GEESTELIJKE OPBOUW
Het Calvinisme (5)
Johannes Calvijn.
Met bekotmmemis z& g Calvijiti de to^einst togernoet. Waaitij grooter de iikcre steminiinig zijns harten werd, ordat den 29sten Maart 1549 'zijn geide vrouw, Idtelette van Buren {oi de irc) •lieui door den dood ontviel. Hier-; j kwam nog toit vermeerdering vani jn droeJlieid, dat ée vrouw van zijn Broer Auton, in zijn buis, zich aan echten k schiidlg maakte.
In dien tijd kWiam' de tooeilijkheidtus-Jieu Calvijn en^ den raad der stad over weigering Pliilibert Beiihüier toe te ten tot het Avoaidmaal. De raad wilde t Caiivijn Mer zou toegeven, maar hij ei'gcrde. Jarenlang beeft die kwestie ; duurd, maar ten slotte mioest de raad tvichtcn en oip advies 'Vaq de Zwitseriic kantons, die er in gekend waren, ocst Berthilier vrede maken met Caljii (1555). 'De algebeele onafhankeliikid van den kerkeraad was hiermee •tend". ..----•----'-»"-ir*-*--^~-«-'-'-»*-...'*----~^^^
hl 1542 'was er een igeschrift verscheen van een Koomscheu' theoloog Alrt Pigghe, tegen de praedestinatleieer n Caivijn. Tcgeni dü; tboek : „Over den ijicn wil des mcnschen", schreei Calijn in 1543 : „Verdediging van de gefondic en ortbodoKe leer". Dat - was dus 11 ülieoilogische strijd' die er te voeren ; iel ; waarbij, bet niiet bleef. Want in 51 deedide arts Bolsec, uit Parijs geiciucn, een beftigen aanval tegen de er der verkiezing en verwerping, zoos die door Calvijn igeleerd werd. Calijn verdedigde zich in den raad en Bolsic werd gevangen genomen. Maar er , oiu: -ti.vnd een langdurig proees, waarbij hei oordeel van. Bazel, Zurich cu Bern werd ingewonnen, welk advies voor Cal |jji! eigenlijk een teleurstelling was. Zij leiirdcii d'e 'leer van Calvijn wel niet af lar d'romgen aan op zachtheid in he ordeel over Bolsec. Calvijn zette door en Bolsec werd voor „eeuwig" uit de st.^d verbannen. 'Deize strijd werd de aanleiding voor een geschrift van Calvijn over de - absolute praedestinatie als eci'i; ^^ vasten grond van troost voor de gcloovigen. Dit geschrift (Consensus iievensis), in supra lapsaristischen iest gesteld, werd door velen weerroken en 'werkte niet mee tot de verening. Men keurde dè' beerschzucht de onverdraagrzaamheid van Calvijn en maakte bezwaren tegen den loop il het proces Bolsec. Zelfs van zijn ienden kwamen er met bera. in conct. Calvijn moest aam Bidlinger schriji-„Zóóver 'is bet met de razernij gienen, dat al wat ik , zeg verdenking - kt. Zelfs wanneer ik zou izeggen: , 'dat ^t op den middag be'lder is, zouden , zij ïinnen dit te betwijfelen".
Later is Bolsec tot de Roomsobe Kerk lrug.gekeerd.
l lAls een echte Reformator trad 'Calp m 1547 op in een geschrift tegen ït Conicibe van Trente : „Handelingen van de Trentsiche Synode met tegengif" O.'k tegen het „Interim", waardoor bet protestantisme m Dui'tscbiland met den 'Tder^s^ang bedreigd 'werd, toonde hij lich een: goed en geharnast bestrijder. En toen ma den val vam Straatsburig, in den Smalkaldisohen oorlog, Bucer 'de vlucht moest nemen naar lEngdainid, richtten de oogen van bet geheele Protestant'sohe Europa |icb naar Calvijn, den reformator te iQenève. Van alle 'zij^ den kwamen zij, d'ie om des 'geloofs wil uit hun; land - moesten vluchten, een toevlucht en rustige woonplaats zioeken in Geneve. Onder ben waren éanizienlijke mannen als de adellijke (burgemeester Van Noyon, Laurent de Noirmandie ; de Nederlandisohe edelman, Jacob Falais, een U'cef van Philips 'van Bourgondië, speelkameraad van Kared V ; de markies Caracciolo, neef van Paus Paulus IV. Er waren onder ben mannen vam wetenschappelijke en geestelijke beteekenis : 'de beroemde Bezüj de geleerde Jean Buidé, die met zijn zwager Charles de Jionvilbers 'de voorlezingen van Calvijn over die Heilige Schrift woord voor woord optee'kenidie en voor. de pers 'gereed maakte ; de Italiaanisabe reformator Bernardino Oohino e.a. In dien kring dezer hoogstaande 'mannen, gevoelde Calvijn, van der jeugd af gewoon met aanzienlijken om te gaan, zich geheel op zijn plaats. En wijl deze vreemdelin-"gen-w^tdra burgers werdieM van de stad, ontving hij üi hen ook een imaohtigen steun tegen de aristocratische families, die zich aan de 'leiding van Calvijn maar niet oif nauwelijks wilden 'ondei-werpen.
