MEDITATIE
Geestelijken kanker uitsnijden
Maar Ik heb eenige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zich zelve zegt, eene profetes te zijn, laat leeren, en Mijne dienstknechten verleiden, dat zij hoereeren en afgodenoffer eten.. Openbaring 2 vers 20.
In Christus' Kerk zijn steeds geweest, en zullen zijn tot den laatsten dag, bloeiende en kwijnende gemeenten, lauwe, flauwe, en opgewekte, levende kerken. Zoo is het ook in onze dagen. In ons kleine Nederland is op dit gebied het verschil opvallend groot. Allerlei factoren oefenen hierop invloed, tot de gesteldheid van den bodem en het economische leven toe. De doodige gemeenten gaan echter nooit vrijuit, en mogen de schuld op niets en niemand werpen dan op zichzelf, en kunnen zich spiegelen aan haar ijverige zusters. En de bloeiende en daardoor groeiende gemeenten hebben te waken tegen geestelijken hoogmoed en gemakkelijk insluipend verderf en de wortelen der bitterheid en allerlei geestelijke gevaren.
Men staat er versteld van, wat de ééne gemeente doet en voortgaat te doen, en hoe er in een andere, logge gemeente geen beweging te krijgen valt. Men zou van deze laatste met Vader Jacob kunnen zeggen: „Zij is een sterk gebeende ezel, nederliggende tusschen twee pakken. Toen zij de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lustig was, zoo boog zij haren schouder om te dragen, en was dienende onder cijns".
Veel kan voor het geestelijk leven en gezond kerkelijke toestanden in een stad of dorp afhangen van soms één enkele persoonlijkheid. Is daar een degelijke leeraar of ouderling of andere leidsman, die zich er voorspant, die zijn huid er aan waagt, die beschikt over een onuitbluschbaar idealisme, dan weet men niet, hoe de toestand als bij tooverslag verandert, hoe een geheele kerk uit haar doodsslaap kan opstaan. Om maar eens een voorbeeld te noemen: wat ging er een invloed uit voor het rond der aard van een man als Paulus, later van Calvijn, of John Knox. Maar dit waren menschen, wier ziel gloeide van liefde voor den Heere Jezus, die geen bezwaren telden, onder wier voeten de bergen vlak werden en de zeeën droog. Ze hadden alle egoïsme uitgeschud, en waren gezalfd door den dauw des hemels, en putten hun kracht uit het gebed en den verborgen omgang met hun Koning. O! wanneer we in onze dagen ergens behoefte aan bezitten, dan is het niet allermeest aan hervormingen, maar aan levende persoonlijkheden, geen wetten, die er reeds vele zijn, maar wedergeboren mannen en vrouwen, die de wereld terugroepen naar het kruis.
Ongetwijfeld van weinige gemeenten kunnen zulke kostelijke dingen gezegd worden. Daarom loerde de duivel dubbel op deze stad, en spande hij al zijn venijnig denken in, en stelde de meest helsche middelen in het werk om deze gemeente tot afval en geestelijke verwarring en afschuwelijke extremiteiten te bewegen. De Heiland moet er ernstig tegen waarschuwen.
De Gemeente van Thyatire was niet doodig, doch bloeide zeer. De Koning zelf, die harten en nieren proeft, getuigt van haar, en spreekt het onomwonden uit: „Ik weet uwe werken en liefde en dienst en geloof, en uwe lijdzaamheid en uwe werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste". Dit is dus niet gering, wat de Heere Jezus van haar meent te moeten verklaren. Het was in de gemeente met bij doode orthodoxie gebleven, maar levende werken waren door haar ondernomen; ook brandde het vuur van den liefdedienst des Heeren, oefende 't geloof kracht van lijdzaamheid, bespeurde Hij, die wandelt tusschen de zeven gouden kandelaren omhoog, geen achteruitgang, maar toeneming van bloei in geestelijk leven.
In de gemeente was een vrouw opgetreden, die door den Heere Jezus met den naam van de gade van den meest goddeloozen koning genoemd wordt, namelijk Izebel of Jezabel, zooals 't luidt in het Nieuwtestamentisch Grieksch. Iedereen begreep heel goed, wie Jezus hiermee bedoelde. Het was niet noodig haar eigenlijken naam te vermelden; en daaruit kunnen we de kieschheid van den Heere Jezus proeven. Wij, menschen, en vooral in den tegenwoordigen tijd, zijn zoo heel anders; we bezoedelen elkaars naam zoo graag en sleuren elkander met wellust door het slijk. Vooral tegenwoordig is dat heel erg. Dit moest onder christenen aldus niet geschieden.
