STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Medewerking, geen verzet.
Evenals de Russische roebel, de Oostenrijksche kroon en de Duitsche mark kort na den wereldoorlog waardeloos zijn geworden en voor scheurpapier werden verkocht, in dien weg gaat het in den laatsten tijd, ook al geschiedt zulks in een langzamer tempo, met den Franschen en Belgischen franc.
Werd de franc vóór den oorlog voor ongeveer 50 cent verhandeld, op het oogenblik is hij nauwelijks meer 7 centen waard. En iederen dag gaat het nog op dezen weg maar verder en wordt de prijs van den franc op een lagere waarde genoteerd.
Welk een onnoemelijke schade de waardedaling van het geld in die landen, waar zich de inflatie voordoet, aan het godsdienstig en geestelijk belang van het volk toebrengt, b.v. aan kerk, school en zending, om deze drie maar te noemen, hebben wij bij meer dan één gelegenheid in ons blad in den breede uiteengezet.
Toch blijft het daar niet bij. In ons land heeft de modern georganiseerde arbeider de verstrekkende gevolgen van de inflatie voor het sociaal en economisch leven van ons volk nimmer willen begrijpen of willen inzien. Eén ding was voor hem maar gewenscht en noodig, en dit was, dat Minister Colijn zoo spoedig mogelijk van het publieke terrein verdween. Op diens val was dan ook heel de actie van de sociaal-democraten in den laatsten tijd gericht. En wat ziet men nu in België gebeuren? Juist het tegenovergestelde van hetgeen men bij ons dagelijks kan waarnemen. In België is men ten volle overtuigd van het feit, dat inflatie voor den arbeider niets anders beteekent dan ellende.
En zóó is men daarvan doordrongen, dat toen eenige dagen geleden, ten gevolge van een ministerieele crisis een nieuw kabinet moest worden gevormd, de sociaal-democraten niet schroomden, doch zich bereid verklaarden deel van een nieuw kabinet uit te maken, waarin notabene de conservatieve katholieken en Belgische bankiers de leiding hebben.
Vraagt men nu wat voor deze handelwijze van de sociaal-democraten, die met zoo te doen hun socialistisch en democratisch beginsel prijs gaven, het motief was, dan is het antwoord op deze vraag: om de arbeiders voor algeheelen ondergang te behoeden.
Een der voormannen van de sociaal-democraten sprak het dezer dagen onomwonden in de Belgische Kamer uit:
Wij zijn teruggedeinsd voor de armoede. Ja, wij, de arbeidersleiders, wij, die de klachten der werklieden hooren. Wanneer wij gezien hebben, met welke snelheid de franc den berg afrolde, hebben wij de armoede zich zien uitstrekken over de arbeiderswijken, omdat wij weten, dat waardevermindering van de munt de loonsverhoogingen nooit snel ???? verhooging van de levensduurte ???? volgen. Wij hebben aan Duitschland gedacht, waar, tijdens de inflatiecrises de arbeidersklasse in de verschrikkelijke armoede leefde. En wij hebben gewild, dat onze arbeiders denzelfden ???? toestand zouden kennen en hebben onze medewerking aangeboden voor den strijd, dien de regeering heeft te voeren.
Uit deze woorden van den Belgische sociaal-demooraat spreekt een helderder toon, als wij gewend zijn uit den mond zijner partijgenooten hier te lande te vernemen.
In België biedt men de regeering medewerking aan voor den strijd, dien zij hebben te voeren.
En wat deed men bij ons, toen de afgetreden Minister van Financiën maatregelen voorstelde om ons volk voor de inflatie te behoeden? Toen was het geen medewerking, maar tegenwerking en verzet. Of België en Frankrijk nog voor inzinking zullen te bewaren zijn? Wij vreezen met groote vreeze. Intusschen geeft, hetgeen in België gebeurt, den sociaal-democraten bij ons te leeren. Inflatie is niet alleen voor het godsdienstig en zedelijk leven van een volk ???? maar stort ook in stoffelijken zin een volk in den afgrond.
