STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Economische moeilijkheden.
Het Nederlandsch-Duitsch verdrag, waarover reeds zooveel geschreven werd en dat binnenkort in de Tweede Kamer in openbare behandeling komt, levert een nieuw bewijs van de economische weerloosheid van Nederland.
Ons volk heeft door zijn handelspolitiek zich in economischen zin, aan handen en voeten gebonden, aan het buitenland over gegeven.
En daarmede plukt het de wrange vruchten van een tariefstelsel, dat de regeering niet in staat stelt, om bij onderhandelingen die voordeelen voor ons land te bedingen, die het voor zijn welvaart behoeft.
Of eenige mogendheid Nederland ter wille of niet, laat het onverschillig, het geeft toch aan iedereen dezelfde voordeelen. Er gaat een golf van bescherming over Europa, waarbij reeds Staten worden aantroffen, die feitelijk hun grenzen voor den invoer hebben gesloten.
Het is noodig op deze zaak eens de aandacht te vestigen, omdat Nederland met zijn land-en tuinbouw, alsmede met zijn uitvoer van allerlei soort artikelen, het kind van rekening dreigt te worden,
En waar het met ons volk in de toekomst henen moet, als de producten niet meer kunnen worden uitgevoerd en dus binnen de grenzen des lands moeten blijven, daarvan zijn de gevolgen niet te overzien
Op economisch terrein leven wij in moeilijken en hoogst ernstige dagen. Het verbod van invoer van Hollandsch vee in Engeland, werpt zijne schaduwen reeds vooruit. Gelukkig dat ditmaal nog bij het Nederlandsch-Duitsch verdrag enkele voordeelen konden verkregen worden ten gunste van onzen land-en tuinbouw.
Dit vond zijn oorzaak in de welwillendheid van Nederland, toen het in 1920 ten behoeve van Duitschland voor den tijd van 10 jaar een crediet van 140 millioen gulden beschikbaar stelde.
Met dit wapen in de hand, n.l. de verlenging van het crediet en de renteverlaging van dat crediet, kon bij de onderhandelingen te Berlijn een gunstiger tarief van invoerrechten voor de producten van land-en tuinbouw verkregen worden.
Had ook dit ruilobject ontbroken, dan zou aan den Nederlandschen land-en tuinbouw en slag zijn toegebracht, die moeilijk meer ware te boven te komen.
Dit gevaar is intusschen afgewend, alhans wanneer de Staten-Generaal het verdrag met Duitschland uit anderen hoofde niet verwerpt.
Van het debat, dat in de Kamer te wachen staat, hangt ditmaal voor de toekomst van ons volk heel wat af.
Ook voor de naaste toekomst zullen regeering en volksvertegenwoordiging zich ernstig hebben te beraden, welke maatregelen zullen moeten getroffen worden om ons land voor een economische inzinking te bewaren.
Donkere tijden
Wij vestigden de vorige week de aandacht op de politiek van »De Banier«, die daarin bestaat, dat niet met alle macht de strijd wordt aangebonden tegen de ondergraving der christelijke grondslagen van ons volksleven van revolutionaire zijde, maar dat daarentegen wél bij iedere denkbare gelegenheid de daden der naaste geestverwanten onder de loupe worden genomen om te onderzoeken, waarin deze te kort schieten.
Vooral omdat de vijand zich in een dergelijk optreden verheugt, noemden wij deze politiek jammerlijk.
Doch deze politiek wordt ook door Gods Woord veroordeeld.
Immers, in het Boek »de Spreuken van Salomo«, lezen wij: dat het den Heere een gruwel is, »die tusschen broederen krakeelen inwerpt«. En wat doet men eigenlijk week aan week anders dan in eigen ingewand wroeten?
Zoo behoort het onder ons niet te zijn. Het is de tijd niet om elkander te bestoken en te bekampen. Daarvoor is geen reden. En zeker niet nu van allen kant de vijand bezig is de eere Gods op alle terrein des levens aan te randen. Mochten wij maar meer zoeken wat ons vereenigt en niet wat ons scheidt.
Daarvoor leven wij te veel in donkere tijden en is het noodig de wacht te betrekken bij de eeuwige beginselen, welke naar Gods Woord en Getuigenis zijn.
„Gij zult niet echtbreken".
Het aantal echtscheidingen, waarvan men dagelijks in de bladen leest, neemt zienderhand toe. Bij velen bestaat geen eerbied meer voor het huwelijk. Dezulken noemen echtelijke trouw dwaasheid. Van het huwelijk, als een instelling Gods, wil men natuurlijk niets weten. Deze beschouwing behoort in onzen modernen tijd niet meer thuis. Uit de statistieken verneemt men dat b.v. in de hoofdstad des lands het aantal echtscheidingen het vorig jaar bijna 500 bedroeg, dat is 20% van de huwelijken, welke werden gesloten.
In 't buitenland is de toestand nog erger. Er zijn daar streken, waar in de laatste 10 jaar het aantal echtscheidingen haast werd verdriedubbeld. In de echtscheidingsstatistiek ligt een wereld van ellende en onzedelijkheid verborgen. Zoo neemt de zedelijke verwildering onder de volken steeds grooteren omvang aan. En de stemmen klinken luider, zelfs in de z.g.n. beschaafde kringen, om het echtscheidingsproces te vergemakkelijken en den huwelijksband losser te maken. Door een klein kunstje weet men zich tegenwoordig aan het huwelijk en de echtelijke trouw te onttrekken. Op dit terrein heeft de regeering een ernstige roeping te vervullen. Het gaat hier om een der christelijke grondslagen van ons volksleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's