Het proces tegen Servet heeft de positie van Calivijn vaster gemaakt.
Michael Servet was een geboren Spanjaard, een algemeen ontwikkeld: an en een bekwaam , arts, die echter in zijne theologiscbe verhandelingen 'Cen anti-christelijke leering verkondïgdie, waarin hij bee'l , het Cbristendom oploste in een neoplatonisch pantheïsme en ruw sprak en schreef over den Drieëeniigen 'Qoid, Vader, Zoon en H. Oeest. Algemeen wekten zijn leeringen 'ergernis en Calvijn schreef omtrent bem-in een brief aan Farèl : „Indien hij in Oonève komt, zou , ik, indien mijn autOTiteit nog iets beteekent, he-m niet levend' la t ten 'wegtrekken". Werkelijk kwam Servet in 1553, op zijn vlucht voor bet aartsbisschoppelijke igericht van Viènne, naar iQenève ; niet om er te Wijven, maar hij werd herkend en mede op aansporen van Calvijn gevangen igezet. De rechters toonden bum onverbdien afkeer van dien godideloo'zen anti-trinitariër, zo'odat ook de ileidslieden dier oppositie niet ten gunste van den, 'gevangene durfden optrecfen. Nadat ook de - stedten Bern, Zurich, 'Bazel en Schaffbansen verklaard hadden, dat het moodig was den misdadiger zóó te straffen, dat hij zijn vergif niet langer kon, verbreiden, werd Servet bij levenden , Hjve verbrand, 27 Sept. 1553. Calvijn stemdte hiermee van harte iri, bo-ewel bij een zachtere doodstraf had gewild. Ook de zaohtmioedige Melanchton keurdte goed, 'dat Servet ter dood gebracht werd. In die dagen was het de algetoeene overtuiging, dat de bardhe'kkige vijandien van de christelijke waarheid d'oor de O'verbeid moesten worden gedood ; dat de Overheid m'oest waken voor de handhaving van de eerste en de tweede tafel der wet en dat zij de ware Kerk moest beschermen en alle ivalsche leer en afgoderij weren en uitroeien. (Art. 36 Ned. Gel. belijdenis). Waarbij een iberoep gediaan werd op het theocratisch Israël, met aanhaling van 1 i\on. 15 : 12 en 2 Kon. 23 : 1 en v.v., waar sprake is vaq dfe koningen Asa en Josia, die de afgodfen wegdeden uit het land en de priesters der hoogten op hun altaren slachtten. (2 Kon. 23 : 20). Zoo spreekt Calvijn ook in zijn Institutie, IV, boofdst. 20, par. 3, 9, waar o.a. staat: at de rechters in de wereld 'zijn om de schenders der 'godsdienstigheid te straffen, (par. 9). Hieruit wordt de bedoeling van „weren en uitroeien van alle afgoderij", voorkomend in Art. 36 Ned. O'öl. belijdeiiis, openbaar als van bedoeling 'zijnde, dai op het publieke terrein des levens afgoderij, valsche godsdienst, Gods lastering enz., door de Overheid niet straffeloos mag geduld, maar geweerd en uitgeroeid mioet worden, en dat de aanhangers van diezelve moeten woiiden gedood. (2 Kon. 23 : 20).
Voor Calvijn bad d'e veroordeebng van Servet deze uitwerking, 'dat zijn po-'sitie in 'Geneve werd versterkt en in 1555 verkregen de 'aanhangers van iCalvijn weer de meerderheid in den raad.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's