De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFT- VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT- VERKLARING

5 minuten leestijd

1 Timotheüs. 66 Ik betuig voor God en den Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid. 1 Tim. 5 vers 21

Een plechtige, ernstigee vermaaning. De apostel wil onder alles wat hij in de laatste vier verzen gezegd heeft, nog eens een dikke streep zetten. De ouderlingen die getrouw zijn moeten door Timotheüs en door de gemeente dubbel geëerd worden, vooral de leeraren.
De oudsten moeten een honorarium hebben .... ook met een beschuldiging tegen ..... Timotheüs niet lichtvaardig handelen ..... moet goed letten op de zonde der ambtsdragers en het kwaad bestraffen. Deze dingen wegen voor den welstand der gemeente den apostel zoo zwaar op het hart dat hij Timotheüs, door eene plechtige maning, aan het laatste oordeel herinnert. Het woord staat er wel niet, maar de gedachte aan het laatste oordeel is er wel. Juist door de samenvoeging van den Heere Jezus Christus en de "uitverkorene engelen" moeten wij eraan denken.
Die samenvoeging vinden wij ook in Lukas 9 vers 26 waar de Heiland spreekt van de Zoon des menschen, Die komen zal in Zijn heerlijkheid en in die des Vaders en der heilige engelen. Ook in Openbaringen treffen wij hetzelfde aan: God, zittende in Zijn troon en naast Hem onze Heere Jezus Christus en om den troon de engelen en  hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden.
Het is wel te begrijpen dat de apostel Timotheüs en daardoor alle ambtsdragers voor het herderlijk werk aan den rechterstoel des Heeren herinnert. Immers het is niet gemakkelijk na te gaan of iets uit vooroordeel of uit toegenegenheid gedaan of gelaten wordt. Een vooroordeel tegen iemand is niet door anderen te onderscheiden, evenmin als een toegenegenheid voor iemand. En toch doet het vooroordeel ..... in een kerkelijke rechtspraak, in het achten der leeraren en ouderlingen ..... zijn menschen die louter uit voor..... zich van onder de prediking en daardoor onder de leiding van een leeraar ont.....
Ja, zegt men, daaraan kan ik nu eenmaal niets doen, ik heb iets tegen hem. Dat vooroordeel is een lastige zaak en grondt zich vaak op beuzelachtigheid. En tóch neemt het de leiding. Het tegenovergestelde is er ook. De toegenegenheid die soms door het minste is gewekt .....  een vriendelijken groet of door ..... hulpvaardigheid, doet vaak ook zo goed. Het schijnt wel of de dominee bij ..... toegenegenheid hij gewonnen heeft, geen kwaad meer kan doen. Zij willen er niet van hooren. Paulus weet het wel dat er zeer veel geschiedt, in woord en ..... deling louter uit vooroordeel, louter uit genegenheid. Zoo kan het bij de leden der gemeente zijn, ook bij de ouderlingen en leeraren onderling, ook bij de kerkelijke rechtspraak. Daardoor blijft de dubbele weg voor hen die haar waardig ..... worden anderen geëerd alleen maar omdat zij „toch zulke vriendelijke en aardige menschen zijn". Daardoor geniet ..... dominee heel wat boven zijn honorarium uit de hand van een rijken broeder of goede zuster, die hem toch zoo'n aardige man vinden, terwijl een getrouwe Ieraar die dat „lieve" mist, het schraal heeft. Daardoor wordt het kwaad van den één vergoelijkt, terwijl het den ander wordt aangerekend.
Dit euvel is moeilijk te bestrijden en ontglipt aan de waarneming van ..... terwijl het ons zelf leidt en overheerst. Het weet zich vaak in een schoon kleed te verbergen. Paulus wil er dan ook een gewetenszaak van maken. Bedenk het, schrijft hij, dat er een rechterstoel komt en bij rechterstoel van God en van Jezus Christus en van de uitverkorene engelen, bet ..... ik u, bezweer ik u dat gij u in de gemeene dingen niet laat leiden door vooroordeel of toegenegenheid! Tenslotte zal alleen het recht zegevieren het heilige oordeel Gods, ook de rein..... de des Vaders in Christus Jezus, de Heere. Daarom moet ook het recht reeds heden in de gemeente wortelen in  Zijn liefde, Zijn toegenegenheid ..... worden als het hoogste goed.
Het is dus wel te begrijpen waarom we hier die samenvoeging hebben van den Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen. Aan het laatste oordeel moeten wij hier denken. Toch kan nog de uitdrukking „uitverkorene engelen" ons vreemd voorkomen. Al dadelijk mogen wij opmerken dat ook de engelen, die ongeziene geesten, aandachtig gadeslaan den herderlijke arbeid in de gemeente. Wij zijn niet Schriftuuriijk als wij aan de engelen onze opmerkzaamheid niet wijden. De engelen zoals de Bijbel er ons van spreekt, nemen te weinig plaats in bij onze beschouwingen in ons geloofsleven, 'k Geloof dat het daardoor komt dat wij vaak te beredenerend en te weinig gevoelig, mystiek zijn. Vergeet niet dat het geloof dat de Heilige Geest werkt altijd strikt Schriftuuriijk is.
In onze plechtige Apostolische uitspraken toont de apostel dat hij met de engelen rekent. Sommige verklaarders meenen dat de uitverkorene engelen dié engelen zijn die boven de anderen zijn geplaatst. Een klein getal dus dat Jezus' lijfwacht vormt. Toch denk ik dat dit niet bedoeld is. Er staat "de" uitverkorene engelen. In het algemeen wordt dus van de engelen gesproken. Allen zijn zij uitverkoren engelen. Of wij hier nu aan eene uitverkiezing der engelen moeten denken, betwijfel ik. In dit geval zou het een uitverkiezing zijn om niét te vallen. Onze uitverkiezing is Gods liefde om ons de ellende te redden; de uitverkiezing der engelen die toch nooit gevallen zijn, zou diezelfde liefde Gods zijn om hen te bewaren voor de ellende. Ik meen echter dat wij zoover niet behoeven te gaan en dat "uitverkoren" hier hetzelfde beteekent als heilig. Zooals er ook van onzen Heere is Christus staat dat Hij „uitverkoren" is en dierbaar, d.w.z. boven allen verheven. Zoo verklaart ook Bengel het in zijn Gnomon, Ook de heilige, boven alle kwaad verheven engelen, zien op de gemeente en op den herderlijke arbeid neer, opdat er niets geschiede uit vooroordeel noch uit voorliefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFT- VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's