De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

3 minuten leestijd

Van wonderbare leidingen Gods.
Dat nu negers, uit Madagaskar, het bekende eiland op de Oostkust van Zuid-Afrika, in het hartje van Europa, in Hongarije terecht moeten komen om daar door een Gereformeerd predikant in de christelijke kerk door den Doop te worden ingelijfd, is zeker wel iets éénigs in de historie. Het is de Hongaarsche Heraut (uitg. Kok, te Kampen), die er van verhaalt. Ds. S. Fekete, dienaar des Woords van de Hongaarsche Gereformeerde Kerk te Nagykikinda, vertelt er het volgende van:
»Na het einde van den grooten wereldoorlog in het jaar 1919 werd mijn stad Nagykikinda in Zuid-Hongarije het hoofdkwartier van de Zuid-Europeesche troepen van het Fransche leger.
Met dit leger vertoefden ook een aantal neger-soldaten in onze stad, die van het eiland Madagaskar waren overgebracht. Den 29sten Juni 1919, des namiddags om 6 uur verscheen een groep van hen ook in onze kerk en ieder bracht zijn bijbel en gezangboek mee. Hieruit zag ik dat zij door een of andere Protestantsche Zending van Madagaskar reeds tot bekeering werden gebracht. Zij vroegen mij, of zij in de kerk een korten bidstond in hun eigen taal mochten houden. Dit werd hun toegestaan. Zij begonnen te zingen. Zij zongen prachtig. Daarna las een van hen een gedeelte uit den bijbel voor en verklaarde het ook.
Den 5den Juli ging ik naar de Fransche militaire barakken om hen te bezoeken. Daar noodigde ik hen uit om geregeld naar onze kerk te komen. Toen vertelde een van deze neger-soldaten, dat er nog meerderen onder hen waren, die, geestelijk reeds voorbereid, zich gaarne wilden laten doopen. Met blijdschap vernam ik dezen wensch van hen en wij hebben een dag bepaald, waarop zij door den Heiligen Doop in Christus' Kerk konden opgenomen worden.
Op den vastgestelden dag (op een Zondag) waren dan 41 negers van de Fransche troepen in onze Gereformeerde kerk verschenen. Wij hebben toen eerst met onze Hongaarsche gemeente een gemeenschappelijke godsdienstoefening gehouden, en daarna vond de plechtige Doopsbediening aan 28 negers uit Madagaskar plaats.  Een neger-soldaat, die reeds christen was, hield de bijbellezing. Na afloop van de plechtigheid heb ik aan iedereen een z.g.n. doopbrief gegeven met het opschrift van 1 Thess. 5 vers 23.
Na toediening van den Heiligen Doop kwamen deze neger-soldaten geregeld naar onze kerk en namen zelfs ook een keer aan het Heilige Avondmaal deel. Den 31 sten Augustus van hetzelfde jaar moesten echter hunne troepen vertrekken, en zoo moest ik ook een hartelijk en broederlijk afscheid nemen«.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's