De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

13 minuten leestijd

I.
Calvijn - Servet.
Velen weten van Calvijn, den hervormer van Geneve niet veel meer, dan dat hij de man is, die den knappen en kundigen Michaël Servet op den brandstapel gebracht heeft en nóg gruwt men van die bloeddorstige heerschzucht van Calvijn, niet nalatende met den naam van Servet te schermen, om daardoor een afkeer tegen de Calvinisten, de Gereformeerden, de Antirevolutionairen, enz. bij de schare te verwekken. De brandstapel. En dan de martelaar Servet. En dan de sinistre trekken van den afschuwelijken Calvijn!
In een der kalenders door de S.D.A.P. ten onzent uitgegeven — prof. Diepenhorst deelde het onlangs mee in "De Rotterdammer" en aan zijn artikelen ontleenen we wat hier verder volgt — staat achter 27 October, tot schrik van het zelfbewuste proletariaat, het schrikb're feit vermeld: "Michaël Servet als ketter door Calvijn verbrand".
Mocht men misschien oordeelen, dat de geestesgesteldheid van een dergelijk proletarisch-socialistisch-publiek niet als de normale mag worden aangemerkt, dan worde herinnerd hoe bij de laatste algemeene begrootingsdebatten onder 't Ministerie-Kuyper, in 1905, in de Eerste Kamer der Staten Generaal niemand minder dan mr. S. van Houten de Nederlandsche Calvinisten opriep om, in navolging van hetgeen in Geneve geschiedde, een "monument expiatoire" voor Servet op te richten, een monument, dat uiting geeft aan hunne droefheid over de misdaad door Calvijn aan Servet bedreven. En toen in dat zelfde jaar 1905 in Augustus te Geneve het Internationaal Vrijzinnig-Godsdienstig Congres werd gehouden, wist de Nederlandsche af­gevaardigde, de heer Hugenholz, de vroegere voorganger van de Vrije Gemeente te Amsterdam, deze internationale schare tot blijde geestdrift te stemmen door de mededeeling, dat door der Vrijzinnigen actie van zijn voetstuk was gestooten dr. Kuyper, de Nederlandsche incarnatie van Calvijn, die Servet deed verbranden!
Op den 8sten Juni van het jaar 1908 werd te P a r ij s door de mannen van brutalen Kerkroof en tyrannieken gewetensdwang in naam der vrije consciëntie een standbeeld onthuld ter eere van Servet. Daarna kreeg hij nog in Zwitserlands hoofdstad zijn monument en sindsdien werd verder verbreid de roem van Servet en de schande van Calvijn!
Voor hen, die gaarne in Calvijn den man vereeren, die de diepe gedachten van Gods Woord heeft gegrepen en op meesterlijke wijze vertolkt — zoo zegt prof. Diepenhorst in "De Rotterdammer" — bestaat ernstige reden om aandacht te wijden aan het feit, dat ook in kringen waar oprechte hulde wordt gebracht aan de veelomvattende kennis van Calvijn, aan den Reformator, een wanbedrijf, wordt ten laste gelegd, hetwelk, zoo het inderdaad op zijn rekening moet worden gesteld, hem voor een deel van zijn invloed moet berooven.
Niet alsof een vallen in de zonde aanleiding mag geven den gevallene achting te onthouden en zich hoofdschuddend van hem af te wenden. Wat de Heilige Schrift verhaalt van Petrus, den apostel des Heeren, en David, den man naar Gods hart, leert ons wel anders. Echter bestaat hierin het kardinale verschilpunt: toen Petrus zijn Heiland verloochende, werd hij verteerd door zielsverdriet, en toen David de moordende hand aan Uria sloeg, viel hij als een boeteling in het stof. Bij Calvijn echter zoekt ge na het bedrijven van de misdaad, die hem ten laste gelegd wordt, te vergeefs naar eenige uiting van berouw. Integendeel, hij verhardt zich, grijpt naar de pen en schrijft een tractaat waarin hij 't boud uitspreekt dat geen blaam hem om zijn handelwijze kan treffen en dat de meest verdorven mensch zijn daad zal moeten goedkeuren,
Eene ernstige beschuldiging wordt zoo tegen Calvijn ingebracht, die nog verzwaard wordt door de omstandigheid, dat zijn aanklagers vrij algemeen die euveldaad beschouwen als eene noodzakelijke consequentie van het door hem ontwikkelde systeem.
De beschuldiging luidt aldus: Johannes Calvijn heeft in den jare 1553 weten te bewerken, dat Michael Servet, een man van vurigen geloofsmoed en ongemeene talenten, eerst te Viënne in Frankrijk, wegens ketterij door de Roomsche Inquisitie ter dood werd veroordeeld en heeft daarna, toen deze Servet, uit Viënne ontsnapt, te Geneve gekomen was, hem daar levend laten verbranden. Bij zijn gruwelijk bedrijf tegen dezen uitstekenden jurist, dezen genialen medicus, die grooten roem verdient door zijn ontdekking van den bloedsomloop. dezen diepzinnigen theoloog, kortom deze buitengewonen man, singulier in alles, werd hij gedreven door persoonlijke wraak en zocht zijne handelwijze te verdedigen door het aanvoeren van argumenten ... logische gevolgtrekkingen uit zijne ... dooden van ketters verplichtend ...
't Requisitoir is zeker verre van ... de ernst der aanklacht benevens de ...heid der aanklagers maken eenen, nauwgezette instructie noodzakelijk.
Twee dingen moeten in de procedure tegen Servet wel worden onderscheiden. Calvijn wordt  een principiële fout ten laste gelegd ... wordt verweten: eene onwaa..., persoonlijke gedraging ... hij, gedreven door wraakzucht, op ... dige wijze Servet benauwde.
Van de eerste beschuldiging kunnen wij hem niet vrijspreken. Onomwonden hebben wij een »peccavi« uit ... ken voor de dwaling, die Calvijn ... door de straf, aan Servet voltrokken af te keuren. Die houding keuren we af als in strijd met Gods Woord, als miskennend de lessen der historiën, ingaand tegen de ware beginselen van het Calvinisme.
Toch zullen wij niet vergeten hoezeer zijn optreden de algemeene geloofsovertuiging dier dagen weerspiegelt, hoe het ... pelle intrare",  "dwing ze om in te gaan" door Augustinus verkondigd, nog alle geesten bekoorde. Alle destijds levende hervormers geven hunne instemming met de veroordeeling van Servet te kennen. Waar zich verzet tegen het beginsel openbaarde, vloeide het voort uit kerkelijk indifferentisme, uit onverschilligheid  in de zaken van het geloof. Niet het minst uit protest tegen die onverschilligheid, hielden onze vaderen zoo vast aan een erfstuk der historie, vergetende ook op andere gronden dan die ... zijn aan de revolutionaire opvatting ... goedkeuring van politieke vonnissen ... kan worden besloten.
Door hen, die de Calvinistische ge... niet deelen, zal bezwaarlijk beschuldiging tegen Calvijn, kunnen worden ingebracht. Niet door de zonen en dochteren van ...
Zal een andere openbaringsvorm ... reformatie, zal de Luthersche Kerk worden verwaardigd haar stem verheffen? Het ... dat nog in de slotkapel te Dresden bewaard wordt, waarop het "wachtwoord van den Calvinist" gebeiteld staat, hetzelfde zwaard, dat een einde maakte aan ... van den vromen Calvinist Krel die het Calvinisme in Saksen trachtte te verbreiden, snijdt hier elke zelfverheffing af.
Zullen dan degenen, die in de beweging der Fransche revolutie hunne ... vinden, in een hoog gevoel van zelf ... den staf over Calvijn breken; ... men niet meer het dof dreunen van den valbijl der guillotine? Of om ons tot ons land te beperken, is het noemen van het jaartal 1834 en het vermelden van de tirannie op het gebied der school uitgeoefend, niet voldoende zijn om het schaamrood op de kaken te jagen?
Inderdaad hier is binnen en buiten de uren van Ilium gezondigd. Ook binnen de muren.de muren. Maar ook in dien zin, dat aan ... persoonlijke lafhartigheid moet worden ten laste gelegd?
(Wordt voortgezet)