Deze vrouw gaf zich uit voor een profetes, en wist zich als zoodanig voor te doen en veel aanhang te verkrijgen. Ze was heel gevaarlijk, want ze vereenigde zeer satanisch den dienst van Geest en vleesch; trachtte althans dit te doen, want in werkelijkheid behoort het tot de onmogelijkheden.
Inderdaad was de gave der profetie in die dagen niet tot de mannen beperkt. Reeds de profeet Joel had voorspeld, waarop Petrus zich bij gelegenheid van 't Pinksterfeest beroept: „Uwe zonen en uwe dochteren zullen profeteeren". En in de Handelingen der Apostelen lezen we, dat Filippus, de Evangelist, vier dochters bezat, nog maagden, die alle vier profeteerden.
Zoo kon het dus in de Gemeente ingang vinden, dat de vrouw Jezabel zich uitgaf voor een profetes, en had deze gruwelijke vrouw een middel gevonden, om de grofste zonde onder een masker van godsvrucht in de Christelijke gemeente van Thyatire te importeeren; maar werd deze dienaresse van Satan juist daardoor des te gevaarlijker.
Blijkbaar moet deze goddelooze Izebel een vrouw geweest zijn, die, behalve over een zinneprikkelende lichaamsschoonheid, ook over buitengewone geestesgaven te beschikken had, en juist daarmee weer des te beter den schijn vermocht aan te nemen een ware profetesse des Heeren te zijn. Ze deed het voorkomen, alsof zij in de toekomst lezen kon; en was in staat, met bijzondere welsprekendheid over de diepe verborgenheden der waarheid te handelen, gelijk men het tevoren nimmer had gehoord.
We moeten opmaken uit de woorden des Heeren, dat ze godsdienstige samenkomsten leidde, waar zeer velen heengingen, zeer waarschijnlijk in haar eigen huis, zonder dat de officiëele leeraar met de ouderlingen er bij tegenwoordig waren. En daar, nadat die vrouw door dweperige voordrachten de zinnen harer hoorders tot het uiterste geprikkeld had, gebeurden dingen, die het daglicht niet mochten zien, en door den Koning der Kerk in Zijn geboden streng worden afgekeurd en verboden. Daar werd, gepaard gaande met de zonde der hoererij, gelijk dat in heidensche kringen plaats had, vleesch van de afgodenoffers gegeten. Daar werden Jezus' dienstknechten verleid; en uit de ontuchtige gemeenschap werden kinderen geboren; zie vers 23.
Welk een poel van ongerechtigheid in 't midden der Kerk! niet waar? Deze hoogbegaafde, wellicht uiterst beschaafde, maar satanisch goddelooze vrouw, liet het voorkomen alsof dat pas de ware godsdienst zou zijn, en alsof dat het hoogtepunt ware van echt geestelijk leven, om te breken met traditie en conventie, en te leven naar het goeddunken des harten. En dat heeft — lees er de Kerkgeschiedenis op na; denk aan de Munsterschen in Keulen en andere voorbeelden meer — steeds vele zwakke zielen kunnen meesleepen naar het verderf. We hebben het ook kunnen zien aan de Mormonen in de Zoutmeerstad. En telkens openbaren zich overgodsdienstige kringen, die beginnen met den geest, en eindigen met het vleesch.
De Heere Jezus wil en eischt, dat de opzieners der gemeente dezen gruwel krachtig aangrijpen en den kanker stevig uitsnijden, niet vragend? Doet het pijn? maar wél: Wat eischt het Woord?
Inderdaad kanker dient uitgesneden, waar zij zich voordoet, allereerst in het eigen hart. De Christen neme gedurig zichzelven onderhanden en vrage om een dagelijksche bekeering. Hij toetse zichzelven gedurig aan het onbedriegelijke Woord Gods. Niets mag in hart en leven geduld, wat door den Hoogsten Leermeester verboden werd; en daartoe zal een innige verborgen omgang met Christus steeds 't zuiverste middel zijn. Kanker dient uitgesneden in huis en kring. Kerk en Staat. De Opperste Leidsman der zielen verleene Zijn volk hiertoe getrouwheid en make Gods kinderen los van menschenvrees! Dan komt er kracht en steeds nieuw leven, van Hem, van Wien Gods volk de wijsheid vraagt.
P o e d e r o o ij e n. A. PRINS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's