KERKELIJKE RONDSCHOUW
Kvi. 36 Ned. Geloofsbelijdenis
Qz ordinantie Gods inzake de Overheid en de taak en roeping van de Overheid inzake religie en Kerk.
XVII.
Het Gereformeerde stelsel van Kerk^ rageering is principieel andters 'dian het Luthersche-oif het 'C-onsis tori ale stelsel. Want moest volgens. Luther alles komen van den Vorst als bet voornaamste lid van de Kerk, 'waarbij de oonsistori'ën staatslichamen zijn, de gemeente onmondig wordt verklaard en, 'de ambten Wiorden genegeerd, —het Gereformeerde stelsel van Kerkregeering staat hier principieel tegenover, 'om'da^ bij de 'Ge-. reformeerden-het uitgangspunt bgt bij de plaatselijke Kerk en de wijze van Kenkregeering presbyteriaal m'oet zijn, daar de opzieners van Christus geroe-P'cn zijn 'de Kerk te regeeren. •
'Volgens 'de Heilige Schrift vergadert Christus de door God uitverkoren Kerk 'door Zijn Geest eni Woord aan al ide plaatsen Zijner heerschappij in eenigheid' des waren geloofs. Daarom zegt 'de Gereformeerde, dat het bij de Kerk gaat O'm de geloovigen. die hun geloof belijden naar Gods Woord. In wezen is de 'Kerk van Christus geestelijk en onzichtbaar, 'de iHeere kent 'degenen die de Zijr nen zijn ; maar 'de Kerk woirdt 'Openbaar 'Overal van plaats tot plaats waar oprechte - Christ - geloovigen worden gevonden, die zich openbaren 'in leer 'en levefi, in belijdenis en '\*andel, 'Overeenkomstig Oods Woord, om als geloovigen op te treden, als leden van het lichaam van 'Christus, in het zichtbare instituut van de Kerk, met dte 'ambten, met den dienst 'des Woords en 'der Sacramenten.
'Een Vorst kan 'Uiet ergens een Kerk maken, een Paus 'Of priester kan niet .zeggen : waar ik ben, daar is de Kerk. Neen, daar waar de Heere door Zijn 'Geest en Woord zondaren roept tot 'de , belijdenis Zijns Naams en .tot 'het 'geloof i in Christus, 'daar komen igeloovigen en daar' hebben naar het beginsel van het Gereformeerd Keri< : recht .de geloovigen, met medewerking van de genabuurde Kerken, straks de ambten in te stellen en dfe ambtsdragers te kiezen.
Volgens de Roomsche leer komt de Kerk, kis van buiten af ee, x]> of au'de priesterlijke dienst wordt ingesteld : ais er een priester is, dan is daar 'de Kerk, die het offer brengt. En naar Luthersche opvatting is dte Kenk daar, waar Woord en Sacrament is, afgedacht van de vraag of er geloovigen zijn of niet. Zoo kan men .ergens in den vreemde zeggen dat er een Kerk is als er een priester is of als er iemand is, die W'Oofd en Sacrament brengt, maar wij'zeggen: neen ! dat maakt niet dat er ergens een Kerk is, doch alteen wanneer die Heere 'door Zijn Geest en Woord mensohen komt brengen tot de belijdenis van Zijn Naam en tot het geloof in! Christus, dan kunnen ze ais geloovigen saam zich openbaren als l^êQn, . .van het lichaam van Christus en, str*i'lf; ^^''iii)het instituut van Kerk zich openb^reh in de instelling van de ambten, in den dienst des Woords en .der Sacramenten.
De geloovigen zijn naar 'Gods Woord het heilige priesterdO'm om 'Gode 'geestelijke offeramdien te offeren. Zij hebben rechten en phchten maar dten aard van het eigen ambt der .geloovigen ; dus het recht en de .plaats van saamvergadering, van belijdenis, van roeping tot de ambten, hetzij dit rechtstreeks .dan geschiedt 'door de gem'aente 'Of straks door den kerkeraad als 'vertegenwoordigende de 'gemeente. De geloovigen, ook 'hebben den plicht en de roeping zich aan de tucht te onderwerpen en in trouwe te leven naar het W'oord en: 'de behjdenis, gelijk zij. 'Ook de roeping he'bben den arbeid' .der ambtsdragers te toetsen aan 's Heeren Woord' en er naar te staan, dat de wachters op Sions muren niet slapen of ontrouw worden' in, de uitdeeling der geestelijke gaven.
