De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De sprake van het kruis van Christus

15 minuten leestijd

Alwaar zij Hem kruisten. Johannes 19: 18a.

Waarde Lezers,
In deze laatste lijdensweek vengunt de Heere het aan Zijne Gemeente nog eens haar oog te vestigen op Jezus, den Man van smarten, om Hem straks met blijden jubel te mogen begroeten als den Heere der heerlijkheid.
Wij vinden dan ook voor heden ons tekstwoord geschreven op den heuvel Golgotha: Alwaar zij Hem kruisten.
Wat al lijden tusschen den staat der vernedering en den staat der verhooging! Dat lijden naar lichaam en ziel bereikt zijn hoogtepunt op den Berg der jammeren. Jezus aan 't kruis! De steen, dien door de tempelbouwers verachtelijk een plaats ontzegd was, is van God ten hoofd des hoeks gelegd; tot verbazing der beschouwers. Het is voor u, kinderen Gods, een wonder, ondoorgrondelijk, nochtans een heerlijke zielsbevinding. Uw oor en hart zijn door des Heeren Geest geopend voor de sprake, die er van het kruis van Christus uitgaat. Zijn kruis houdt een hartroerende prediking, die een geloovige ziel nimmer zal vergeten. Het getuigt:
a. Van zonde;
b. Van lijden;
c. Van oordeel;
d. Van genade.

a. Van zonde. Er is gezondigd op de aarde, lang en veel. Gezondigd van het verloren Paradijs aan, door Eva 't eerst en daarna door Adam, en in hem door het gansche menschelijke geslacht; dus ook door mij en u. Wij allen hebben van de verboden vrucht gegeten en die zondevrucht zal nog door menigeen geplukt en gegeten worden. Dag aan dag wordt er gezondigd, altijd meer. Hooge bergen van zonde en schuld veheffen zich. Van allen kant wordt het den zondaar toegeroepen: Onrein. Melaatsch, van den hoofdschedel tot den voetzool toe. Ons eigen hart is vol van zonde en ongerechtigheid. De zonde maakt scheiding tusschen den Heiligen God en den onheiligen mensch. Niemand der menschen kinderen kan bestaan voor den driemaal Heilige.
God sloeg van 's hemels troon Zijn oogen naar beneden, op Adams kroost, doorzocht hun hart en zeden; Hij zag, of zich geen mensch verstandig droeg en naar Hem-vroeg. Hij zocht alom, maar ach, Hij vond er geen. Geen sterveling wil 't pad der deugd betreên, ja zelfs niet èèn. (Psalm 53).
O, hoe ontzettend ! Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Hoe vreeselijk de zonde in 's Heeren oogen is, wij zien het aan den Christus Gods aan het kruis, in Hem werd de zonde bezocht. Hij moest tot zonde gemaakt, om de zonde Zijns volks te verzoenen; Hij, het Heilige, uit Maria geboren. Dat zegt Zijn kruis tot allen, dien het uit genade gegeven is te gelooven. Dat zou Kajafas, de Hoogepriester, niet verstaan hebben. Hij zou bij Christus' kruis uitgeroepen hebben: Zoover heb ik het gebracht. De geestelijke rechters zouden het evenmin verstaan hebben. Zij hadden bij Christus' kruis gejuicht: Wij hebben tegen Hem raad gehouden. Judas Iscarioth zou er óók geen oor voor gehad hebben. Had hij, staande bij Christus' kruis, de bittere klacht: Mij dorst, vernomen, hij zou het andermaal uitgeschreeuwd hebben: ik heb gezondigd, verradende onschuldig bloed. Wat al stemmen van zonde! Doch óók wordt de stemme des Heeren gehoord: Dat alles is geschied naar Mijn eeuwig plan en raadsbesluit tot zaligheid van Mijn volk. Jezus Christus moest den kruisdood sterven naar de Schriften, daartoe overgegeven door den bepaalden Raad en voorkennis Gods. Gods volk staat geheel anders bij het kruis van Christus, dan de wereld. Daar staande, pleiten zij zichzelf niet meer vrij. Gods Geest heeft ze reeds van zonie overtuigd. Zij roepen het uit met beschaamdheid des aangezichts: ook wij hebben getimmerd aan Christus' kruis. Daar zijn al hunne zonden openbaar geworden. Maar óok — en ziet hier Gods eeuwig welbehagen — kwam Zijn Geest krachtig te werken aan en in het hart van Zijn dierbaar volk, dat daar stond, zichzelf verfoeiend, slaande op de schuldige borst en smeekende: O God ! wees mij zondaar genadig! Het werd hun toen zoo duidelijk dat Christus de Heere aan het kruis hing om hunne zonde, dat al hunne ongerechtigheden op Hem kwamen. Daar smeekten zij het: O, dierbare Heere Jezus Christus! raak van Uw, kruis mijne lippen aan met heilig vuur en doe mij spreken met een verbrijzeld hart en met een verslagen geest: Ik heb gezondigd, zwaarlijk gezondigd. Wees mij genadig, o Heere! Daar ook mocht het met den onderwijzer hunne belijdenis zijn: Door Christus' kruis ben ik zeker, dat Hij de vervloekinig, die op mij lag, op Zich geladen heeft. (Zondag 15).

