De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

9 minuten leestijd

Bij de Firma B. van der Land (P. van der Kamp) te Amsterdam, zag het licht een lezing van ds. H. G. W. Briede, Ned. Herv. predikant te Amsterdam, getiteld: „Schepping of Evolutie ? " Deze lezing staat eigenlijk niet op zichzelf, maar is een vervolg op twee vorige lezingen: „Mensch en dier" en „De Evolutieleer". Juist omdat we deze lezing met zooveel instemming gelezen hebben, spijt het ons, dat de vorige niet zijn uitgegeven. Kan dat nóg niet gebeuren?
Indien we hier mogen weergeven wat in deze lezing — waarin geen tegenstelling gemaakt wordt tusschen schepping en evolutie — wordt voorgedragen, dan zouden we dit resumé willen geven: „De Bijbel is geen leerboek van natuurkunde en andere wetenschappen. Het wereldbeeld van Genesis 1 is een ander dan het onze; het is den schrijver daar niet te doen wetenschap te geven, maar om ons de groote waarheid te verkondigen, dat God alle dingen geschapen heeft; dat alle dingen hun ontstaan te danken hebben aan God Almachtig; dat alles zijn grond heeft in den scheppingswil Gods, in de alomtegenwoordige scheppingskracht, de voortdurende scheppingswerkzaamheid van den al-éénen en almachtigen God. Maar nu sluiten schepping en evolutie elkaar volstrekt niet uit. In en krachtens de schepping is de veelheid van levensvormen, die zich in den loop der tijden aan het oog van den waarnemenden mensch voordoet. De gedachte, dat men de wording van het heelal zou kunnen verklaren door evolutie, is onmogelijk, zinloos, in den meest volstrekten zin absurd. Het ontstaan, de wording ligt in den almachtigen, eeuwigen, wijzen God. Maar in de schepping is door God opgenomen, dat alle levende wezens voortkomen uit andere levende wezens en die wonderrijke weg (denk aan Ps. 139 vers 14, 15) vermindert de heeriijkheid van den Schepper noch den rijkdom van de schepping. Zet men bij de evolutieleer alles in het teeken van een materialistische, mechanische verklaring van de wereld en het wereldgebeuren, waarbij het materialistische evolutionisme voortdurend werkt met de begrippen: vanzelf, allengs, langzamerhand, toevallig enz. — dan is dat voor een christen onaannemelijk; dergelijke woorden verklaren ook trouwens niets. De geloovige zegt niet: „vanzelf' enz., maar belijdt: door de almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods. God staat aan het begin als de Schepper, maar Hij gaat voort door Zijne alomtegenwoordige kracht en en uit en door de schepping nieuwe rijkdommen en heerlijkheden te laten voortkomen. En zoo is evolutie volstrekt niet in strijd met schepping. (Gen. 1 vers 22 enz.). De Heere laat in alles Zijn heerlijkheid, den rijkdom van Zijn verborgen Wezen, hoe langs hoe meer verschijnen en openbaar worden. Niet moet, zooals bij het materialisme, in de plaats van God gesproken worden van de Natuur of van Stof en Kracht (de afgoden van den materialist!). God is en blijft de Oorsprong aller dingen. Maar een evolutionistische verklaring van den samenhang tusschen de tallooze levensvormen hier op aarde, kan zéér wel samengaan met het geloof in God als den Schepper, Onderhouder en Bestuurder van het gansch heelal. Maar niet samengaan kan dat geloof met een evolutieleer, die een eeuwige stof zich vanzelf en uit zichzelf blootloevallig ontwikkelen laat tot de wereld, die rondom ons is. De christen die spreekt van een evolutionistische schepping onderstelt een God, die het bestek eerst maakt en dan almachtig uitvoert, terwijl het Darwinisme leert een mechanisch ontstaan der dingen, dat alle plan of doel of bestek uitsluit. In iederen levensvorm ziet de geloovige een verwerkelijkte