De plaatselijke Kerk — bij het GerefO'rmeerd Kerkrecht 'die hoeksteen — wordt bestuurd door den kerkeraad. Deze plaatselijke Kerken zijn volgens Gereformeerd Kerkrecht 'krachtens aard en wezeni 'geroepen en verplicht - — dit in tegenstelling met wat de Independenten teereu', die niet zeggeu' dat dit moet, m.aar dat mem dit kan doen — met elkander 'in verband te trc'den, zijnfde saam het werk van' Gods .hand, het lichaam van 'Chri§tus. Vandlaar dat men vanouds in de-Nederlandsche Gereformeerdie Kerk sprak van Kerken èn van K^rk. Spreekt men van Kerken, dan bedO'elt 'm'en dfe plaatselij.fce Kerken-en wil m'Cn laten uitkomen, 'dat nooit, naar Gereformeerd Kerkrecht, de zelfstandigheid van de plaatselijke Kerk mag te loor gaan ; spreekt '-men tendelijk van Kerk, dan wil men laten vodien, dat 'de plaatselij'ke Kerken, krachtens aard en wezen, als .de planting 'Gods aan al dte plaatsen Zijner heerschappij, bij elkaar behooren in één geloof, één doop, éen Heere en Heiland en Koning. .'Vlen doet dan, ook, naar Gereform. Kerkrecht, verkeerd', om óf .bet eene (iKerèen) of het andere (Kerk) eenzijdig op 'de spits te 'drijven.
op 'de spits te 'drijven. In on'ze Vaderlandsche historie is èn van „de 'Geref. Kerken van Nederland" èn van „de Geref. Kerk van Nederland" sprake, al 'naar dat men 'de Kerk dtes 'Heeren van plaats tot plaats, bestuurd door eigen kerkeraad, neemt, of dat men op bet oog heeft het geheel van Kerken, dat classicaal, provinciaal, landelijk (sy.no.daal) saam leeft, één in belijd'cnis, éen in 'doop, éen in geloof, éen in strijd' en éen in hop'C, saam leden van één en hetzelfde huisigezin, saam .kinderen van één en 'denzelfden Vader.
Boven de Wezelsche Artikelen van 1568 staat 'd'an 'Ook : „'Beni'ge .bepalingen enz., welke de 'Dienaren 'dfer Nederlandsche Kerk voor ^iden, .dten; st .dezer K^rk deels noodzakéh'iliV'ÏÏéels nuttig hebben geoordeeld".
Gesproken wordt verdter in 'de inleiding van „de Kerke 'Gods" enz. ; maar tegelijk wordt gezegd : „Opdat nu in .alle Nederlandsche Kerken een volkom'in gelijke regeling van deze zaken in acht kunne genomen worden, heeft het ons goedgedaoht, enz opdat izij. tot eene voor de Kerk heilzame vrucht 'door de Nedenlandsche dienaren m'Ct eenparige overeenstemming bezegeld en onderhouden mogen worden".
Art. l zegt dan weer : „Aangezien het, vooreerst, om de Kerken op de rechte wijze te ordenen, inzonderheid noodig zal zijn enz."
Oemakfcelijk zouden 'wij hou'derd voor beelden k'unnen .aanvoeren ten bewijze, dat door onze Vaderen nu eens van /(Ê-rfe en dan "•weer van Kerken gesproken is, al naar .dat gedoel'd wordt op 'de plaatselijke Kerken onder eigen kerkeraad, of op de Kerk dies lands, S'amenwonend in classicaal, provinciaal 'Cn synodaal veriband. Nu eens moet bet een, •dan weer moet \het 'andfer op den voorgrond gesteld wordfen en het lijkt 'ons buitengevvcon k'teinzielig 'cn onhistorisch om óf alleea „Kerken" óf alleen „Kerk" te willen schrijven-. Kerken meet, 'Om-dat •de 'plaatselijke Kerk niet van haar grond type en grondbeteekenis 'vvordfe bero-ofd, en K^rk ra'oet, o-midat we - geen Independenten, m.aar Qeref'O'rmeerden zijn !