b. Van lijden. Golgotha verhaalt ons de aandoenlijkste lijdensgeschiedenis die ooit op aarde geleden is. Is er zonde — er is ook lijden. Wij denken aan de valsche beschuldigingen, aan de martelingen en de geeseling. Wij denken aan Zijn zielelijden in den hof van Gethsémané, waar Hij benauwd en geperst werd totdat het volbracht was, waar Zijn zweet als druppelen bloeds werd.
Wij zagen Hem uit dien hof henenleiden, der geeseling en den kruisdood tegemoet. Wie telt de beleedigingen, de wonden, Hem geslagen? O, ziet Hem daar hangen aan het kruis met den lijdenstrek op Zijn heilig gelaat, met de nagelen door handen en voeten. Hoort Zijne ontroerende bede: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, en Zijn smartelijke, klacht: Mij dorst! Wel moest Hij den lijdensbeker ledigen tot den laatsten droppel. Van alles is Hij beroofd. Niets heeft men Hem bespaard. Welk een mysterie! Aan Christus' kruis is al het lijden der Zijnen uitgeleden. Daar werden zij door den Heiligen Geest altijd dieper in de waarheid ingeleid dat Christus Die geen zonde gekend noch gedaan heeft, tot zonde gemaakt is, opdat zij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Zij mochten daar hun Verlosser zien, beladen met de straf en den toorn Gods, waardoor Hij hun van God geworden, is: wijsheid en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing. Het werd hun daar tot een heerlijke openbaring, dat Jezus Christus, hun dierbare Jezus, als hun Borg en Plaatsbekleeder aan het kruis hing, dat Hij hunne smarten, hun lijden, hunne zonden wegnam. Bij Christus' kruis gedachten zij, hoe zij eens in de golven hunner ongerechtigheden bedolven werden, hoe hunne krachten weken en bezweken, maar ook, daar was de Heere hun verbroken hart en hun verbrijzeld en bedrukt gemoed nabij en goed. Zij mochten daar het woord der vrijspraak vernemen en werden verlost. Hun tollenaarshart smeekte het: O God, wees mij zondaar genadig en zij mochten naar huis gaan gerechtvaardigd.

c. Van oordeel. Op zonde volgt oordeel. Het oordeel Gods is menigmaal gegaan over de zondaren en den vervloekten aardbodem. De wateren van den zondvloed, de vuurregen van Sodom en Gomorra, de verdrukkingen der volkeren, de rampen en verschrikkingen in eigen land en daarbuiten, de benauwdheid der ziel en de angsten der hel — het spreekt alles van een oordeel Gods. O, neen, zegt dat vooral niet in het openbaar; het wordt u hoogst kwalijk genomen. Wat men ook zegge: Schrift en getuigenis bevestigen het keer op keer.
