FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Wij mochten onze rekening van het vorig jaar sluiten met een voordeelig saldo en kwamen niet te kort, dank zij de vrijgevigheid van onze Gereformeerde broeders en zusters in de Hervormde Kerk. Ook het vereenigd bedrag der ontvangsten voor het Leerstoel-en Studiefonds klom nog weder met ettelijke honderden. 15 jaren achtereen was dat geschied, en ook het 16de jaar van ons penningmeesterschap heeft ons niet beschaamd. Dit is in geen geval op eenigerlei wijze te danken aan mij; laat ik er dat dadelijk bij zeggen, maar alleen aan Hem, die de harten en beurzen heeft geopend en den Bond met zijn fondsen nog als een middel wil gebruiken om de prediking der Waarheid in onze Hervormde Kerk te bevorderen. Niet dankbaar genoeg kunnen wij daarvoor zijn, dat de Gereformeerden in onze Kerk dat begrijpen en waardeeren en het toonen door hunne bijdragen. Op dien gestadigen groei van de ontvangsten gaat het Bondsbcstuur onwillekeurig min of meer rekenen, zoodat bij elke aanvrage om steun voor iemand, die een beroep doet op het Studiefonds, niet in de eerste plaats wordt gerekend of wij 't wel betalen kunnen, maar bijna uitsluitend wordt beheerscht door de al of niet geschiktheid van den aanvrager, zoowel van hoofd als hart.
Mocht de penningmeester bij zoo'n gelegenheid soms een bedenkelijk gezicht zetten, dan is het: wij hebben al de Gereformeerde Hervormden achter ons, die zullen er wel voor zorgen, als jij het hun maar vertelt. Tegen zulke argumenten ben ik niet bestand en dan antwoord ik: vooruit dan maar.
In die groeiende eindcijfers van onze rekening, zitten echter bijna altijd een of meer extraatjes, die wij niet onder de gewone inkomsten mogen rekenen. Zoo was er vorig jaar iemand, die ons ineens duizend gulden zond en waren er twee studenten, die in de vacantie een reis maakten om gelden te verzamelen voor onze fondsen, welke ook duizend gulden opleverde. Zal er dit jaar weer iemand, of soms twee iemanden zijn, die ons met zoo'n sommetje gelukkig v/illen maken? Ik reken er stilletjes op.
De tweede vraag was: zullen de twee studenten er weer op uit gaan? Of moet ik die ƒ1000 dit jaar in de rekening missen? De eerste duizend gulden hangen nog in de lucht en zullen, hoop ik, ter gelegener tijd wel naar beneden komen. De tweede, van de twee studenten, zijn heel wat dichter bij en zie ik in de verte al naderen. Een der twee jongelui, die het vorig jaar zoo'n schitterende reis maakten, is ditmaal niet in de gelegenheid, maar de andere, n.l. de heer J. G. Abbringh uit Groningen, schreef mij, dat hij na eenige vergeefsche pogingen om een reisgenoot te vinden, er toe besloten was de reis alléén te maken.
Wij zijn den heer Abbringh ten hoogste dankbaar voor het aanbod om zijn vacantie te besteden voor een zoo inspannenden arbeid als een collecte-reis voor het Studiefonds toch ongetwijfeld is. Voor zichzelf heeft hij den steun van het Studiefonds niet noodig. Dat helpt veel, want voor anderen te vragen is altijd gemakkelijker dan voor zichzelf.
De heer Abbringh is vol moed en denkt met de hulp des Heeren aan het eind der reis ons hetzelfde bedrag te kunnen overmaken. Het plan was, als zijn eindexamen, dat deze week moet plaats hebben, een gunstigen afloop heeft, den 28sten Juni te beginnen en zijn schreden te richten naar de Zuid-Hollandsche eilanden met hun Gereformeerde bevolking, en in Oud-Beijerland de operaties aan te vangen. De reis-en verblijfkosten moeten vanzelf zoo gering mogelijk zijn. Nu, dat is het vorig jaar voor twee bijzonder weinig geweest, dus voor één is het nog minder. Hij is met weinig tevreden en een gelegenheid, waar hij des avonds uit kan rusten van de vermoeienissen, die zal hem wel aangeboden worden. Hebt de herbergzaamheid lief, staat er in Gods Woord, want daardoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd. Nu, 't is wel een puikje, maar een engel is 't niet, dat kan ik u wel verzekeren. Evenwel is hij toch een gedienstige geest, die wil bevorderen dat de ware prediking des Woords in vele gemeenten, die er nu van verstoken zijn, herberg vinden moge. En zoo iemand laat men niet op de stoep staan bij onze vrienden, dat weten we te goed.
Wij wenschen onzen vriend een gelukkigen afloop van zijn examen en daarna een gezegende reis èn voor hem zelf èn voor de fondsen. Er wordt gebeld. Ik doe open. Een onbekende. Ben ik hier bij den penningmeester? Jawel.
Ja, ik bedoel van den Gereformeerden Bond.
Zeker, hij staat voor u.
Zoo, kijk eens, ik heb hier ƒ 10.—, waar ik een poosje over gespaard heb en nu had ik gedacht: ƒ 5.— voor den Gereformeerden Bond en ƒ 5.— voor den Zendingsbond. Dank u wel. Maar kom toch even binnen. Neen, ik heb geen tijd.
Zeg mij dan toch, waar u vandaan komt. Uit Nijme gen.
