De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

De al of niet-houdbaarheid der Orthodoxie.

De Vereeniging tot Verbreiding der Vrije Religie hield dezer dagen in het gebouw der Vrije Gemeente een openbare debat-vergadering over het onderwerp: „De al of niet houdbaarheid van de Orthodoxie".
Sprekers waren de heeren dr. Horreüs de Haas uit Zwolle (Vrijzinnig) en dr. G. Oorthuys uit Amsterdam (Orthodox).
Dr. Horreüs de Haas was de eerste spreker. Spreker begon met op te merken dat de hier behandelde vraag loopt over het feit, dat, naar spreker meent, het orthodox Protestantsch beginsel, zooals uitgesproken in de drie Formulieren van Eenigheid, onhoudbaar is, dus het historische orthodoxe geloofssysteem en wel meer speciaal, dat de wereldbeschouwing, bijbelbeschouwing, Godsbeschouwing en menschbeschouwing, gebouwd op dit orthodoxe beginsel, onhoudbaar zijn.
Luther en Calvijn, aldus spreker, konden niet weten dat de mensch in de 20e eeuw een geheel anderen blik op de wereld en den samenhang der wereldgeschiedenis zou hebben en zij konden niet weten wat de moderne wetenschap door haar uitvindingen zou brengen en wat de resultaten daarvan zouden zijn. Zij moesten rekening houden met het licht, dat zij hadden, en bouwden daarop de orthodoxe wereldbeschouwing. Doch daardoor is die wereldbeschouwing in dezen tijd ook niet houdbaar meer. En daarmee hangt zeer nauw samen de Bijbelbeschouwing. Het Oude Testament is volgens de vrijzinnige beschouwing een stuk oud-Joodsche litteratuur, het Nieuwe Testament een stuk oud-christelijke Litteratuur en de gedachte, dat de Bijbel het onfeilbare Woord der Waarheid zou zijn, is niet houdbaar. Trouwens de origineele handschriften van den Bijbel bestaan niet meer, er zijn slechts afschriften, waarin bijvoegingen hebben plaats gehad, zooals Cyprianus den bekenden tekst 1 Joh. 5: 7 heeft ingevoegd. Van het leerstuk der woordelijke ingeving van den Bijbel kan iemand, die de feiten kent, geen aanhanger meer zijn. Dat wat het uiterlijke van den Bijbel betreft. En wat betreft het innerlijke met al zijn onaannemelijkheden en onverstaanbaarheden, wie iets van de moderne wereldbeschouwing weet, kan de daarin gegeven denkwijze niet aanvaarden. Spreker wees op verschillende onaannemelijkheden in Genesis, op de verschillen in de geslachtsregisters aan het begin der Evangeliën, op het verschil tusschen de bergrede bij Mattheüs en Lucas, op het verschil van het opstandingsverhaal en van de verschijningsgeschiedenissen bij Mattheüs en Lucas. Voor de Vrijz. godsdienstigen zijn dit geen moeilijkheden; doch wel voor de orthodoxie, die de letterlijke onfeilbaarheid van den Bijbel handhaven wil, en nu met min of meer gekunstelde vondsten komt om die verschillen te verklaren.
Erger is het echter, dat er in den Bijbel zedelijke onaannemelijkheden zijn de doodstraf voor den mensch, die gedood heeft, doch ook voor het vee, dat gedood heeft; de vernietiging van alles in Jericho; de opoffering van zeven nakomelingen van Saul aan de Gibeonieten, omdat Saul een bloedschuld over het land had gebracht 2 Sam. 21. Voor de vrijzinnigen zijn die plaatsen als oud-Joodsche geschiedenis verklaarbaar, doch voor de orthodoxie zijn hier groote moeilijkheden en met de z.g.n. organische inspiratie-theorie komt men er in de orthodoxie niet.
Dit alles beteekent, dat waar men deze Schriftbeschouwing min of meer, doch voor een deel geheel onlosmakelijk verbonden is, de dogmatiek der orthodoxie, die dogmatiek niet houdbaar is.
Spreker bestreed, dat de blijdschap in de wrake Gods over de verdoemden (zooals de Geloofsbelijdenis leert) en de leer der uitverkiezing (zooals in de Dordtsche leerregels is neergelegd), de geest van Christus is.
Wij moeten, zoo besloot spreker, recht doen aan het waarheidsdeel in de Schrift, doch ook recht doen aan datgene wat wij in 30 eeuwen geleerd hebben en zoo moeten wij opbouwen de nieuwe wereldbeschouwing. Dat is de moderne-godsdienstige denkwijze.
Dr. G. O o r t h u y s, hierna het woord verkrijgend, betreurde het dat de eerste spreker zooveel is ingegaan op allerlei kleinigheden en het groote stuk der orthodoxie, het: „Jezus Christus, de Middelaar", vrijwel heeft laten rusten. Toch wilde spreker op enkele dier kleine punten even ingaan, b.v. op de uitverkiezing. Spreker wees er daartoe op, dat Christus zélf herhaaldelijk, zij het met droefheid, gezegd heeft: „Die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden". De uitverkiezing is geen willekeur van God, doch God wordt in Zijn souvereiniteit en almacht niet gebonden aan het ja of neen van den mensch op Zijn evangelie. Zoo ging spreker op de verschillende detailpunten in; van tegenstrijdigheid in de opstandingsgeschiedenissen is hem niets bekend en wat andere door den eersten spreker genoemde zaken betreft, hij is in gebreke gebleven de „vondsten" der orthodoxie als onaannemelijk te bewijzen.
