MEDITATIE
Handelingen 16: 30 en 31
Welk een wonder der vrije ontferming Gods is het, dat er nog zondaars behouden worden, dat er nog is een kleine hoop tarwe in 't midden van een grooten hoop kaf. Welk een wonder, dat een zondaar ontdekt, overtuigd en getrokken wordt, daar hij uit en van zichzelf zich tegen den Heere verzet met hand en tand. Zijn er onder onze lezers ook te vinden, die mogen spreken van een wonder der vrijmachtige genade Gods aan hen verricht? Mogen we met elkander zulk een zaak onder de oogen zien.
En hen buiten gebracht hebbende, zeide hij: "Lieve heeren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis".
Handelingen 16 vers 30 en 31.
Hoe wonderlijk is de weg, waarop deze Macedonische man behouden wordt. We zien hem hier gered worden als een vuurbrand uit het vuur. Hij toch staat gereed om zichzelf van het leven te berooven. Wat toch was er gebeurd? Paulus en Silas waren opgesloten geworden in den binnensten kerker, hunne voeten waren bevestigd geworden in den stok. Te middernacht heffen Paulus en Silas de psalmen Davids aan. Zij roepen den Heere, hun trouwen Bonds-God, aan. En zie, op hun klacht scheurt de hemel. De gevangenis dreunt op haar fundamenten en alle deuren worden geopend. De Heere is machtig ook den meest verstokten zondaar te doen bewogen worden. Hij kan alle deuren des harten openen. Ja, Hij kan zelfs binnen komen door geslotene deuren. De stokbewaarder is wakker geworden door het gedruisch der aardbeving en doodelijk verschrikt wil hij zichzelf van het leven berooven. Hij toch vreest een onteerende straf van de Overheid van Filippi. Zelfmoord is een vreeselijke zaak. Een zelfmoordenaar is een prooi des duivels en willende ontvlieden aan de moeiten des levens, die hem te machtig geworden zijn, opent hij zijn oog in de eeuwigdurende smarten en pijnen van het verderf. Paulus roept met machtige stem den stokbewaarder ter elfder ure toe: »Doe uzelven geen kwaad, want wij zijn allen hier«. En de Heere gaf, dat de stokbewaarder in zijn hart getroffen werd. Hij eischt licht en loopt al bevende op de gevangenen toe. En dan brengt hij hen naar buiten en komt tot hen met de van de grootste ontroering getuigende vraag; »Lieve heeren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? « De Heere toch had in Zijn almachtige en vrijmachtige genade den stokbewaarder bewogen en ontdekt aan zonde, gerechtigheid en oordeel. Het ging hem als de menschen die zich bevonden onder de prediking van Johannes den Dooper en die uitriepen: »Wat zullen wij dan doen? « Ook op het Pinksterfeest werd die bange zielekreet beluisterd, waar velen uitriepen, verslagen zijnde in 't hart: »Wat zullen wij doen, mannen broeders? « Deze vraag is de eerste levenskreet van het ontdekte en overtuigde en getrokkene zondaarshart. Dit bemerkt ge bij Paulus. Wanneer hij getroffen is door de majesteit van Christus Jezus, dan roept hij uit: »Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? «
Zijn er ook onder onze lezers te vinden, die met ernst vragen naar de zaligheid? Zijn er in het midden van ons, die treuren, door het ontdekkend licht van Gods Woord en Geest getroffen, over het gemis der zaligheid? Is er onder u ook iemand die van den Heere geleerd heeft om te bidden: Och Heere, och wierd mijn ziel door U gered. Wijs mij toch den weg, dien ik te volgen heb om vrede te vinden voor mijn arme ziel. Toon mij, waar spijze en drank te bekomen zijn voor mijn hongerige en dorstige ziel. Waarheen moet ik mij begeven om den eenigen troost te vinden in leven en sterven?
Gelukkig degene, die den noodkreet van den stokbewaarder mag verstaan en bevindelijk mag kennen. Is er nog een ontkomen aan den goddelijken toorn voor zulk 'n goddelooze als ik ben? Wanneer een zondaar aan zichzelf ontdekt wordt, dan heeft hij hoogachting voor het volk van God. Den vorigen avond had de stokbewaarder Paulus en Silas met hardigheid behandeld. Nu haast hij zich om hun alle mogelijke vriendelijkheid te bewijzen. Hij noemt hen: lieve heeren. De wereldling toch ziet met verachting op het volk van God neder. Komt echter een ziel tot ontdekking en overtuiging, dan heeft zij hoogachting en liefde van den Heere verkregen voor het volk van God. Dan toch breekt ze met haar vorige omgeving. Kenmerk van het ware volk van God is, dat ze met grooten lust en begeerte de ontdekte en getroffene zondaars onderwijzen van den weg der waarheid.
Dit blijkt ook uit het antwoord van Paulus en Silas. In dit antwoord toch wijzen zij den stokbewaarder op den persoon van den Heere Jezus Christus. Door het geloof toch in den Naam van den Heere Jezus Christus is er behoudenis te vinden voor een armen zondaar. In dat antwoord van Paulus en Silas treft ons de troost, die er in de prediking der Waarheid te vinden is voor arme zondaars. Een troost, die door hen niet beperkt wordt, maar die in al hare volheid wordt uitgesproken. Hier toch wordt de zaligheid gepresenteerd aan het gansche huisgezin van den stokbewaarder.
