RONDOM DE LEESTAFEL
Ned. Christelijke Reisvereeniging. Van „Ons Reisblad", het orgaan van de Ned. Christelijke Reisvereeniging, verscheen heden, in sterk vergroote oplage, een Propaganda-nummer — 48 pagina's — fraai geïllustreerd en bevattende alle Reisprogramma's voor 1926. Ook geeft het breedvoerige inlichtingen omtrent het bekende 't Zomerverblijf te Lunteren en van een dit jaar voor het eerst te exploiteeren Kinderhuis te Wijk aan Zee.
Men verzuime niet dit nummer ter kennismaking aan te vragen. Het wordt gratis verkrijgbaar gesteld door het Centraal Bureau der N.C. R.V., gevestigd te 's Gravenhage, Prinsegracht no. 4.
Die mijns harten vrede zijt.
Die mijns harten vrede zijt,
En de eenig ware ruste,
Reine bron van klare rusten,
Zuiv're Zon van Zaligheid
Laat mij willen en niet willen,
Wat Gij wilt en niet en wilt,
Blijde gaande door het stille
Leven in uw vree verstild.
Buiten U is niets dan strijd,
Niets dan moeiten, niets dan zorgen
Laat mij, in Uw rust geborgen.
Slapen gaan in eeuwigheid.
(Naar Th. a Kemipis). Jac. E. v. d. Waals.
Het juiste tekstwoord.
Franklin ging als jonge man naar Londen, stapte naar een boekdrukker, met de vraag of er ook een letterzetter noodig was.
— Waar kom je vandaan? vroeg de patroon.
— Uit Amerika, was het antwoord.
— Zoo, zei de patroon eenigszins spottend, komt ge uit Amerika om hier werk te zoeken. Ik twijfel er wat aan of men in Amerika wel op de hoogte is. Kunt ge letterzetten ?
Tot antwoord ging Franklin naar een bok. In een oogwenk had hij een paar regels gezet. De drukker keek eerst verbaasd en daarna 'n beetje op zijn neus, toen hij zag, wat de jongeling gezet had. Het waren de woorden uit het Evangelie van Johannes: „Nathanaël zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Philippus zeide tot hem: Kom en zie!"
De patroon nam Franklin in dienst, wat hem nimmer berouwde.
De Herdersfluit
Eens ging ik langs het lage riet,
Dat ruischen kan en anders niet,
Toen langs mijn pad een herder kwam.
Die één van deze halmen nam,
En dien besnoeide en besneed,
En maakte tot zijn dienst gereed.
Door dit gekorven rietje, dat
Als deed hij in zijn handen had.
Dien stemmeloozen stengel, zond
Hij straks den adem van zijn mond.
En, als hij blies, zoo zong het riet,
En, als hij zweeg, verstomde 't lied:
De zoete, pas ontwaakte stem
Bestond en leefde slechts door hém.
Zoo gaf ik gaarne wensch en wil
In 's Heeren hand en hield mij stil.
Zoo dan, als door een rieten fluit,
Bij zwijigerad eigen stemgeluid,
Gods adem door mij henen blies,
Hoe groote winst bij kleen verlies!
Jac. E. v. d. Waals.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's