Doch daarna tot de hoofdzaak komend zei spreker, dat hij tegenover de stellingen van dr. De Haas gesteld heeft de stelling: „De orthodoxie houdt zich aan en wordt gehouden door het Woord Gods. Zeer opzettelijk heeft spreker die uitdrukking: „Het Woord Gods", gekozen (al is voor hem de Bijbel Gods Woord) omdat het Woord Gods is een levende en altijd levend blijvende waarheid en persoon. God heeft zich geopenbaard in de schepping, in de woorden der Profeten, doch bovenal in de vleeschwording des Woords. In den persoon, in het werk en in het woord van Christus, is de openbaring van het hart des Vaders.
Ieder, die biddend den Bijbel leest, zal niet allereerst op die z.g.n. tegenstrijdigheden stooten, doch zal uit dat zelfde Boek allereerst veel leeren ter verootmoediging van zijn eigen wijsheid. Is het ook niet merkwaardig — zoo zeide spreker — dat Christus en de Apostelen den Bijbel gehouden hebben voor Gods Woord? Spreker wees o.a. op Jezus' antwoord aan den duivel: „Er staat geschreven.
De eerste en voornaamste reden, dat spreker den Bijbel houdt voor Gods Woord, is het: „Hij (Christus) heeft het gezegd", daar Christus hem veel meer waard is dan het oordeel van alle geleerden. De tweede reden voor spreker is, dat hij het Woord niet behoeft op te houden, doch het Woord (Christus) wel voor zijn eigen zaak zal zorgen. En dat Woord Gods stelt ons allereerst tegenover de majesteit Gods. En dat is omkomen, vergaan. Een streven naar heiligheid is maar niet genoeg; neen, in het Oude Testament geldt het: „Zijt heilig, want ik ben heilig" en in het Nieuwe Testament staat Jezus' woord (waarin trouwens altijd de Wet en Profeten scherp gehandhaafd worden): „Weest dan volmaakt, gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is".
Zoo is het Woord Gods maar niet een dood boek, neen, het is de Wil des Vaders. En de mensch, die daartegenover komt te staan, komt om.
Doch het Woord Gods bevat ook de boodschap des behouds „Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u ruste geven"). Christus heeft de schuld en de straf der zonde gedragen tot in de God-verlatenheid op Golgotha.
De inhoud der Schrift is — zoo besloot spreker — dat God zoo heilig is, dat Hij liever dan de zonde ongestraft te laten, die aan Zijn eigen Zoon heeft vervuld. God heeft van den eisch van Zijn wet geen tittel of jota laten vallen en in den Zoon Zijner liefde heeft Hij een volkomen betaling der zonde geschonken. Jezus Christus is mijn gerechtigheid voor God, dat is de kern der orthodoxe leer.
Nadat enkele oogenblikken was gepauzeerd, kreeg elk der sprekers een kwartier voor repliek.
Dr. Horreüs de Haas zeide met grooten eerbied en waardeering en zelfs gedeeltelijk met instemming het getuigenis, het resultaat der zedelijke godsdienstige worsteling van dr. Oorthuys te hebben gehoord, doch daarin ligt het verschil niet. Doch het verschil ligt hierin, dat de orthodoxie den mensch aan den letterlijken inhoud van den Bijbel bindt, ondanks al de onverklaarbaarheden en tegenstrijdigheden, waarvoor men dan komt. Van het meerder licht, dat de wetenschap gebracht heeft, waardoor men moet komen tot een. gansch andere wereldbeschouwing dan die door Luther en Calvijn, bij het licht dat zij hadden, is opgebouwd, wil men niets weten. En dr. Oorthuys is in gebreke gebleven de traditioneele opvattingen over de bijbelgedeelten, door spreker genoemd, te verdedigen. De zaken, door spreker genoemd, zijn maar niet kleinigheden van den buitenkant, want daar mede hangt voor de orthodoxie de geheele bijbelbeschouwing samen. Het „Christus heeft het Zelf gezegd", gaat niet op, want de vraag is juist of Christus het gezegd heeft of dat het is de indruk, de opvatting, die de bijbelschrijvers hadden, bij het licht dat zij hadden. Daarom hangen die zaken samen met de geheele Gods en Christusbeschouwing, doch niet met den zedelijken en godsdienstigen waarheidszin, die de vrijzinnige ook aanvaardt. 
Dr. Oorthuys repliceerend, zeide, dat het de gewoonte is der Modernen om allerlei teksten, waar zij het niet mee eens zijn, uit den Bijbel te schrappen, om Christus zoo te maken tot een modernen dominee, wat Hij echter niet is. En nu heeft dr. Horreüs de Haas gezegd, dat spreker de gangbare opvatting had moeten verdedigen, doch dat is de bewijslast leggen daar, waar zij niet behoort. Hij zou de onhoudbaarheid der orthodoxie bewijzen en op hem rustte dus de bewijslast. Spreker stelde nu nog eens tegenover de vrijzinnige wereldbeschouwing den rijkdom der orthodoxe wereldbeschouwing met haar: „dat alles geschiedt naar Gods Raad", zoodat ook als wereld en duivel schijnbaar de overwinning behalen — zooals bijvoorbeeld op Golgotha—, zij nog niets anders kunnen en mogen doen dan Gods Raad vervullen, zoodat Christus, als Hij is opgestaan; Zijn jongeren, die getwijfeld hebben, met een beroep op de Schrift voorhoudt : „Moest de Christus niet alzoo lijden".
Spreker besloot met de bede, dat zijn hoorders biddend den Bijbel zullen lezen en zoo God in Christus zullen ontmoeten.
Hierna, ging de zeer druk bezochte vergadering, die een volkomen ordelijk verloop had, uiteen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's