Godsgedachte, een schepping Gods. Wij, christenen, hebben een theïstische belijdenis; we zijn geen deïsten. Het Deïsme kent God alleen als handelend in den beginne; maar het theïsme heeft oog voor Gods voortdurende en alomvattende werkzaamheid en kent God als den Almachtige, die de wereld geschapen heeft in den beginne, maar die ook eeuwig Schepper is, met Zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht werkzaam in al wat wij menschen wording of voortbrenging noemen; zooals Jezus zegt in Joh. 5 vers 17: „Mijn Vader werkt tot nu toe". Wij, christenen, moeten niet onnoodig de klove tusschen religie en wetenschap, tusschen christendom en cultuur, verwijden door hardnekkig een positie in te nemen en te verdedigen, die op den duur onhoudbaar zou kunnen blijken. De geschiedenis bevat lessen, die we ter harte te nemen hebben. Het Ptolemaeische wereldbeeld is vervangen door het Copernicaansche; hoewel de Roomsche Kerk zoo goed als de groote Hervormers, Luther en Calvijn, dit onvereenigbaar geacht hebben met hetgeen de H. Schrift als waarheid leert. Luther zei: „Die nar Kopernicus wil de gansche astronomie omkeeren, maar de Heilige Schrift zegt ons, dat Jozua de zon liet stil staan en niet de aarde". Wij weten nu echter, dat de H. Schrift wel onwillekeurig uitgaat van de toenmaals gangbare beschouwing, dat de zon zich beweegt om de aarde, maar dat de Heilige Schrift daarom nog niet het draaien van de zon om de aarde als wetenschappelijke waarheid leert en voorschrijft. Die les der historie dient eer harte genomen; zij leere ons voorzichtig te zijn met de uitspraak: de Heilige Schrift leert dit of dat. De Bijbel is geen leerboek van natuurkunde en andere wetenschappen. Ten opzichte van de dingen, die geheel tot het domein en de bevoegdheid der wetenschap behooren, leert zij niets; d.w.z. schrijft zij niets voor en legt zij niets op met bindend gezag". De lezing, die voorzien is van tal van aanteekeningen, is keurig uitgegeven en kost 50 t.
Hebben wij onlangs melding gemaakt van „Onze Reisgids", uitgave van de Ned. Christel. Reisvereeniging, Prinsengracht 4, Den Haag, nu willen wij gaarne de aandacht vestigen op het buitengewoon keurig uitgevoerde boekje „Op bergen en in dalen", waarin ons door A. Verduijn een interessante beschrijving wordt gegeven van „een schitterende reis, georganiseerd door de Nederl. Christelijke Reisvereeniging van 1 tot 11 Juli 1925, onder leiding van de heeren W. F. M. Lindeboom en ds. Joh. Kwak. Wij noemen alleen de hoofdstukken, dan kan men tegelijk over den inhoud oordeelen. 1. De grenzen over (reis langs den Rijn); 2. Op Zwitserschen bodem; 3. Den Gletscher op; 4. Naar Lauterbrunnen en Mürren; 5. Zondag op reis (prediking van ds. Kwak); 6. Door het Kanderdal; 7. Op en tusschen de bergen; 8. Naar de eeuwige sneeuw-en ijsvelden; 9. Op en om het Vierwoudstedenmeer; 10. Een hartelijk afscheid. Wanneer we nu nog zeggen, dat het boekje op helder, glanzend papier is gedrukt en rijk versierd is met prachtplaten, krijgt ieder die wel eens „de grenzen over" is geweest en Luzern, Lauterbrunnen enz., bezocht heeft, begeerte om dit boekje te koopen. Ook die op reis willen gaan, moeten zich dit boekje aanschaffen. Het is een genot deze reisbeschrijving te lezen en men voelt dan aanstonds wat heerlijk het is, dat er een Christelijke Reisvereeniging is. Waarom worden degenen, die wel eens op reis gaan en dan goedkoop en gezellig willen reizen, niet allen lid van de Ned. Christel. Reisvereeniging? De contributie is ƒ1.50 per jaar, benevens ƒ 1.— voor entree; echtgenooten van leden betalen ƒ 1.— per jaar. Bureau Prinsengracht 4, Den Haag. Gironummer 11746.