Ach! werden dezulken nog eens naar Golgotha gedreven om in den gekruisigden Jezus, den Nazarener, 't verschrikkelijk oordeel Gods over het zondige menschdom te zien: zij zouden de hand op den mond leggen en zich in zak en assche diep verootmoedigen; zij zouden aanschouwen de benauwdheden, den brandenden dorst en dien vreeselijken kruisdood van Christus. En waarom toch dit alles? Omdat de gansche wereld het voor Gods aangezicht verdorven had en voor God verdoemelijk is! Waarom? Omdat God Zijn eigen Zoon gezonden heeft in de gelijkheid des zondigen vleesches. Hem, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Op Golgotha gaf de Heere een openbaring als nergens elders. Daar werd het zichtbaar, dat een verterend vuur voor Gods aangezicht heen ging en dat  geen sterveling in Zijne heilige oogen kon bestaan. Maar ook werd het daar den kinderen Gods geopenbaard, dat het oordeel der verdoemenis van hen was weggenomen, daar zij in Christus Jezus waren. Tot hen kwam daarentegen de blijde boodschap der zaligheid: Bij Mij, den Heere, uw Ontfermer, is goedentierenheid en veel verlossing.

d. Van genade. Rechtvaardigheid en heiligheid eischten voldoening. Christus de Heere gaf ze aan Zijn Vader, en toen straalde er genade uit in het hart van Gods kinderen. Het kruis van Christus werd hun een eerzuil van Gods liefde. Golgotha werd een vluchtheuvel voor alle benauwden en vervolgden vanwege hunne zonde; voor dorstige zielen, die daar lafenis ontvingen; voor hongerige zielen, die daar gespijzigd werden; voor de vermoeiden en beladenen die daar de ruste van Gods volk ontvingen; voor de bekommerden, die daar vertroost en opgebeurd werden. „Het is volbracht", dat zonk door den Goddelijken Geest diep in hun harte in. Alle ware bidders om genade vonden daar verhooring, uit kracht van het dierbaar bloed van het ware Paaschlam, dat geslacht werd. Zulk een genade hadden zij nooit durven verwachten. Onwaardig in zichzelf en tóch — een voorwerp van Gods genade in Christus, dit maakte hen onder zoovele gunstbewijzen verlegen en sprakeloos van dank. Nochtans dringt hen de Geest der dankzegging tot de ootmoedige en hartelijke belijdenis: O, Heere, hoe groot is Uw goed, Uw zaligheid, door Christus voor mij aan het kruis verworven!
Helaas! de groote massa verstaat nog niets van deze kruisprediking. Reeds de profeet des Ouden Verbonds moest het uitklagen: Wie heeft onze prediking geloofd? Moest ook later niet de Apostel Paulus, die de banier des kruises hoog verhief, getuigen, dat het Woord des kruises dwaasheid is voor hen, die verloren gaan? En heden ten dage is het kruis van Christus nog voor menigeen een steen des aanstoots, een ergernis en dwaasheid. De wijsheid der wereld ergert zich aan het kruis en vertrapt het, doch nog altijd heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die gelooven. Door de dwaasheid der kruisprediking is er niets overgebleven van de wijsheid der wereld. Het is dan ook de wijsheid der slang, die wijs wilde wezen boven hetgeen de Heere had geopenbaard. Dat is de wijsheid, die het Paradijs verzondigd heelt, die den dood verkoos boven het leven, den vloek boven den zegen het bloed der vergelding boven 't bloed der verzoening.
Moge dan maar meer ons gebed opgaan tot den troon der genade, dat het den Heere behage om het ons te openbaren, dat ondanks de wijsheid der wereld, Christus aan het kruis: de kracht en de wijsheid Gods is. Van dat kruis daalt wondermacht neder in zielen, dood in zonden en misdaden. Het bloed des kruises reinigt de zielen, vergeeft de zonden, deelt vrede en zaligheid mede. Hij, die er aan hing, is de kracht Gods, Die verlost, Die troost en heiligt. Hij is de Christus, Die alle macht heeft. Die alléén zonde, wereld, dood, duivel en hel kon overwinnen. Hij is het, God geopenbaard in het vleesch, Die het den gegevenen des Vaders toeroept: Hebt goeden moed. Ik heb het voor u volbracht; Ik ben u een God van volkomen zaligheid.
