De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

De Rijksfinanciën.
In het Verslag van de Nederlandsche Bank over 1925—1926 vinden wij van de hand van de Directie heel wat belangrijke gegevens vermeld over de financiëele politiek, welke in genoemd jaar onder de leiding van Minister Colijn door onze regeering is gevoerd geworden.
Herinnerende aan den historischen dag van 28 April 1925, toen tegelijkertijd in de parlementen van Engeland en Nederland de officieele verklaring was afgelegd, dat van dien datum af in die landen het goud weder als grondslag van het geldwezen was aanvaard, mag — zoo zegt de directie — thans geconstateerd worden, dat in het eerste jaar van het herstd van den gouden standaard, de Nederlandsdhe gulden volkomen bevredigend op zijn goudwaarde kon gehandhaafd blijven. Daardoor bleef ook de gulden in het internationaal verkeer een vertrouwbaar devies (wissel op het buitenland), wat tevens een gunstigen invloed had op de prijsvorming in ons land.
Naar het oordeel van de leidende personen aan de Nederlandsche Bank, hebben drie factoren krachtig medegewerkt om de goudwaarde van den gulden te steunen, te weten: de bloei van Ned. Oost-lndië, de toestrooming van vreemd kapitaal naar ons land, en de politiek van onzen Minister van Financiën om de begrooting sluitend te maken en de uitgifte van schatkistpapier binnen enge grenzen te houden.
Vooral wat deskundigen, zoo tot oordeelen bevoegd als de president en de directeuren van de Nederlandsche Bank, verklaren over den bloei van Ned. Oost-lndië, waarin ook de goede zorgen van het Kabinet ten aanzien van het gevoerde Koloniale beleid uitkomen, als van Minister Colijn met betrekking tot de financiën des lands, stemt tot groote dankbaarheid.
Stellen we daartegenover wat in landen als b.v. Rusland, Oostenrijk en Duitschland ten aanzien van de waardedaling van het geld heeft plaats gehad en de moeilijke omstandigheden waarin deze Rijken in verschillende opzichten nog steeds verkeeren, benevens de financiëele zorgen, welke op dit oogenblik landen als België en Frankrijk doormaken, dan mogen wij hier in Nederland God danken voor de zegeningen, die wij tot op heden uit Zijne genadige handen mochten ontvangen en dankbaar zijn voor de mannen, welke Hij ons volk schonk om ons land voor het wegzinken in den financiëelen afgrond te bewaren.
Toch blijft voor de naaste toekomst bedachtzaamheid ten opzichte van de financiën des Rijks geboden.
Minister Colijn deed ten vorigen jare, toen zijn financieel beleid nog veler sympathie en instemming had, een waarschuwend woord hooren. En dat deze bewindsman in die dagen gelijk had, blijkt ook uit hetgeen het verslag van de Nederlandsche Bank op dit punt ons verder heeft te zeggen.
Is er over het algemeen reden tot tevredenheid, dit mag — zoo staat in het verslag te lezen — echter geen reden voor ons zijn om de zwakke punten niet bloot te leggen en voor de toekomst te veel naar optimisme te neigen. Immers er bestaat bij lange na geen zekerheid, dat die gunstige factoren ook in komende jaren voor ons zullen blijven bestaan.
En dan wordt er op gewezen, hoe niet alleen in den toestand van onze koloniale producten licht kentering kan komen, maar ook — en dit is zoo juist — dat de Staatslasten inderdaad nog te hoog zijn, en om de begrooting ook in het vervolg sluitend te houden vermindering aan de zijde van de uitgaven nog dringend noodig zal zijn.
Nu is bij de beoordeeling van den financiëelen toestand des Rijks nog op één ding te letten, namelijk op den belastingdruk, welke voor ons volk veel te zwaar is. Er zijn menschen, die belangrijk meer dan de helft van hun inkomen naar den ontvanger hebben te brengen. Die toestand, die reeds voor velen ondragelijk is, staat nog verergerd te worden wanneer eenige van de gunstige factoren, waarvan hierboven sprake was, ons zouden komen te ontvallen. Daarbij is het aantal oninbare posten reeds onheilspellend hoog en verkeeren scheepvaart en vele takken van handel en industrie nog steeds in groote moeilijkheden, die er zeker niet op zullen verminderen als straks de buitenlandsche tarieven en de belemmeringen in den uitvoer in al hunne zwaarte op de bronnen van ons toestaan zullen gaan drukken.
Het zijn gulden woorden, welke Minister Colijn eenmaal sprak, dat de welvaart van ons land alleen dan gebaat kan worden, wanneer kapitaalvorming als gevolg van beperking der uitgaven en verlaging der belastingen weer zal intreden.
Om daartoe te geraken werden perspectieven geopend die echter met het heengaan van dien bewindsman ten deele weer werden vernietigd.
Het zal voor den nieuwen Minister van Financiën, den heer de Geer, 'n zware taak worden om ons volk op den duur in financiëelen zin voor afglijden te behoeden.

Het fascisme.
Het fascisme begint langzamerhand ook buiten Zuidelijk Europa navolging te vinden. Begonnen in Italië onder aanvoering van den sterken man Mussolini, werkte het fascisme aanstekelijk in Spanje en Portugal, in Turkije en Pollen.
Al deze landen bezitten hun dictator, die aan de vorstenhuizen, voor zoover deze in die landen nog aanwezig zijn, een schaduw van macht hebben overgelaten en die de parlementen in die landen tot een nietsbeteekenende instelling hebben vervormd.
De Imperator regeert en aan zijn bevelen hebben zich koningen en onderdanen te onderwerpen op straffe van bij den dictator in ongenade te vallen.
Tot op heden is westelijk-, midden-en noord-Europa aan dit revolutionair optreden vreemd gebleven. Echter beginnen zich ook in laatstgenoemde streken symptomen voor te doen die in actualisme, in activisme, broertjes toonen te zijn van het revolutionaire fascisme.
Zoo is in België b.v. een krachtige Bond van Fascisten ontstaan, die, naar de Bladen melden, een 50.000 jongelingen bereid heeft bevonden om zich met het zwarte hemd te kleeden en op het zwarte vaandel den eed van getrouwheid af te leggen.
Door dit voorbeeld, in België aangevuurd, beginnen de actualisten zich ook in Nederland te roeren.
In het weekblad »De Vaderlander«(? ), het fascistisch orgaan, is een oproep verschenen aan ontwikkelde jongelui, leerlingen aan gymnasia, Hoogere Burgerschool, Hoogere Handelsscholen en Kweekscholen, om zich bij het Verbond van Actualisten aan te sluiten en ook hier te lande een fascistenvendel te vormen.
De uniform ligt al gereed. De oproep geschiedt onder de leuzen:
Vóór het actualisme;mtegen het parlementarisme.
Nu gelooven wij niet, dat het fascisme bij ons een vruchtbaren bodem voor zijn actie vinden zal.mDaarvoor is de godsdienstzin, de zucht naar de vrijheid en de liefde voor het Oranjehuis bij ons volk te sterk ontwikkeld.,Toch geeft de oproep in »De Vaderlander« iets te denken. Vooral na de verzwakking, welke het parlementaire stelsel in de laatste maanden onderging, hopen de actualisten meerdere kans van slagen voor hunne revolutionaire actie ook bij ons te hebben. Zoo kan de ministeriëele crisis van November 1925 nog weer opnieuw in een kwaden zin nawerken.
Ook ten aanzien van het fascisme hebben wij waakzaam te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's