De Uitgever J. van der Wal te Bruinisse zond ons aflevering 3 van „De Man uit een Afrikaansch Boschland", door ds. W. C. Wilcox, uit het Engelsch vertaald door ds. J. Visser te Kockengen. Het boek zal in 15 afleveringen compleet zijn.
Van den Uitgever J. H. Kok te Kampen ontvingen we: Het Communisme in zijn ware gedaante, herinneringen aan het Communistisch schrikbewind in Hongarije, door prof dr. J. Sebesyén. De mooie platen zeggen ons dadelijk, dat we hier met een massale volksbeweging te doen hebben en dat intrigante volksleiders de massa hebben weten op te zwepen. Het ontroerde ons deze „herinneringen aan het Communistisch schrikbewind in Hongarije" te lezen en wij zouden dit mooi uitgegeven boekje gaarne in handen zien van jongen en ouden. Zooals men weet, is prof. dr. J. Sebestyén hoogleeraar aan de Geref. Theol. Hoogeschool te Budapest en een van onze Calvinistische voormannen daar!
Van 's Heeren Ordinantiën, door prof. dr. W. Geesink. Tweede onveranderde druk. Wij zijn blij, dat van dit standaardwerk, dat geheel was uitverkocht, een tweede druk is verschenen. In dit werk toch wordt door een man, voor deze dingen zoo buitengewoon geschikt, een breede uiteenzetting gegeven van Gods wil en wet voor alle terrein des levens. De ordinantiën des Heeren zijn toch de ordeningen, de wetten, die Hij, de Heere des hemels en der aarde, besteld heeft en als een man als prof. Geesink, met een zoo fijnen geest van God begenadigd, ons daarvan vertelt, dan luisteren we, jongen en ouden, gaarne naar hem en we zijn hem en den uitgever, den heer Kok te Kampen, zéér dankbaar dat ze ons in de gelegenheid stellen dit kostelijke werk weer te kunnen koopen en lezen. Neen! als ons volk, de jongeren en de ouderen, zulke boeken nog begeeren en zulke boeken nog grondig lezen, dan gaat ons volk nog niet verloren; dan is er voor Kerk en gezin en school en maatschappij nog hope!
Wilt ge iets van den rijken, óverrijken inhoud van het eerste deel, dat voor ons ligt, vernemen? Laten we u dan zeggen, dat het gaat over: De wereldorde; De wereldorde en Gods souvereiniteit; De natuurlijke wereldorde en Gods almacht; De zedelijke wereldorde en Gods almacht; Menschelijke vrijheid en Goddelijke almacht; Het Wonder; De zedelijke wereldorde en Gods goedheid; Het geluk der slechten en 't ongeluk der goeden; Het ongeluk der kinderen om de slechtheid der Vaderen; Calvinisme en Fatalisme (de Islam), de Stoïcijnen, Spinoza, Monistisch Fatalisme, Mechanisch Monisme enz.). Dan gaat het in de derde afdeeling over: Schepping, Schepping van hemel en aarde; Het Licht; Uitspansel - en Aarde; De Planten; Het eerste „leven" op aarde; De Evolutieleer; Zon, maan en sterren; De dieren; De versteeningen; De Mensch. Is dat geen reeks van de allerinteressantste onderwerpen? Hoe gaarne zouden we hier brokstukken afschrijven, want prof. Geesink zegt de dingen zoo helder, zoo mooi, zoo principieel; maar — laat men liever zelf koopen en lezen! Het werk, dat royaal uitgegeven wordt in 4 deelen, kost ƒ4.— per deel, of fraai gebonden ƒ 5.25 per deel. Deze prijs is voor zoo'n principieel prachtwerk, dat een bron van wetenschap is en vol van levenswijsheid, werkelijk buitengewoon laag. Wie studeeren, wie lezen, wie leeren, wie genieten wil, die koope nu! Ook in onze Hervormde kringen moet dit degelijke werk nu eens een huisvriend worden! We hebben zulke boeken brood, broodnoodig !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's