Ja waarlijk, het kruis van Christus is 't opgerichte teeken dat nog wordt tegengesproken, maar ook het teeken, dat de strijdende Kerk van Christus heenwijst naar Boven, waar de triomfeerende Kerk zich verlustigt in de overwinning van den Leeuw uit Juda's stam, den Goddelijken Sleuteldrager van de deuren der hel en des doods. O, zalige dwaasheid der kruisprediking! Heerlijke sprake, die er van het kruis van Christus uitgaat, zoo roept het ware Zion heilig-verwonderend uit.
Waarde Lezers, mag dat ook uw taal zijn ter eere van den Goddelijken Overwinnaar, den Alpha en den Omega? Wij wenschen het u van ganscher harte toe. Wij bidden u de genade van een doorboord oor en hart toe, zoodat gij de sprake van Christus' kruis moogt verstaan. De Heere zette uwe voeten op den weg, die leidt naar Golgotha, naar den Christus Zelf! Het worde u vergund daar veel te mogen vertoeven. Er gaan zulke heilige, ernstige roepstemmen van het kruis uit. Een weltoebereid hart wordt getroffen door de hartroerende bede van Christus' wege: Laat u met God verzoenen. Afgedwaalde schapen en afkeerige kinderen vernemen daar de roepstem: Vliedt toch naar Mijn kruis. O, Mijne schapen en Mijne kinderen. Ik zal u van uwe afdwalingen en afkeeringen genezen. Ik wil u het vlieden tot Mijn kruis gemakkelijk maken. Ik Zelf trek er u heen. Er gaat aantrekkingskracht van Mijn kruis uit. Ik weet 't wel, dat gij zwak zijt en gansch onbekwaam. O, gewis, als Jezus de Gekruisigde ons maar trekt, dan komen wij wel bij Zijn kruis en dan leert onze ziel het daar wel om te hongeren naar het levende Brood en te dorsten naar de wateren des levens om niet.
De trekkende Jezus, hangende aan 't kruis, ruimt alle hinderpalen weg, maakt effen paden in de zonde-wildernis. Het voorhangsel is immers gescheurd van boven naar beneden, middendoor. De eenig-ware Hoogepriester is in het binnenste heiligdom met Zijn dierbaar bloed ingegaan en heeft voor heel Zijn volk een eeuwige verzoening teweeggebracht. De weg is voor hen gebaand en de toegang is geopend. De vrijmoedigheid om toe te gaan wil Hij ook schenken.
In het ontsloten hart spelt de Geest des Heeren het triomfwoord van Christus letter voor letter voor: Het is volbracht, en daarop mag zulk een hart het ootmoedig nazeggen: Ja, ook voor mij. Al de eer aan mijn eeuwig gezegenden Verlosser. Niet lang duren die zalige oogenblikken. Terecht is het gezegd: Zoo genoten, zoo vervloten. Gods kinderen overdenken nog zoo dikwijls hun „voorheen". Aan dat „ook voor mij" is veel voorafgegaan. Zij gedenken den dag waarop zij door Geestesdrang moesten uitschreeuwen: Heere, ik verga! Heere, help mij! Behoud mij! den dag waarop al de baren en de golven over hun hoofd gingen; den dag, waarop de Heere hen uit nood en dood verlost heeft. Zij zien zich nog liggen in de diepte der ellende, bedolven onder hunne bloedschulden. Het was gansch donker voor hun ziel, totdat het den Heere behaagde één lichtstraal van Zijn vriendelijk aangezicht neder te zenden in hunne ellende en zieleduisternis, en wat mochten zij toen aanschouwen? Op het punt van te bezwijken en om te komen was hun Redder zeer, zeer nabij. Zij voelden zich gedragen uit de diepte door Zijne veilige armen, en liggende aan Zijn borst mochten zij het vernemen: O! Mijn zoon. Mijne dochter! Ik heb van eeuwigheid reeds naar u gedorst, naar u gezocht en nu heb Ik u gevonden; voor eeuwig. Een volheid van zaligheid smaakte toen de ziel en in die volheid mocht zij het Paaschlied aanheffen: de Heere is waarlijk opgestaan en is ook van mij gezien. Gedenkende aan hun „voorheen" en „het heden" begeeren zij van ganscher harte veel te verwijlen op Golgotha, bij Christus' kruis. Daar werd het hun bij Geesteslicht getoond hoe Christus met Zijn eigen bloed het „voldaan" schreef op hun zonderegister. In Christus' kruis zagen zij ook hun eigen kruis gedragen en in Jezus' klacht hoorden zij hun eigen klacht uitspreken. Daar vonden zij den balsem uit Gilead voor hunne zielewonden, daar vertroosting en verkwikking, uitkomsten tegen den eeuwigen dood. Daar ook mochten zij de belofte ontvangen dat de Goddelijke Overwinnaar bij hen zou zijn in hunne laatste uren om lippen en harten te bereiden tot de bede: Heere! ontvang mijnen geest!
