De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Waarlijk opgestaan

7 minuten leestijd

De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien. Lukas 24 vers 34.

Nooddruftigen zal Hij verschoonen,
Aan armen uit gena
Zijn hulpe ter verlossinig toonen.
Hij slaat hun zielen ga!

Ja waarlijk, Hij slaat hen gade in hun worstelen en neerzinken, in hun struikelen en benauwing. En Hij haast zich om bij hen te zijn en hen voor ondergang te behoeden.           's Heilands heilige gedragslijn bij Zijn reddend werken blijft bepaald door Zijn eigen woord: de gezonden hebben den Medicijnmeester niet noodig, maar die ziek zijn. Als Hij komt in Bethesda, dat vol ongelukkigen is, dan speurt het oog Zijner liefde zoekend rond en Hij vindt dien diepst-deerniswaardige, die 38 jaren vergeefs naar redding heeft uitgezien, doch „geen mensch heeft" om hem te helpen. En over dezen armste onder al die armen breiden zich Zijn dekkende vleugelen en strekt zich Zijn helpende hand uit; die hand, die zich altijd tot de kleinen, tot de kleinsten wendt. Zoo was het voor en na, zoo is het nog.
Zoo was het ook op den dag Zijner Verrijzenis, die dag van nooit volprezen waardij, toen de dood werd verslonden tot overwinning en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht werd gebracht; toen de fakkel der Opstanding werd geplant in een ledig graf, glorieteeken van den machtigen Doodsverwinnaar. Op dien grooten dag werden de sleutels van dood en hel Immanuël in banden gegeven, den Levensvorst, die opent en niemand sluit. Welk een voorrecht, onder Zijne vleugelen een schuilplaats gevonden te hebben! Hoe veilig, de schaduw van Zijn schuttend schild over u te weten! Als Hij voor u is, wie zal dan tegen u zijn? Niemand ruikt u uit Zijne hand. De losprijs is betaald: het rantsoen aanvaard. En als de morgen van den derden dag aanlichten gaat, klinkt het Amen des Vaders op het „Volbracht" van den Zoon. De greep van den geweldenaar der hel laat los, de ijzeren klauw ontspant zich, want het Zoen-werk van den Zoon wordt bekroond door de goedkeuring des Vaders, God is verzoend, voor de rechtschennis van den zondaar is voldoening verworven. En daar is geene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn. 
Machtig Paaschevangelie! Het scheurt de boeien los. Het rukt den kerker open. En het licht der bevrijding stroomt verloren harten binnen. Nog zoeken de oude nevelen dien glans der Verrijzenis te dooven, te bannen, te weren uit elk met Middelaarsbloed gekocht en betaald zondaarshart. Maar geen geweld stuit meer den gang van dit overwinnend Licht. Deze Koning der eeuwen doet geen half werk. Zijn zoekende, heelende, reddende liefde verbijzondert zich over al Zijn aangevochten kinderen, 't allerteederst over hen, die aan de zwaarste schokken bloot staan. Isrels Heelmeester zocht in het groot Bethesda de meest-hulpelooze, dien, die „niemand heeft", allereerst. Onder Zijne discipelen was niemand verzocht en door schuldgevoel bemand als Simon, Jona's zoon. Hem brandde de heugenis van dien bangen, boozen nacht in het hart. Den Meester verloochend! dien Meester, zoo vol erbarming, gadeloos, die Zichzelf voor de Zijnen gaf in den bittersten dood. Met vloeken en eeden in breeden stroom alle banden aan Christus ontkend! Vlak daarop die Miskende in banden langs hem henen-gevoerd door den ruwen hoop. En toen dien eenen blik uit die heilige oogen vol leed en liefde op hem, den ontrouwe, geslagen!
O, waar berg ik mij!
Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog,
Dies ben ik, Heer', Uw gramschap dubbel waardig!
Als 't u zoo bange is geworden, dan houdt ge het bij geen menschen uit; dan hijgt uwe ziele naar de eenzaamheid, waar in heete tranen uw ziele-wee zich uitgiet voor Gods oog. Van die eenzame uren zwijgt de mond. Daar is een binnenkamer, wier wanden geen enkel geluid doorlaten. Maar deze wanden der eenzaamheid, hoe dicht ook, sluiten den Zielenherder niet buiten. De Verrezene vond den toegang tot Zijn neergebogen knecht. Zijn oog doorwandelt de gansche aarde; Hij volgt met de aandacht Zijner nood-verflauwende liefdetrouw de eenzame gangen Zijner verlaten, verzochte kinderen. En Hij is het, die de neergebogenen vertroost en de treurenden bemoedigt en de eenzamen zoekt.