'On'zc Vaderen hebben in art. 1 van de Wezelsche artikelen van 1568 't zoo juist uitgedrukt : „Aangezien het, .'voor re eerst, O'm de Kerken op .de rechte - wijze te ordenen, inzonderheid noodig zal zijn boven, en vóór alle 'dingen zorg te dragen, dat vrome, geleerde en in de kennis ^'Cr Schriften uitanuntende mannen, die het Woord - Go-ds recht weten te snijden, als dienaars en .herders over de Kerken gesteld 'worden en, niemand betwijfelt, .dat de kennis der talen en wetenschappen en 'de voortdurende oefeningen in het uitleggen der Schriften daartoe het meest baten ; en aangezien het voorts, wanneer de Kerken zijn geordend, alleszins dienstig zal zijn tot verkrijging en bewaring van .eenparige overeenste-mming zoowel in .de leer a'ls in de regehng van de ceremoniën en de tucht, voor zoover 'dit mogelijk is, dat er dikwijls saam'komende. vergaderingen van. genabuurde Kerken 'worden ingesteld, opdat iedere voorkomende zaak daar ter behandeling worde voorgebracht ; zoo. meenen wij .dat vóór alles - m.oet gearbeid worden, 'O'pdat er vooreerst Colleges van^wetenscbappien worden ingesteld, .waarin 'de .drie talen - worden O'üderwezen en 'inz.cnderh'eid de zuivere voorstelling en de nauwkeurige be-C'efening ' der gO'dgeleerdheid bloeie, en opdat 'tevens de 'on.derschei'dene Nederlanidsche provinciën ini b'epaalde en vaste dassen of parochiën worden afgedeeld, ten--eind'e een iedere K^rk weten, kunne met wie zij beeft te handelen en te raadplegen over alle meer 'gewichtige zaken, die haars inziens het cdgemeene belang .betreffen".
Wie dit eerste artikel van de Wezelsclie kerkelijke ordonnantiën uit het jaar 1568 leest, zal 'Opmerken, .dat 'onze 'Gereformeerde Vaderen, toen de uitbreidhi.g van 's Heeren geréform.eerde Kerk in dezen lande 'in - haar beginstadium was, aanstonds heldfer hebben gezien' langs W'elke .hoofdlijnen het kerkelijk leven zich hier, naar iGo'ds Woord, zou moeten ontwikkelen, wilde 'de uitkomst strekkeri tot eere Gods en tot-zegen van Kerk en volk.
Laten we een paar d'ingen U'Og eens •even laan onze; aandlaoht voorbij gaan, d; an krij'gen we :
Ie. Sl'O'e'gen 'onze Gereformeerde Vaderen het oog op 'de Kerken, 'w.eJke „in. geheel-Ne.derland" (art. 3) waren. 2é. Over die Kerken mioeste'n vrome, 'geleerde en in de 'kennis der Schriften nitni'untend'e mannen als dienaars en herders gesteld worden. Kennis der talen en oefening 'in het uitleggen der Schriften kon daartoe .het meest baten. (De zaak van , , de opleiding" van pred'ikanten 'dus !!) En 3e. zoudfen de Kerken tot verkrijging en bewaring van eenparige O'vereenstemming zoowel in 'de leer als in de regeling 'der ceram'oniën en 'de tucht, dikwijls moeten samenkomen als , .genabuurde Kerken" - opdat iedere voor komende zaak daar ter behandeling worde voorgebracht, enz.
Prachtlijnen van 'Gereformeerd Kerkrecht !
En we zijn dian O'ok voortaan niet zoo 'kteinzielig 'meer, dat we .niet 'willen en niet 'durven spreken van Kerken. We zijn-ook niet zoo eenzijdig halsstarrig, 'dat we aiiet willen spreken van Kerk.
Want de Gereformeerde Kerken va'h geheel Nederland — - hebben .onze 'Gerefo-rmeerde Vaderen reeds te Wezel, in 1568 .gezegd, — hooren bij 'e.lkaar en moeten zich één •gevO'e.len „'tot verkrijging en bewaring" van de éénheid 'in beüjdeinis en Kerkorde.
Noch 'de zelfstandigheid van 'de plaatselijke Kerk .m, ag verloren 'gaan, noch & ^ 'S.aamhoorigheid en de éénheid van de Kerken „in geheel Nedfe-rland" mag.vergeten worden ! ' '"''
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's