De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFT - VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT - VERKLARING

6 minuten leestijd

Dat de ouderlingen, die wel regeeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in woord en leer. 1 Timotheüs 5: 17.

1 Timotheüs.
62
Dat de ouderlingen, die we regeeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in woord en leer. (1 Timotheüs 5: 17)

Dat elk getrouw bevonden worde. De apostel komt nu weer tot de ambtsdragers der gemeente. De overgang van de weduwen tot de ouderlingen is niet zoo groot als het wel schijnt, zoodat men niet behoeft te zeggen: wat vreemd, dat de apostel in eens over ouderlingen gaat handelen. Immers het gaat over den arbeid in des Heeren Koninkrijk. Dit is de schakel tusschen het een en het ander. De gemeente-weduwen uit dien tijd waren geroepen tot eenig geestelijk werk. Nu gaat het over de mannen, die in dat werk de voornaamste plaats innemen.
Ik vind hierbij gelegenheid om een briefschrijfster te beantwoorden, die mij, blijkens haar vraag, verkeerd begrepen heeft. Ik heb, naar aanleiding van vers 11 enz., „over de jongere weduwen" niet gesproken over de plaats der ongehuwde jongere vrouwen in het publieke leven. Natuurlijk mogen zij daarin een werkkring zoeken. Zij moeten het wel doen, omdat velen tot geen huwelijk komen. Maar ik had het over den engeren kring van geestelijken arbeid. En dan is Paulus daarin bevreesd voor jongere vrouwen. Neem hen niet op onder de gemeenteweduwen, zegt hij, omdat ge voor dat werk teleurgesteld met hen zult uitkomen. Als voorbeeld wees ik er op hoe het bij ons vaak gaat met onze christelijke onderwijzeressen.
Lezen wij eenvoudig onzen Bijbel, dan blijkt het dat voor den arbeid in Gods Koninkrijk de mannen het eerst en het meest een taak en roeping hebben, hoewel ook de hulp der vrouwen daarin dankbaar aanvaard worde. En laat nu niemand zeggen, dat dit een achterlijk en bekrompen standpunt is. De praktijk bevestigt nog altijd, dat de apostel gelijk had. Voor den geestelijken arbeid is vooral getrouwheid noodig. En het huwelijk der jongere vrouwen haalt nu eenmaal een streep door alle goede voornemens, die zij koesterden voor dien geestelijken werkkring. 'k Hoop dat mijn briefschrijfster tevreden is. En zoo hebben wij tegelijk onzen overgang tot het onderwerp van heden.
Ouderlingen, die wel regeeren! Dit zijn ouderlingen die getrouw zijn. De apostel schrijft in 1 Cor. 4 vers 2 over de uitdeelers en zegt dat elk getrouw bevonden worde. Wij mogen hierbij niet denken aan een onderscheid tusschen ouderlingen die zich voortreffelijk gedragen en hen die normaal hun werk doen; alsof de apostel dan zou bedoelen dat de eersten dubbel geëerd moeten worden. Wij kennen uit Gods Woord alleen de onderscheiding tusschen getrouw en ontrouw. Deze getrouwen nu zijn dubbele eer waardig. De ontrouwen mogen in geen enkel opzicht geëerd worden. Natuurlijk heeft niet elke ouderling evenveel gaven ontvangen. Maar al heeft hij slechts één talent ontvangen, als hij dit ééne gebruikt, is hij even getrouw als een ander, die tien talenten ontving en deze gebruikt. Alle ouderlingen die hun roeping verstaan, zijn dubbele eer waardig.
Van regeeren is hier sprake. Deze regeermacht der ouderlingen is eene afstraling van Christus, den grooten Ambtsdrager, die de Zijnen vergadert maar ook regeert. Welke harde wegen Christus ook gebruikt, zij zijn toch altijd liefdevol, leidende tot het hoogste doel, n.l. de verheerlijking Gods. Welnu, zoo moet ook de regeering der ouderlingen nimmer iets hebben van heerschappij en hooghartigen dwang, maar zij moet liefdevol, leidend en heiligend zijn, zoodat daarin de eer van God het hoogste doel zij. Als het goed is, moeten de kinderen de vaderlijke regeering óver het huisgezin niet gevoelen als een hard juk, als een zware last. Zoo moet ook de gemeente gelijken op eengroot huisgezin, waarover de ouderlingen de Vaderlijke regeermacht uitoefenen. Deze vaderlijke regeering met de eer Gods voor oogen, moet haar stempel drukken op de vergaderingen van den kerkeraad, op het beroepingswerk als dit aan de orde is, op de samenkomsten der gemeente, het leiden en het regelen hiervan, op het huisbezoek, het ziekenbezoek, enz. Hierin moeten de ouderlingen met elkander, waartoe ook de dominee behoort, de teugels in handen houden. Zij moeten naar Gods Woord en naar hun geweten uitmaken wat goed en wat kwaad is, wat gebeuren moet en wat moet worden nagelaten. Het gebeurt wel dat de ouder­lingen angstvallig zien wat de gemeente wil en dat zij zich daarnaar schikken. Dit is de omgekeerde wereld. Dan leiden de schapen den herder. De ouderlingen met elkander hebben de regeermacht; niet de gemeente bezit haar, niet de stemgerechtigde lidmaten. Deze laatsten kiezen wel de ouderlingen, maar daardoor geven zij aan die ouderlingen niet de regeermacht. Deze laatste wordt door Christus aan de ouderlingen gegeven. Het is noodig deze dingen goed te onderscheiden, opdat wij weten dat er over de gemeente een vaderlijke regeering zij, die nooit mag ontaarden in een slaafsche kruiperij voor de menschen. Elke ouderling moet weten dat hij niet aan de menschen, maar wel aan Christus verantwoording schuldig is van de wijze waarop hij zijn ambt uitoefent. — Ik sprak telkens van de ouderlingen met elkander. Niet de dominee alléén heeft de regeermacht. De dominocratie, de heerschappij van den dominee, is vaak zoo groot in 't midden van de gemeente des Heeren, vooral als de dominee de kerk goed vol preekt en men bang is dat hij een beroep zal krijgen en weg zal gaan, als men hem niet in alles de regeering liet. De heerschappij bestaat dan vaak bij éénen, waartegen het formulier van bevestiging waarschuwt; niét bij hen die om den kansel zitten, maar bij hem, die er op staat. Elke Leeraar moet tegen dit vaak langzaam insluipende euvel biddend waken, opdat hij niet alleen de Waarheid predike, maar haar ook in toepassing brenge in de uitoefening van zijn ambt. — Deze ouderlingen nu, die wel regeeren, zijn dubbele eer waardig. Als ouderen in jaren hebben zij reeds eer, maar bovendien als getrouwe ambtsdragers. God geve dat er in onze droeve dagen wat het kerkelijk leven betreft, vele zulke ouderlingen zijn. Laat men niet slechts klagen over den noodtoestand der Kerk. Een ieder doe wat op zijn weg ligt. Hij begrave zijn talenten niet. Hij zitte niet slechts in het ouderlingenbankje, maar hij oefene, in huisbezoek vooral, een deel uit van de vaderlijke regeering, die hem is toevertrouwd. Het is een moeilijk maar ook gezegend werk. Dat elk getrouw bevonden worde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFT - VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's