De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

5 minuten leestijd

Paulus te Efeze.
In het „Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur" schrijft dr. M. van Rhijn het volgende:
„Zooals bekend is, verhaalt Handelingen 19 ons uitvoerig en op levendige wijze van het verblijf van den Apostel Paulus te Efeze. Nieuwere opgravingen hebben op dit bericht eenig nieuw licht geworpen.
De stad Efeze was oudtijds vooral beroemd om den zich daar bevindenden tempel van Artemis, die tot de zeven wonderen van de wereld werd gerekend. Van dezen tempel, die buiten de stad heeft gelegen, is zoo goed als niets meer over. Allerlei stukken van zuilen vindt men thans in het Britach Museum. Vooral zijn er ook tal van tempelinscripties ontdekt. Het gebouw zelf was ongeveer 160 voet breed en 340 voet lang. De „cella" of het „Heilige der Heiligen" was 70 voet breed en aan de bovenzijde open. Hier moeten ongeveer het altaar en het beeld van Artemis-Diana hebben gestaan. Vele honderden priesters zullen er aan den tempeldienst verbonden zijn geweest. Tal van priesteressen leefden in prostitutie en waren als zoodanig in den cultus opgenomen.
Van groot belang is, dat de „Asiarchen" en de „stadssecretaris" tot de ambtenaren behoorden, die ook in de inscripties werden aangetroffen. (Hand. 19:31 en 35). De stadssecretaris bleek een zeer belangrijk persoon te zijn geweest. Hij was verantwoordelijk voor het samenstellen van de besluiten, die aan de volksvergadering werden voorgelegd en hielp mede deze te ontwerpen. Bij volksvergaderingen, die gewoonlijk in het theater werden gehouden, was hij voorzitter. Zijn positie was van zóó groot gewicht, dat gebeurtenissen soms gedateerd worden naar het jaar, waarin de een of andere stadssecretaris zijn ambt bekleedde.
Wij weten welk een rol de stadssecretaris ook bij het oproer te Efeze, in Handelingen 19 beschreven, heeft gespeeld. Wanneer hij in zijn rede (vers 35) de stad Efeze de „tempelhoedster" (St. Vert. „Kerkbewaarster") van de groote Artemis (Diana) en van het uit den hemel gevallen beeld noemt, gebruikt Lucas 't woord „neookoros", dat ook in verschillende inscripties is teruggevonden.
Ook is gebleken, dat de kreet „Groot is de Artemis der Efeziërs" eene gebruikelijke formule in den eeredienst van Artemis is geweest.
De schouwburg, waarheen de Efeziërs Gajus en Aristarchus, metgezellen van Paulus, meesleepten (vs. 29), is opgegraven en bleek ruimte te bevatten voor ongeveer 25000 menschen. Ook heeft men te Efeze allerlei soorten van grootere en kleinere beelden van Artemis-Diana gevonden.
Al deze gegevens werpen stellig eenig belangrijk licht op hetgeen ons in Handelingen 19 verhaald wordt".

In de „Christelijke Encyclopsedie" heeft dr. K. Dijk, Gereformeerd predikant te Den Haag, een artikel geschreven over
Bevinding
Het luidt als volgt: In de Heilige Schrift komt het woord bevinding in de beteekenis van geestelijke religieuse ervaring slechts eenmaal voor. In Romeinen 5 vers 4 spreekt de apostel Paulus van bevinding: en de lijdzaamheid (werkt) bevinding en de bevinding hoop. En hier heeft het woord bevinding nog een specialen zin. Het wil hier zeggen: beproefdheid, en wijst aan den toestand van hem, die op de proef gesteld, proefhoudend is gebleken. De bedoeling van dezen tekst is, dat de lijdzaamheid, dit is de standvastigheid, onder de verdrukking de echtheid van ons geloof doet uitkomen en dat die bewustheid van ons geloof noodzakelijk leidt tot vaste hoop. Uit deze beteekenis, al heeft ze hier een bijzonder karakter, kan worden afgeleid wat wij onder bevinding in het algemeen moeten verstaan. Het woord duidt ons op beproefdheid en echtheid, en het bevindelijk religieuse leven is dus dat leven, waarin subjectief de echtheid van het geloof gekend wordt. In nauw verband met deze opvattingen, kunnen wij de volgende onderscheiding maken: tusschen geloof, ervaring en bevinding. Het geloof gaat voorop, het is het aangrijpen van de Waarheid Gods en de persoonlijke aanvaarding van het werk van Christus. Dan volgt de ervaring, waarin wij door de Waarheid worden gegrepen en die werkelijkheid in onze ziel ontstaat waarin wij genieten van wat Christus ons schenkt, terwijl de bevinding is het voor zichzelf bevestigd zien van de Waarheid des heils en een zieletoestand aanduidt, waarin de echtheid, de beproefdheid van het geloof blijkt. Deze bevinding komt in het Piëtisme, in de valsch mystieke kringen onzuiver voor. Men maakt van de bevinding een grond voor het geloofsleven en geeft aan de bevinding een centrale plaats. Mannen als Verschuir en Schortinghuis b.v. leeren, dat er tweeërlei kennis der Waarheid is. Allereerst een letterlijke of beschouwende, die men krijgt door het hooren en bestudeeren van de Schrift. En dan de bevindelijke en gestaltelijke kennis, die men krijgt door het gevoel. Zij is de eigenlijke, zij valt met het wezen des geloofs samen, zij kan los staan van de eerste — maar op die wijze worden object en subject, kennis en vertrouwen van elkander losgemaakt. De bevinding wordt het fundament der religie en de zekerheid ligt niet in het objectieve werk van Christus buiten ons, maar in de subjectieve ervaring in ons. Deze orde is niet naar de Schrift en is schadelijk voor het leven der mystiek. Wel eischt het gezond geestelijk leven bevinding, maar alleen op de basis van Gods Woord en alleen steunende op het geloof aan de Waarheid Gods. De bevinding kan zelve geen fundament zijn en dat volgens dr. Kuyper om vierderlei oorzaak. In de eerste plaats is het moeilijk zuivere en onzuivere bevinding te scheiden; ten tweede komt in de uiting der bevinding slechts de buitenste omtrek van het werk des Geestes in het licht; ten derde ontleent de zuivere stem der bevinding altoos haar klank aan de Schrift, en ten vierde is óf de uiting der bevinding een naspreken van anderen óf zoo sterk persoonlijk, dat zij ons niet tot basis van ons religieus leven kan dienen. De bevinding is daarom alleen zuiver, wanneer op den grondslag van 's Heeren Woord de werkingen der vertroostingen des Geestes in het diepst van ons gemoed ervaren worden en uit die ervaring de persoonlijke bevestiging en verzekering des heils voortvloeit.
Dan is de bevinding in den vollen zin de door de ervaring gewerkte innerlijke bevestiging van ons persoonlijk geloof in Christus, steunende op de openbaring Gods in de Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's