De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

Drie gewichtige punten.
Het nieuwe Kabinet heeft Donderdag j.l. zijn intrede in de Tweede Kamer gedaan en bij die gelegenheid bij monde van den Minister-president eene regeeringsverklaring afgelegd, waarin mededeelingen werden gedaan in verband met het eindigen der Kabinetscrisis.
Uit deze mededeelingen blijkt, wat onze lezers reeds weten, dat de pogingen om een parlementaire meerderheid in het leven te roepen, zij het ook in losser verband, en welke tot basis zoude kunnen dienen voor een gelijknamig Kabinet, zijn mislukt.
Onder deze zorgvolle omstandigheden, — gelijk minister De Geer zich uitliet — is het extra-parlementair Ministerie opgetreden, dat zich bereid verklaarde in dezen, ook zijns inziens uiterst onbevredigenden toestand, de leiding van 's Lands zaken te voeren.
In de regeeringsverklaring nu treffen ons drie dingen, welke de bijzondere vermelding waard zijn.
In de eerste plaats ziet het Kabinet zijn optreden slechts voor beperkten duur gesteld. Het wil niet anders dan een tusschen-Kabinet zijn, dat van voornemen is om, zoodra zal blijken dat zich weer een parlementaire meerderheid zal hebben gevormd, zijn portefeuilles ter, beschikking van de Koningin te stellen. Met deze afbakening van eigen levensbestaan moedigt het Kabinet op loyale wijze aan om weer in de volksvertegenwoordiging tot het parlementaire stelsel terug te keeren.
In de tweede plaats neemt het Ministerie 't standpunt in, dat de politieke vraagstukken, die verband houden met de partijgroepeering, zooals die tot dusverre hier te lande heeft bestaan, zullen blijven rusten en gehandhaafd blijven in het stadium, waarin zij op dit oogenblik verkeeren. De regeering handhaaft dus het status-quo, d.w.z. den toestand, waarin op heden de politieke vraagstukken zich bevinden, zoodat van een voortbouwen op de christelijke grondslagen van ons volksleven geen sprake zal zijn. Van een afdoening van de aanhangige Zondagswet, van het voorstel inzake de lijkverbranding, van een afschaffing van den stemplicht en van zoovele andere gewichtige onderwerpen meer, zal dus niets komen; zelfs zal in den gedachtengang van de regeering het door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp betreffende de bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van den bioscoop, dat nog bij de Eerste Kamer aanhangig is, blijven liggen.
En ten slotte zal het Kabinet opnieuw bij de Tweede Kamer indienen een voorstel tot het toestaan van gelden ten behoeve van den gezantschapspost bij het Vaticaan. Het votum der Tweede Kamer van 11 November wordt dus als niet beslissend beschouwd. Er zal een nieuwe uitspraak van de Kamer van Honderd noodig zijn, al staat het daarbij vast, dat hoe de stemming over het voorstel ook zal uitvallen, het Kabinet daaraan geen politieke gevolgen zal verbinden. 
Op drie belangrijke punten heeft dus het Kabinet—de Geer zich in de regeeringsver­ klaring van Donderdag uitgesproken De besprekingen, welke in de Kamer naar aanleiding van deze verklaring gehouden worden, zullen ongetwijfeld nog meer licht aangaande den aard en het karakter van het Kabinet doen opgaan.
Wat we echter nu reeds van 't Ministerie weten, is voldoende om een voorloopig oordeel over het extra-parlementaire Kabinet te vormen. 

Ongedachte hulp.

Reeds sedert jaren is het vraagstuk aan de orde van het handhaven in den dienst van de Overheid van de gehuwde ambtenares en de gehuwde onderwijzeres.
Nog zeer kort geleden werd bij eene wijziging van de Lager Onderwijswet 1920, de Gemeenteraad gemachtigd om te bepalen dat onderwijzeressen beneden de 45 jaar, indien zij huwen, ontslagen worden.
De grond, waarop het verleenen van dat ontslag berust, is, dat de gehuwde ambtenares en de gehuwde onderwijzeres, hun plaats n i e t op het kantoor of in de school moet hebben, maar in het gezin behoord te vinden.
Dat dit beginsel verzet uitlokt bij de Vrijzinnigen en Sociaal Democraten, die ten aanzien van het gezinsleven een heel andere beschouwing hebben als de christelijke partijen, is begrijpelijk.
Toch schijnt er in den laatsten tijd een kentering in den gedachtengang van  eerstgenoemden te komen.
Een merkwaardig staaltje daarvan vindt men in een der voorstellen voor de jaar vergadering van den "Bond van Nederlandsche Onderwijzers", den welbeken Bond van Onderwijzers, die voor een groot gedeelte aangesloten zijn bij de Socialistische en Democratische Arbeiderspartij.
De afdeeling Koog—Zaandijk—Westzaan van den Bond stelt voor ter tegemoetkoming aan een door velen gevoelde onrechtvaardigheid, de gehuwde onderwijzeres- niet kostwinster van de school te verwijderen.
Men merkt dadelijk op, dat dit voorstel niet in de pen is gegeven door beginsel overwegingen, maar dat het zich plaats op een nuttigheidsstandpunt. 
Het aantal onderwijzers dat op dit oogenblik rondloopt, zonder dat het een betrekking kan machtig worden, is toch zoo onrustbarend groot, dat naar een uitweg wordt gezocht.
Dit gevoelen ook de „roode" onderwijzers aan den lijve. En daarom doet zich ook bij hen de vraag voor, of het wel aangaat de gehuwde onderwijzeres, die geen kostwinster is, op de school te handhaven, en den onderwijzer ten faveure van zijn vrouwelijke collega's werkloos te laten rondloopen.
Zoo komt er ongedachte medewerking al geschiedt dit op grond van andere overwegingen, om te geraken tot het ontslag van de gehuwde onderwijzeres uit de dienst van de Overheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's