STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Het Indische probleem.
Als een der objecten voor de propaganda heeft de Communistische Internationale, het overzeesch bezit der Koloniale Mogendheden aangewezen. Nu de Westersche volken nog niet zoo dadelijk voor de revolutie te winnen zijn en de pogingen, om den bestaanden regeeringsvorm in de landen van West-Europa omver te werpen, tijdelijk hebben gefaald, moeten naar het bevel van Moskou alle krachten worden, bijgezet om de Oostersche volken met de Communistische beginselen bekend te maken.
Wij werden er nog onlangs aan herinnerd hoe de leider der Bolsjewisten, Lenin, aan het Russische volk steeds voorhield: „Wij zijn gedoemd tenonder te gaan, wanneer de revolutie niet binnen korten tijd in de andere landen uitbreekt".
Waarschijnlijk aan deze les van den gestorven president van de Sovjet-republiek deelachtig, wordt thans groote haast gemaakt om de plannen ten uitvoer te leggen, welke moeten dienen om den Indischen volkeren de zegeningen van de revolutie te schenken. En eenmaal de zwakke plekken, de Koloniale gebieden, in de handen van de Communisten overgebracht, wordt de taak te gemakkelijker om de mogendheden zelve te revolutionneeren.
Zoo is het Communisme ook in Ned.-Indië een probleem van het hoogste gewicht geworden. In den oproep van het „Uitvoerend Comité der Roode Vak-Internationale" worden de landen van den Indischen Archipel, die onderhanden moeten worden genomen, met namen genoemd. De oproep zelve gaat in het bijzonder tot de Hollandsche arbeiders uit om te protesteeren, zooals men het noemt, tegen de terreur, die de Hollandsche regeering in Indonesië — d.i. Nederlandsch-Indië — uitoefent.
De maatregelen, om het resultaat te verkrijgen, dat men zich voorstelt, zijn vanuit Moskou op uitgebreide schaal getroffen.
De vraag nu: wat van de Communistische actie voor Indie te verwachten is, heeft onlangs de groote kenner van Indië, de heer Idenburg, beantwoord in het vraaggesprek, hetwelk eenigen tijd geleden een medewerker van, het blad „Timotheüs" met den Oud-Gouverneur-Generaal hield en waarvan wij nog niet lang geleden melding maakten. Het antwoord van den heer Idenburg luidde:
Ook in Indië, dat als Oostersch land den cultureelen invloed van het Christendom nog maar zeer ten deele ondergaat, heeft het Communisme door zijn wijde beloften voor het heden, vat op die groote massa onontwikkelden, wier levenspositie allermeest vraagt om losmaking van materiëele kwellingen. In Europa, waar de bovenlaag der samenleving intellectueel en economisch zooveel sterker is, en de beloften dus minder critiekloos worden aanvaard, heeft 't Communisme minder vat, maar wat het op het Aziatische en half Aziatische volk vermag, toont ons Rusland, het groote voIk met zijn tallooze analphabeten.
Naar het oordeel van den heer Idenburg is het te verwachten dat het Communisime vat krijgt op de volkeren in Indië. Vandaar het gevaar, dat onze Koloniën bedreigt. Het Communisme wordt in Ned.Indië een probleem en met dat probleem zal deugdelijk rekening moeten worden gehouden.
Belangrijke statistische gegevens.
In de „Jaarcijfers voor Nederland" over het vorig jaar, welke dezer dagen in druk verschenen, komen ook ditmaal weer ten aanzien van allerlei onderwerpen belangrijke mededeehngen voor. Daarin trekken vooral de aandacht statistische gegevens over de bevolking en over het onderwijs.
Met betrekking tot de bevolking van ons land blijkt o.m. dat nog steeds een aanwas valt te wijzen. Het getal inwoners klom van, rond 7.26 millioen in 1924 op rond 7.35 millioen in het afgeloopen jaar. Vergeleken met het jaar 1915, toen het cijfer op 6.3 millioen stond, is de bevolking dus in 10 jaar met één millioen zielen toegenomen.
Intusschen is het merkwaardig, dat het aantal huwelijken dat gesloten werd in de laatste jaren sterk verminderde. Van 1920, toen ruim 63000 huwelijken werden voltrokken, daalde het cijfer gaandeweg. Voor het jaar 1925 geven de "Jaarcijfers" slechts ruim 54000 huwelijken op.
Niet onbelangrijk gaan ook de getallen van de geboorten naar omlaag. Stond het cijfer van de levend aangegeven kinderen in 1920 op 195000, 1925 kon geen hooger cijfer gehaald worden dan 178500 kinderen.
Over deze statistische gegevens, betreffende den loop der bevolking, valt zeker wel het een en ander op te merken. Wij hopen binnenkort de gelegenheid te hebben terzake van de genoemde cijfers iets te zeggen.
Voorshands volstaan we met de blote mededeeling der getallen. Omtrent het onderwijs vinden wij in de „Jaarcijfers" aangeteekend, dat met de toeneming der bevolking het getal leerlingen, dat de Openb. Lagere School bezoekt, geen gelijken tred houdt. Zelfs valt achteruitgang te constateeren.
Volgden in het jaar 1915 nog ruim 250000 leerlingen het openbaar onderwijs, in 1923 waren niet meer dan 239000 kinderen te boeken. Het tegenovergestelde valt op te merken bij het bijzonder onderwijs. Daar klom het aantal leerlingen in 1915 van ongeveer 226000 op ruim 275000 in 1923.
Het aantal leerlingen dat de bijzondere school bezoekt, overtreft dus verre 't leerlingental van de Openbare School.
Echter valt ook ten aanzien van de bevolking der scholen iets merkwaardigs op te merken en wel dit: dat uit het feit, dat het aantal leerlingen van de bijzondere school verre dat der Openbare school te boven gaat, niet de conclusie mag getrokken worden, welke anders voor de hand zou liggen, dat dezelfde maatstaf ook geldt het aantal scholen, welke elk van deze richtingen in gebruik heeft.
De verhouding is juist ongeveer evenredig.
In de eerste plaats blijkt, dat bij het achteruit loopen van het aantal kinderen van de openbare school, het aantal scholen zelfs vermeerderde. Waren er in 1915 3368 openbare scholen, in 1922, waren er niet minder dan 3833, dus 46 scholen meer.
En in de tweede plaats stonden in 1922 (het laatste jaar, waarover de „Jaarcijfers" mededeelingen doen) tegenover deze 3833 openbare scholen sIechts 3203 bijzondere scholen. Bij een hooger leerlingental bij het bijzonde onderwijs van rond 35000 kinderen alzoo 630 scholen minder. Ook deze cijfers hebben ons heel wat te zeggen.
Echter gaan, wij, zooals wij hierboven schreven, op deze statistische gegevens thans niet verder in. De cijfers spreken ook zonder nadere beschouwing voor zichzelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's