Jammerlijke polltiek
Het doet ons leed, dat „De Baniet, het orgaan van de Staatkundig Gereformeerde partij, week aan week voo???? om degenen, die het dichtst bij hen te bestrijden en te bestoken. In stede, dat van dien kant medegewerkt wordt en hulp wordt geboden, om het grote gevaar, dat ons volk van revolutionaire zijde bedreigt, tegen te staan, schijnt men er z'n lust in te vinden om de pen met gif te doopen en zoo den naasten geestverwant te treffen.
De druppel holt den steen wel uit. Wij noemen dit jammerlijke politiek Van een optreden der christelijke aprtij in de Kamer om de christelijke grondslag van ons volk te beschermen, zooals onlangs nog geschiedde bij het debat ????totalisator, wordt met geen woord gesproken.
Dit mag niet! Waarom niet? Laat men met dergelijke politiek eens eindigen. De vijand verheugt er zich over, de ????beginselen en het landsbelang worden er niet mee gediend.
Een jubileum.
Ons mede-bestuurslid, de heer L.F. Duymaer van Twist, mocht dezer dage het groote voorrecht smaken in een groote kring van vrienden en geestverwanten te gedenken, dat hij vóór 25 jaar gekozen werd tot lid van de Tweede Kamer, in welken tijd hij onafgebroken lid van de Kamer is gebleven.
De verkiezing van den heer Duymaer van Twist, in 1901, maakte deel uit van een groote overwinning van de rechterzijde, welke in dat het jaar het Ministerie-Kuyper aan het bewind bracht. Steenwijk gaf dien stem toen en sinds bleef Steenwijk Duymier van Twist getrouw, hetwelk waarlijk niet van één kant kwam.
De heer Duymaer van Twist is sindsdien beginsel getrouw gebleven. Kloeke anti-revolutionair als hij is, heeft hij zich nooit het beginsel geschaamd en hij, man van stuk, heeft nooit meegedaan noch met den een, noch met den ander om tegen de anti-revolutionaire Partij te ageeren; integendeel, goed Hervormd was en is hij ook Antirevolutionair, in het midden van de Gereformeerde gezindheid de leuze hoog houdend: "Eendracht maakt macht".
Mee door en in den heer Duymaer van Twist is onze Gereformeerde Bond politiek Antirevolutionair. De Gereformeerde Bond is zonder den heer Duymaer van Twist, een van zijn meest getrouwe leden niet denkbaar. De heer Duymaer van Twist kan ook niet zonder den Gereformeerde Bond. En nog vóór we ons eigen Bondsorgaan »De Waarheidsvriend«, hadden, schereef hij reeds de rubriek »Staat en Maatschappij« in het »Geref. Weekblad«, toen ???? redactie staande van dr. de Lind van Wijngaarden en dr. H. Visscher.
»Meneer Duymaer« kent ieder mee??? gereformeerde in het midden van de Antirevolutionaire Partij en ontzaglijk vele menschen uit alle oorden des lands hebben hem ontmoet, hebben hem geschreven, hebben zijn hulp en raad ingeroepen. Nooit was het hem te veel iemand te ontvangen en vriendelijk te ontvangen; iemand te antwoorden en vriendelijk te antwoorden; hier en overal te spreken en te confereeren; steeds deed hij dat uit liefde tot het beginsel, uit liefde voor de Partij, zoekende altijd samenbinding en enigheid in doel en streven, om de wille van land en volk, omwille van de waarheid die naar Gods Woord is, om de wille van de eere Gods!
Juist omdat dit jubileum een herinnering is in het midden van het publieke leven en nauw verband houdt met ons beginsel en onze actie, willen we er hier melding van maken en met de gelukwenschen namens al de leden van den Gereformeerden Bond willen we tegelijk zeggen, dat het onze hartelijke wensch en bede is, dat de Heere hem nog vele jaren óók voor politiek spare.
Zegene de Heere hem in en door onze beginselen, die naar Gods Woord zijn en door Calvijn, Groen van Prinsterer, Kuyper, Lohman en zoovele anderen ons bij vernieuwing zijn geleerd en ingescherpt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's