Hij heeft Zijn Petrus gezocht en gevonden. En hem uit dien weedom zijner verlatenheid en verscheuring opgebeurd. Hij, de stralende Levensvorst, is op den vermoeide toegetreden, heeft hem Zijn trouwe hand op den bevenden schouder gelegd en hem verzekerd: Ik delg uwe ontrouw uit als een nevel en Ik gedenk uwe zonde niet. Bergen mogen wijken, heuvelen mogen wankelen, maar Mijne liefde wankelt nooit. Bevende Simon, boetende Petrus, ook uw naam heb Ik in Mijn handpalm gegraveerd. Niemand rukt u van Mij weg. Ook u zullen de poorten der hel niet overweldigen. En Hij, die storm en golven gebiedt dat zij, zwijgen, Hij heeft ook dit felbewogen discipelhart stil gemaakt, en den balsem Zijns vredes gedruppeld in de diepe wonden van Simons gemoed. „Mijnen vrede geef ik u".
Het werk van dezen Heelmeester draagt vrucht.
En met de onmiskenbare teekenen dezer genade-volle ontmoeting van den Verrezen Meester is Simon tot de broederen weergekeerd.
De neergebogen bieze is gesterkt en geheven. In het doffe oog gloeit nieuw vuur. Heel de verschijning van den uit de eenzaamheid weergekeerde draagt 't stempel van de wondermacht van den trouwen Herder. En eer zijn mond zich nog heeft kunnen openen om de heerlijke Paaschboodschap den broeders te kunnen toeroepen, zien zij 't hem aan: daar is een wonder gebeurd; de wolken zijn gescheurd, de nevel is weggetrokken, Simon's smachtende ziele heeft gedronken uit de fontein des heils. En als bij gelegenheid vindt om 't blijde woord te spreken: de Meester leeft, ik heb Hem gezien, Hij sprak tot mij, dan twijfelt niemand meer, Thomas misschien uitgezonderd, aan de waarheid van dit getuigenis. Der vrouwen verhaal klonk hun als ijdel geklap in de ooren, maar Simon's getuigen is werd zoo ten volle bevestigd door den duidelijk-zichtbaren ommekeer, die met hem plaats greep, dat zijn woord geloof vond en zijn vreugdevuur zich meedeelde aan de anderen, dat ook hun hart ontgloeit, den twijfel afschudt en opademt in de lentelucht der Opstanding.
En als straks twee andere beweldadigde broeders, de Emmaüsgangers, in groote bewogenheid de zaal der saamvergaderden binnentreden, om hun het wonder, aan hen geschied, te verhalen, worden zij verwelkomd met dien blijden Paasch-groet: „de Heere is waarlijk opgestaan en van Simon gezien"!
In deze jubelklanken giet zich de vreugde hunner zielsverrassing uit. Waarlijk opgestaan! Onmiskenbaar klinkt hier de erkenning van aanvankelijke geloofsweigering door. Wij hebben het in twijfel getrokken, toen de vrouwen uit den hof wederkeerden met de boodschap van het ledige graf en der engelen woord. Maar nu is langer ontkennen onmogelijk. Zie het aan Petrus. Welk een ommekeer! Dat heeft de Meester bewerkt, niemand anders.
De Heere is waarlijk opgestaan! O, laat zoo de waarheid van den levenden Heiland ook bij u, lezer, triomfeeren over al uwe weigering en onwil en afkeer.
Denkelijk beaamt gij de Paasch-boodschap: Jezus leeft.
Waarschijnlijk zijt gij aanhanger van de Orthodoxe belijdenis der opstanding. Maar opdat uwe ziele doorbreke tot het waarachtig geloof in den Verrezene, is het noodig dat ook uw oog geopend wordt voor de teekenen Zijner wondermacht in eigen en anderer zielenleven. Hier ziet ge de kostelijke uitwerking van de Genade-almacht van den Levensvorst: den nederige vertroost, den neergebogene opgericht, en in breeden kring de ontgloeiing van geloofsvuur en liefdegloed en vreugdeglans. Den twijfel afgeschud, de aarzeling verwonnen, een gedrukte pelgrimschaar uitbrekende in den jubel der Paaschvreugde: de Heere is waarlijk opgestaan!
Hebt gij, lezer, die levensmacht van den Verrezene reeds ervaren? Werd uw verstandelijk voor-waarhouden reeds verdiept en verinnigd tot een waarachtig opstandingsgeloof? waardoor het er is, of het dan eerst recht waar voor u is geworden, dat Jezus leeft, uw Jezus leeft? zoodat gij Hem verwacht, op Hem uw hope bouwt, aan Hem u toevertrouwt in nood en dood?
Zóó gloeie Paaschvuur in uw en mijn hart! De Levensvorst zoekt het verlorene!
                                                                                                                            R

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's