dat nou allemaal van den godsdienst, zal 'k maar zeggen?
„O, juffrouw", zei Doortje, „ik wou, dat ik het u kon vertellen, hoe ik getroost en geholpen word! Ik kan het niet uitspreken, hoe heerlijk dat is. Gisterenavond was ik nog zoo ellendig en wanhopend, maar 't is of God Zelf gekomen is om me op te richten. Hij is de Overwinnaar, en Hij geeft in elken strijd de overwinning. En vooral, ik mag aldoor zoo denken aan de heerlijkheid, die moeder wacht, en hoe overgelukkig ze zijn zal, als God haar tot Zich nemen zal".
„Ja, jouw moeder gaat zeker regelrecht naar den hemel. Als die er niet komt, komt er niemand. Och, ik hoop het zoo voor mijn lieve Lientje ook. Je goede moeder heeft nog zoo met me gebeden voor der, of ons lieve Heer der in den hemel wou nemen. En ik denk wel, dat Hij het gedaan heeft, want 't was toch zoo'n engel van een kind, en op een Zondagsschool is ze ook geweest, en ze kon wat knap opzeggen uit den Bijbel. Ik heb al die kaartjes en tekstjes nog, die bewaarde ze in der laatje.
De arme vrouw barstte uit in tranen. Doortje legde vertrouwelijk haar hand op den schouder der bedroefde vrouw en weende met haar.
„Ik hoop het ook, dat moeders gebod voor Lientje verhoord is. Maar dan zal het niet zijn om haar gebed of om de Zondagsschool, maar alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus. Dat weet u immers wel?"
„Zeker, kindlief. Zoo bedoelde ik het eigenlijk ook. Je moeder heeft, toen Lientje ziek was, dikwijls over den godsdienst gepraat. Maar och, een mensch vergeet zoo iets weer gauw, vooral als je der niet in opgevoed bent, dat weet je niet. Zeker, 'k herinner 't me best hoor. Want je moeder wou niet met me bidden of ik moest eerst weten tot Wien ik bad en wat ik bad, en 't mensch had groot gelijk ook! En toen heeft ze me alles uitgelegd van „om Jezus' wil". En kind, ik heb vanochtend nog voor jou en je moeder gebeden. Ik weet nog ik hoe ik het  durfde, want als je zoo weinig met den godsdienst op heb, kan je maar niet denken, dat ons lieve Heer naar je luisteren zal. Maar ik heb geëindigd met „om Jezus' wil, Amen". Net zooals jouw moeder 't ook deed. Heb ik je niet  gehinderd gisterenavond? Neen ? Nou, je moet weten, dat ik een neef heb, die' tegenwoordig orgelles krijgt van een dame voor niks. Je heb toch goeie menschen op de wereld, hoor! Nou, en die dame moet erg vroom wezen, en gleert hem al maar liederen spelen, dezelfde soort als jij en je moeder samen zingen. En toen kwam die jongen gisteravond bij me, en toen zegt ie: Tante, wil ik es spelen? Je weet, ik heb het orgeltje van mijn man nog altijd. Lientje zou der ook op zijn gaan leeren, als ze  grooter was, had ik beloofd. Nou, en toen vroeg ie dat zoo, en toen zeg ik: Als je maar wat speelt, wat mooi zal wezen, maar heel zacht hoor. En toen heeft ie twee allerzachtste knopjes uitgetrokken, en toch zoo'n mooi wijsje gespeeld! Heb je 't nog gehoord?
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VOOR JONG EN OUD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's