Weg was hij. Aardig toch. Misschien zijn er meer menschen, die voor een dag of wat in Arnhem komen, 't Is een mooie stad. Een prachtig gedeelte is de Eusbiussingel, voor al waar de Parkstraat begint. Kom op no. 6 even uitrusten. Ik ben veel thuis.
V e e n e n d a a l. De brievenbus van ds. Jongebreur begint een zekere vermaardheid te krijgen. Tot drie keer achtereen werd er een gift in gevonden van ƒ5, dat is ƒ15 voor onze fondsen, en ook werd bij onzen secretaris nog weder bezorgd ƒ5.50 door N.N. aan verzamelde stuivertjes. Dat is bij elkaar ƒ20.50.
De brievenbussen van onze Gereformeerde predikanten mogen door onze menschen gerust als hulp-postkantoren worden beschouwd, waar men giften voor onze fondsen mag instoppen. Ik weet zeker, dat niemand van hen er op tegen heeft een aanstelling van mij te ontvangen als onbezoldigd directeur. De meesten van hen zijn aangesloten bij de giro, zoodat het overmaken van de ontvangen bedragen niets kost en zoo ze niet zijn aangesloten, heeft het niet het minste bezwaar dat de kosten er afgehouden worden. Dat is voor veel menschen gemakkelijk en onze predikanten hebben daar niet het minste bezwaar tegen. Integendeel, hoe meer er inkomt, hoe liever zij het zien.
H e d e I, afgezonden door ds. Joh. de Bres te Bruchem als consulent, ƒ5.— voor het Studiefonds uit de catechisatiebus te Hedel.
Nieuw Lekkerland, ƒ2.50 voor 't Studiefonds, aan ds., G. Alers ter hand gesteld na den morgendienst van 6 Juni j.I.
Otterloo, van ds. L. G. Bolkenstein ƒ2.50 als een gift uit de gemeente voor hel Studiefonds.
N i e u w e r k e r k a. d. IJ s s e l, f7, 50 uit de bus voor In- en Uitwendige Zending van de Chr. Jongelingsvereen. Samuël, voor de fondsen afgezonden door den heer A. de Redelijkheid, voorzitter.
Suawoude, door ds. G. Lans ƒ 1.— als gevonden in de collecte op Zondag 13 Juni voor den Gereformeerden Bond, voor bewezen weldaden.
Amsterdam, door ds. Remme ƒ25.— als ontvangen van den heer L. uit Rotterdam bij gelegenheid van zijn huwelijksinzegening, voor het Leerstoel-en Studiefonds.
A m s t e r d a m, door ds. Remme ƒ 2.50 van C. van E. »Een dankoffertje«.
's G r a v e n h a g e, door ds. S. van Dorp. ƒ1.25 van N.N. voor het Studiefonds met bijschrift: omdat de Heere goed is; ƒ1.— van mej. K. voor den Gereform. Bond; ƒ1.— van den heer van E. voor het Studiefonds. Tezamen ƒ 3.25.
Hazerswoude van mej. C. Qualm ƒ 17.65 voor het Leerstoelfonds uit busje no. 73.
E e m n e s-B u i t e n, door ds. W. J. Kolkert ƒ 15.— als deel van de Pinkstercollecte voor de beide fondsen.
Amersfoort door den heer B. Ruitenberg voor mij geïnd de kwitanties aldaar, n.l. ƒ 14 voor het Leerstoelfonds en ƒ 16.25 van de leden van den Bond; tezamen de som van ƒ 30.25.
G o u d r i a a n, van de afdeeling ƒ 23.— aan contributie der leden.
K r a b b e n d ij k e, door C. J. Berman ƒ11.— aan contributie der leden.
Delft, door J. A. Hordijk, penningm. der afdeeling, aan contributie der leden ƒ 45.—.
Mededeelingen. Wij ontvingen met dank de namen van nieuwe abonné's uit Amsterdam 1. Amersfoort 1. Barneveld 1. Enter 1. 's Gravendeel 1. Kamperveen 1. Linschoten 1. Spijk (bij Gorinchem) 1. Strijen 1. ' . Utrecht 1. Veenendaal 1. Zwijndrecht 1. Totaal 12 stuks.
Nieuwe leden. Utrecht 2. Rijssen 2. 's Gravenhage 25. Tezamen 29 nieuwe leden.
Ik ontving van iemand een briefkaart van den volgenden inhoud :
WelEd. Heer, Lezer van de Waarheidsvriend, en geen Bondslid! Waarom niet! Zou »Jan Slof« hier niet veel schuld aan hebben? U moet alle lezers maar »ambtshalve« als leden inschrijven, tenzij zij uitdrukkelijk het tegendeel te kennen gaven. Hieronder de namen van twee nieuwe leden.«
Tot zoover de briefkaart. »Jan Slof« is een vijand van mij. Het is de eenige, dien ik haat. Als hij niet zoo sterk was, dan pakte ik hem aan op de wijze van den schrijver. Maar de lezers kunnen mij helpen door mij allen een briefkaart te schrijven, dat ze lid worden. Als ze dat doen, dan is mijn vijand verslagen en heeft niets meer te vertellen. Wie doet er mee?
Wie doet er mee? Intusschen hartelijk dank voor de vele gaven, ontvangen tijdens mijn afwezigheid. Moge de zegen des Heeren er op rusten.
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's