De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

Consequente doorvoering.
Ook uit de afzonderlijke mededeelingen der verschillende ministers blijkt, dat leden van het Kabinet — en dit was niet anders te verwachten — hetzelfde standpunt innemen ten opzichte van de te voeren politieke gedragslijn van het Kabinet de Geer, voorkomende in de regeeringsverklaring en bij monde van den voorzitter van den Ministerraad in de Tweede Kamer uitgesproken.
Deze gedragslijn is, zooals wij de vorige keer in ons blad neerschreven de handhaving van den Status quo, d.w.z. het bestendigen van den toestand, waarin bij het optreden van het nieuwe Kabinet de politieke vraagstukken zich bevonden.
Overduidelijk komt dit uit in de schrifturen welke de Tweede Kamer nu reeds van de ministers van Justitie en Arbeid mocht ontvangen.
Zoo deelt b.v. mr. Donner, op de vraag: of de minister bereid is de tegen de christelijke beginselen indruischende l ij k v e r b r a n d i n g, door 't voorstellen van strafbepalingen, te verhinderen, mede, dat het bestek, hetwelk het nieuw opgetreden Kabinet zich voor zijn werkzaamheden heeft moeten afteekenen, mede brengt, dat ten aanzien van het vraagstuk der lijkverbranding, de Status quo zal moeten worden gehandhaafd. Het gevolg van deze houding der regeering zal dus zijn, dat van verbod van het verbranden van lijken niets komt en dat de plannen, welke in de Residentie bestaan tot het bouwen van een tweede Crematorium, rustig voortgang kunnen hebben. 
Een zelfde standpunt neemt dr. Slotemaker de Bruine in ten aanzien van de v a c c i n a t i e b e p e r k i n g, waarvan deze beleidsman zegt: dat dit vraagstuk voor het Nederlandsche volk meer ligt in de zone van de politieke tegenstellingen, dan in die van de neutraliteit, zoodat in overeenstemming met de lijnen, die het tegenwoordig Kabinet zich voor zijn arbeid heeft getrokken, de zaak dient te blijven rusten,
De les, die men dus uit de verklaringen de beide ministers kan trekken, is, dat de politiek, welke het Kabinet zich heeft voorgesteld te volgen, consequent wordt doorgevoerd.

De huwelijkswetgeving.
Van onderscheidene kanten worden pogingen aangewend om de christelijke grondslagen, waarop ons maatschappelijk leven hier te lande rust, los te wrikken.
Zoo riep nog kort geleden de bekende "Vereeniging van Staatsburgeressen" alle organisaties op om meer dan tot op dit ogenblik het geval is, de aandacht te wijden aan het vraagstuk van de „Verbetering van onze oude huwelijkswetgeving".
Op een vergadering, speciaal voor dit doel belegd, stelde een der aanwezigen vast, dat Nederland tot de achterlijkste landen behoort wat de huwelijkswetgeving betreft. Er werd daarbij herinnerd, hoe herhaalde pogingen om in de huwelijkswetgeving verandering te brengen, mislukten, omdat zij afstuitten op den onwil van groote groepen in de maatschappij en wel bijzonderlijk op het verzet van de christelijke partijen strandden.
Een der gevaren, die de vrouw in het huwelijk onder de tegenwoordige wet loopt, is hare afhankelijke positie van den man. En om dat gevaar te ontkomen behoort in de allereerste plaats de actie van de Vereniging van Staatsburgeressen gericht te worden op afschaffing van het tot nog toe geldend beginsel, dat de man het hoofd is in het gezin. Deze bepaling uit onze huwelijkswetgeving is ouderwetsch en dient zo spoedig mogelijk te verdwijnen. Man en vrouw moeten in de huwelijksgemeenschap gelijke rechten bezitten. En wat in andere landen van West-Europa reeds werkelijkheid is, zal ook in ons land moeten komen. Dat deze voorstanders van wijziging in huwelijkswetgeving geen waarde meer hechten aan de ordinantiën, die de Heere Zijn Woord gesteld heeft en waarin de eisch gehoord wordt, dat de vrouw den man onderdanig zijn, valt diep te betreuren. Des te sterker wordt echter voor hen, die wat in de Schrift verordineerd wordt vasthouden, de roeping om den geest des tijds, ook ten aanzien van het huwelijk, te weerstaan.
Alleen door dit te doen behoedt men ons volk voor een verder afglijden langs het hellend vlak.

Het bankroet.
Zaterdag werd uit Londen geseind dat de Fransche franc tot de laagst gekende koers was gedaald. In Frankrijk neemt de financieele nood en het inflatiegevaar met den dag toe, wat ook voor ons, met betrekking tot den uitvoer naar dat land, groote beteekenis krijgt.
De Minister van Financiën, Briand, was verheugd toen hij in de vorige maand in het parlement tot delging van een tekort op Staatsbegrooting van 4200 millioen frs. een meerderheid kon vinden, welke tot beperking van uitgaven met 1800 millioen frs. wilde medewerken. Intusschen ziet men, instede dat allen de handen inéén slaan om aan het dreigend gevaar te ontkomen, in Frankrijk crisis na crisis intreden.
Dit moet natuurlijk spaak loopen. Het landsbelang wordt aan het partijbelang ondergeschikt gemaakt.
Komt daaraan geen einde, dan staat het bankroet voor de deur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's