Ook in het antwoord, dat Petrus op den Pinksterdag aan de verslagene menigte geeft, blijkt de welgemeendheid van de aanbieding des heils voor arme zondaars. De Heere toch is het aan zichzelf verplicht om Zijn woord. Zijn belofte, Zijn eed. Zijn verbond te houden. Hij kan zichzelven niet verloochenen. En daarom was waar, is waar en zal waar blijven het woord der heilige Schriftuur: »Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem«. De arme, ontdekte, overtuigde, ontbloote zondaar moet gewezen worden op den persoon van Christus. Geloof, o zondaar, in dezen Heere, die eene gemeente gekocht heeft niet met goud of zilver, maar met Zijn dierbaar bloed. Geloof in dezen Jezus, want Hij is niet een Zaligmaker onder vele, maar Hij is de eenige Zaligmaker, de eenige Naam die onder den hemel gegeven is om zondaren zaiig te maken. Geloof in den Christus, want Hij is van den Heere gezalfd tot den geheel eenigen Profeet, Priester en Koning. Gelooft het woord van den Heere Jezus. Hij is de eenige weg om te ontkomen aan den toorn des Heeren. Geloof in den Christus, want Hij is het eenige offer, dat God behaagt. Zijn gebed voor u wordt altijd verhoord. Zijn zegen is als de dauw van Hermen, die het dorstig aardrijk bevochtigt. Geloof in dezen Koning, want Hij alleen kan u beschutten, bewaren en beveiligen.
In het antwoord treft het ons, waarde lezer, dat Paulus en Silas zeggen: Gedoof in, dus niet: geloof aan. Dit laatste toch wil zeggen, dat ge historisch gelooven zult dat de Heere Jezus Christus op aarde voor zondaars geleden heeft. Het eerste, n.l. gelooven in den Heere Jezus, wil zeggen, dat gij zelf persoonlijk met dien Heere Jezus Christus verbonden wordt door den band des geloofs. De ontdekte zondaar wordt vermaand om door de kracht des Heeren, door Zijne vrije genade den Middelaar Gods en der menschen aan te nemen en in Hem te wandelen.
En nu zegt het antwoord, dat het gelooven noodzakelijk gevolgd wordt door de zaligheid. Hier toch staat niet: geloof, en dan zult ge misschien zalig worden. Neen, hier staat uitdrukkelijk: geloof, en gij zult zalig worden. Welzalig dan de ziel, die door het geloof in Jezus Christus den Heere bevrijd wordt van het allergrootste kwaad en vervuld wordt met het allergrootste goed. Welzalig de mensch, dien 't gegeven wordt niet alleen voor den Naam van Christus te lijden, maar ook in Hem te gelooven.
Waarde lezer, hoe staat het met u? Is dat wonder der vrije genade reeds aan u geschied? Of zal het vreeselijke in de toekomst u wachten, dat gij, onbekeerd en ongeloovig stervende, uwe oogen zult openen in de eeuwige pijn? Is het bij u reeds een brandende vraag geworden: »Hoe word ik rechtvaardig voor God? « De mensch is gevallen in Adam, dood door de zonden en de misdaden, en drijft als de doode visch stroomafwaarts naar de Doode Zee van den eeuwigen toorn des Heeren. De brandende vraag: »Hoe word ik rechtvaardig voor God? « wordt niet gehoord. In droomende zelfgenoegzaamheid gaat ge het leven door, vragend: hoe kom ik vooruit in de wereld, hoe kan ik mijn schatten vermeerderen, hoe kan ik naar hartelust eten en drinken en vroolijk zijn. Mocht de Heere u nog eens aan uzelf ontdekken, blinde, dwaze en doove wereldling. Omdat gij u niet ziek gevoelt, hebt gij geen behoefte aan den medicijnmeester Christus. Omdat gij meent rijk en verrijkt te zijn, vraagt gij niet naar de schatten en gaven van Jezus Christus. De Satan wil ook nu den ontdekten zondaar in zijn macht behouden door hem tot zelfmoord te brengen. We hooren ook nu wel verhalen van kinderen Gods, dat ze bijna er toe gekomen waren om zich door zelfmoord het leven te benemen. Zoo bang en benauwd was het hen om 't harte. Zoo bang en angstig maakte het hen de Satan en hun booze, verdorvene hart. De Heere zorgde er voor, dat de daad niet volvoerd werd en dat ze nog ter elfder ure als een vuurbrand uit het vuur gerukt werden. Dan leert de Heere de ontdekte en overtuigde ziel neer te vallen aan de voeten van den Heere Jezus. Aan alle benauwde en beangste zielen mag en moet worden voorgesteld de bereidwilligheid van den Heere Jezus om zondaars zalig te maken en vaten te bevrijden uit het huis van den sterk gewapende. En wat gij niet wilt en niet kunt, dat kan en wil de Heere Jezus. Hem is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde. En zoo roep ik dan alle benauwde en bekommerde ziel onder onze lezers toe: Schept moed uit de behoudenis van den stokbewaarder. En gij, die kennis hebt aan den bevindelijken weg van ontdekt en overtuigd en getrokken te zijn geworden tot den Heere Jezus, geeft den Heere de eere van Zijn werk.
Gij zijt wonderteekenen van den Heere. Roept Zijn Naam en grootheid uit. Predikt zulk een Heere Jezus Christus, wiens lust het is zich over goddeloozen te ontfermen. Roept de grootheid uit van Hem, die een grooten Naam heeft en dit betoont door groote zondaren te trekken en te rukken uit de klauwen van den Satan.
O.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's