Er wordt nog een andere roepstem van Christus' kruis gehoord. Vóór de Heere Jezus den kruisdood zou onder­ gaan, riep Hij het Zijn jongeren toe, als ranken van Hem, den waren Wijnstok: Blijft in Mij!
Hun klinkt het heden in de ooren: Blijft bij het kruis en bij de kruisprediking. Er is niets in de gansche wereld, dat het kruis verdringen noch vervangen kan. Daar alleen kan de onrustig gemaakte ziel rust en vrede, vinden, want daar hangt de ware Silo. Daar, bij de Fontein aller goederen ontvangen zij kracht om al de roepstemmen van het kruis te bewaren: in hunne harten. Zij worden hun medegegeven tot troost onder smart en strijd, bij al de aanvallen en aanvechtingen des duivels. De duivel zal hen wel opzoeken, doch geen gevaar, als hij ze maar vindt bij Christus' kruis. Dat kruis is hem te machtig. Hij zal van hen vlieden. Wanneer de dood hen vindt, voor hen geen gevaar, want zij rusten in Jezus' armen en hun brekend oog is op het kruis gericht. De dood is voor hen verslonden tot overwinning. Het eeuwige, leven is voor hen weggelegd en bewaard en wacht hun.
Nog een laatste roepstem komt er van het kruis tot Zijne duurgekochte Gemeente: Leeft bij het kruis. Wat is het al onuitsprekelijk zalig, wanneer de geloofshand zich mag uitstrekken naar het kruis en het mag omklemmen. Zalig, wanneer daar de ziel wordt ingeleid in 't heilgeheim Zijner vrienden: 'de goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen, en dat niet alleen: Hij geeft hun ook het eeuwige leven, zoodat zij niet zullen verloren gaan in der eeuwigheid.
Een leven bij 't kruis is een geloofs-, een gebedsleven. De vrome ziel wordt door den Geest der gebeden steeds meer onderricht in de „heilige kunst" van het bidden. Daar smeekte zij het dan ook bij de ontsprongen Fontein des levens: Gun leven aan mijn ziel! en daar ook wordt haar het antwoord gegeven: Ik leef en gij zult leven. Niet alleen geeft de goede Herder aan Zijne schapen het leven, maar ook den overvloed, en wel in zulk een mate dat zij in beginsel het een Paulus mogen nazeggen: Ik ben met Christus gekruist en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij. En is dit leven nog met Christus verborgen in God, 't zal zich eens ontplooien in volle realiteit: zij zullen ook met Hem in heerlijkheid geopenbaard worden.
Met deze zekerheid des H. Geestes in het hart kan Christus' Kerk met blijde verwachting 't Paaschfeest tegengaan. Zij zal, naar Art. 21, allerlei vertroostingen vinden in Jezus' wonden en door deze eenige offerande in eeuwigheid volmaakt worden. Zoo zij het!
O.-Nijkerk.                                                                                          H. van Elven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's