STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Een nieuw geluid.
De Minister van Justitie mr. Donner heeft in zijn memorie van antwoord op het voorloopig verslag van de Justitie-begrooting over het loopend jaar ten opzichte van de Zondagswet een mededeeling gedaan, die om hare belangrijkheid en verre strekking de volle aandacht verdient. In het genoemde voorloopig verslag wordt de vraag gedaan, hoe de Minister dacht over de handhaving van de Zondagswet. Voor het stellen van deze vraag was reden. Immers is naar veler oordeel de bestemming van de Zondagswet, dateerend van 1 Mei 1815, verouderd. Zelfs hebben heel wat Ministers van Justitie en van Binnenlandsche Zaken, die voor de uitvoering van de Zondagswet verantwoordelijk waren, zich in dien geest uitgesproken.
Men volgde daarbij dan deze redenering: de Zondagswet is langer dan een eeuw oud, voldoet niet meer aan de eisen van het oogenbhk en is dus uit den tijd. Daarom behoeft de rijks-, provinciale- en stedelijke Overheid zich niet meer aan nakoming van de wet te laten gelegen liggen.
Natuurlijk is zulk eene houding onjuist, en ook niet vol te houden, want zoolang die wet er is, behoort zij toegepast te worden. Bestaan tegen de uitvoering bezwaren, dan trekke men haar in. Maar daaraan heeft nog nimmer iemand gedacht.
Nu wilde men van mr. Donner duidelijk en klaar vernemen, welk standpunt hij ter zake van de nog steeds vigeerende wet inneemt. Aan dat verzoek heeft de Minister van Justitie in de memorie van antwoord voldaan en zijn meening onomwonden over de kwestie uitgesproken.
Het heet in zijn antwoord: "Van de aan de Rijkspolitie opgedragen taak van handhaving der wetten kan de minister de Zondagswet, die overigens in het bijzondere sorteert onder het Departement van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, bezwaarlijk uitsluiten. Toezicht op de handhaving der wet rekent hij zich dan ook verplicht".
Wij lieten een paar woorden in het antwoord van den minister spatiëeren om duidelijk te doen uitkomen dat mr. Donner zich niet op het standpunt plaatst dat de bestaande Zondagswet verouderd is en dat het om die reden niet meer behoeft gehandhaafd te worden. Integendeel, hij rekent het tot zijn plicht, de wet uit te voeren.
De minister stelt zich hier dus vierkant— en terecht — tegenover de vrij algemeene meening, welke tegenwoordig wordt voorgestaan van n ie t-uitvoering der wet. Hij gaat zelfs verder, door uitdrukkelijk te verklaren dat, indien hem bepaalde klachten dienaangaande bereiken, en deze na onderzoek tot voorziening blijken aanleiding te moeten geven, hij ten deze zal optreden.
Wij zien met belangstelling de daden van den nieuwen Minister van Justitie tegemoet. Ten aanzien van het handhaven van de Zondagswet is, vooral nu dit terrein gedurende vele jaren braak lag, heel wat in het reine te brengen. Alleen reeds het naleven van artikel 4 der wet zal van groote beteekenis worden. Dit 4de artikel van de Zondagswet luidt: "Dat geene openlijke vermakelijkheden, zooals schouwburg, publieke danspartijen, concerten en draverijen op de Zondagen en algemeene feestdagen zullen gedoogd worden; ..... lende het aan de plaatselijke besturen ..... den vrijgelaten, hieromtrent een uitzondering toe te staan, mits niet dan na het ..... komen eindigen van alle godsdienstoefeningen.
Het voorbehoud, dat de gemeentebesturen kunnen maken om de uitzondering toe staan, lijkt ons voorshands niet van groot gewicht, omdat daaraan de slotclausule is toegevoegd, dat eerst alle godsdienstoefeningen volkomen moeten zijn afgesloten. Het lijkt ons alleszins op zijn plaats bij de behandeling der Justitie-begroting in de avondvergadering der Tweede Kamer van 28 April het Kamerlid Duymaer van Twist het standpunt, dat thans de regeering ter zake van de Zondagsrust inneemt, naar voren bracht en daarvan met instemming gewaagde.
Minister Donner, die op dit blijk van waardeering in zijn mondeling antwoord reageerde, verklaarde dat 't hem verheugde die instemming te hebben mogen vernemen.
De minister kan thans blijken geven dat hij het zich tot plicht rekent de Zondagswet te handhaven en dit zal hij ongetwijfeld doen, wanneer hem, zooals hij dit schriftelijk aangaf, bepaalde klachten bereiken. Ons volk kent nu het adres tot wien zich hebben te wenden, wanneer de Zondagswet wordt overtreden.
Met weinig tevreden.
Men staat soms verbaasd over de vrijmoedigheid — om geen ander woord te bruiken — waarmede de voorstanders van ontwapening hun zaken aan den man brengen.
Zoo het Kamerlid, de heer Ter Laan, op de 1 Mei-meeting te 's Gravenhage. Sprekende over de ontwapening, zei dit Kamerlid: "De ontwapeningsgedachte dringt hoe langer hoe meer door in alle landen. Waar de arbeidersklasse tot bezinning is gekomen, klinkt de eisch: Weg met militairisme!" Toetst men zulk gepraat echter aan de practijk, dan is de werkelijkheid geheel anders.
Een staaltje daarvan vinden we in België, waar de Socialistische Minister Van der Velde een man, bij de Sociaal Democraten internationale beteekenis, den scepter zwaait. In dat land nu werd de vorige week een legerwet aangenomen waarin de actieve diensttijd bij de infanterie op 10 maanden werd bepaald, terwijl die bij de andere wapens en dienstvakken op 13 maanden werd gesteld. De fotale kosten van het leger zullen bedragen het respectabele bedrag van 568 millioen francs.
Vergelijkt men deze cijfers met wat bij ons aan persoonlijke en financiëele lasten de bevolking wordt opgelegd, dan komt de ontwapeningseisch van de Sociaal Democraten hier te lande wel in een eenigszins vreemd daglicht te staan,
België, het land waar de arbeidersklasse wel tot bezinning is gekomen, eischt een diensttijd van het dubbel aantal maanden van Nederland, waar die bezinning onder de arbeiders nog niet tot openbaring kwam. En toch blijft Minister Van der Velde de groote man, voor wien het socialisme van heel de wereld het hoofd eerbiedig buigt. Het is voor de socialistische sprekers in Nederland een aangename taak als de goêgemeente met een paar holle phrases, op een 1 Mei-dag gesproken, tevreden is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's