De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

5 minuten leestijd

Uit een reisbrief.

Ds. R. E. van A r k e l, die een reis naar Egypte en Palestina maakt, schreef een reisbrief voor de „Utrechtsche Kerkbode", waarin hij o.m. een en ander mededeelt van zijn verblijf te Cairo en de uitstapjes, vandaar uit gedaan.
„Caïro is Mohammedaansch. Aan alle kanten ziet men de moskeeën met de spitse minarets. Het is een interessant gehoor, de muezzin met de hand aan den mond bet gebedsuur te hooren afroepen. De Vrijdag is de officiëele Zondag, maar men bemerkt er weinig van. Alleen kan men dan de moskeeën niet bezoeken. De vreemdeling wordt niet toegelaten. Alleen de moslim komen binnen, na behoedzaam hun schoenen te hebben uitgetrokken aan de deur, en van deze het stof te hebben afgeklopt, om dan op hun kousen of bloote voeten neer te hurken op den vloer en daar hun gebed te doen ­met de eigenaardige bewegingen. Men kan het soms van buitenaf zien.
Het klimaat valt me mee. Tot nog toe wordt 't niet warm. Zelfs zijn de avonden koel. Regen heeft men zeer weinig. Toch is het een vruchtbaar land. Ik heb nu met eigen oogen den rijken zegen van den Nijl gezien. Waar men het ­water van den Nijl maar kan brengen door middel van kunstmatige bevloeiing of waar het water maar komt bij de jaarlijksche overstrooming, — daar groeit alles buitengewoon rijk. Men rekent niet op regen. Ik was Dinsdag l.l. in het land Gosen, of waar men meent, dat het gelegen heeft, en daar had het in een jaar niet geregend. Toch groeide er alles nog welig.
Gistermorgen hebben we regen gehad. Zeer opvallend, want Caïro heeft maar 6 a 7 regendagen per jaar. We werden echter gewaarschuwd 's avonds en 's nachts ramen en deuren goed te sluiten, want nu werd na dezen regen de chamzin verwacht, een woestijnstorm, die wolken van stof en zand uit de Sahara zou mee brengen. Die stormwind is ook gekomen, met kracht, en vanmorgen lag alles onder het zand. Men verwacht nu de warmte.
Intusschen heb ik al van de zon genoten op een tochtje door de woestijn. We hebben een tocht gemaakt van Caïro langs de pyramiden, over Sakkara naar Memfis, de oude hoofdstad der Farao's, en deze tocht leidde door den rand der Sahara. Maar het kan in het midden niet kaler en onvruchtbaarder zijn. Niets dan zandheuvels treft men, met steenen, en hier en daar den cactus, de woestijnplant. In een paar uur tijds was mijn gezicht verbrand.
Memfis is niets meer. Van al de grootheid der Farao's vindt men niets terug. Slechts een enkele albasten sfinx spreekt van de roemrijke dagen van voorheen. En de kerke Gods, die van hieruit verdrukt werd, staat tot op dezen dag; zij drijft thans zending in Egypte.
Dat wij hier zoo lang blijven, heeft zijn oorzaak in de merkwaardige dingen, die hier te zien zijn. Allereerst het museum, waar vele schatten van oud-Egypte zich bevinden. Vooral trekt natuurlijk Toet-Anck-amen met zijne grafkostbaarheden de aandacht. Ik heb nu met eigen oogen al deze schatten aanschouwd. Het is in­derdaad een zeldzame weelde, die na zooveel ­ eeuwen weer is te voorschijn gekomen. Historisch en archeologisch van het grootste belang. Maar ook welk een sprake Gods in deze dingen. Wat is het toch het beste om deze dingen met het oog van den christen te beschouwen. We lazen des avonds toen we thuis gekomen waren Psalm 49. „Want hij zal in zijn sterven niet met al mede nemen. Maar God zal mijne ziel van het geweld des grafs verlossen; want Hij zal mij opnemen".
Natuurlijk zijn de pyramiden een verzamelpunt van reizigers. Ik ben er viermaal geweest. Eens in den laten avond bij prachtigen maneschijn. Eigenlijk heb ik ze toen het meest indrukwekkend gezien. Dan is het stil, dan zwijgt de omgeving en het maanlicht maakt de machtige steenklompen fantastisch. Van den Nijl met zijn vele herinneringen behoef ik niet te vertellen. Natuurlijk wijzen ze hier de plaats aan, waar Mozes zou gevonden zijn in het biezen n kistje. Geloove wie het wil.
Met introductie van den bekenden dr. Zwemer zijn wij ontvangen door den Oppersheik van de Mohammedaansche Universiteit El-Azhar; en door hem zijn wij toen in die Universiteit toegelaten als gasten, waardoor wij heel wat meer gezien hebben dan anderen. We werden door professoren rondgeleid. Het is een wonderlijk soort Universiteit. De studenten zitten op den grond bij de pilaren en onder de galerijen en worden daar in groepjes onderwezen.
Duidelijk is men hier in Cairo en omgeving reeds in het Bijbelsche Oosten. De kleeding, de gebruiken, de woningen, het dierenleven, de taal, alles herkent men als in de Schrift ons ­aangewezen.
Den eersten Zondag hier bezocht ik de Koptische kerk, de oude Christelijke kerk van Egypte. Maar hoe versteend is daar de godsdienst! De dienst bestond uit weinig meer dan li­eturgie, het opdreunen op Mohammedaansche zangwijze van Schriftgedeelten en gebeden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's