Zijn Socialisme en Christendom vereenigbaar?
"In den jongsten tijd" — zoo schreef De Standaard onlangs in een hoofdartikel, hetgeen wij hier overnemen, is meermalen eene zekere voldoening opgemerkt dat onder de Socialisten het getal dergenen die voor religie voelen, toeneemt. En ... werd, zelfs door enkele ethische predikanten, nog wel iets goeds verwacht. Het komt ons voor, dat wie zoo oordeelen, zich stevig vergissen. En het is wellicht niet verkeerd om op deze quaestie eens wat dieper in te gaan.
De vader van het zogenaamde maatschappelijke Socialisme was een vijand van alle religie. Marx kon zich niet weerhouden om met de religie te spotten. In zijne geschriften worden uitspraken als deze gevonden:  "Robinson Crusoe schept behagen ... en dergelijke dingen en besch... zodanige bezigheden als ontspanning, nevelgewesten der theologische ...
De Bijbel is een waar, die als ... voorwerp in het huis des wevers ... gaan, om daar te bevredigen ... aan stichting, terwijl de Bijbelverkopers van den wever ontvangen gelden en brandewijn. En als hij wil aantoonen ... in het ruilverkeer feitelijk een geheel ... van maatschappelijke natuurverschijnselen ... verloopt, al kunnen zij door de ha... personen niet gecontroleerd worden ... heet het nogmaals: »De wever kan ... linnen verkoopen, omdat de boer ... verkocht heeft ; de dorstige Bijbel..., slechts den Bijbel, omdat de wever ... vervreemdt; de likeurstoker slechts den sterken drank, wijl de andere het ... des eeuwigen levens reeds verkocht. Zelfs ontzag deze spotter zich niet ... wilde verduidelijken, hoe de waarde eerwaarde eerst van elkaar onderscheiden  en daarna weer één worden, te verwijzen naar de  belijdenis van de Heilige Drie-eenheid dat is dus naar het dogma, waarmee het Christendom staat of valt. Door den invloed van Marx keerde de Sociaal-Democratie in Duitschland zich dan ook fel tegen de Kerk. Reeds aan het einde van de  vorige eeuw constateerden zowel M. Radi in »Die religiös-sittliche krankenwelt unserer Industriearbeiter« als Göhre in zijn bekend boekje »Drie ... fabrieksarbeider«, dat het in massa uit de Kerk uittreden de arbeiders van ... christelijke invloeden had vervreemd, ja dat de groote meerderheid der arbeiders beslist vijandig was aan 't Christendom. En dat dit zoover ging, dat er verenigingen waren, die »postten« bij de kerken om het »de gezellen«, die zich daar ddurfden vertoonen, lastig te maken.
Deze vijandige houding van het Marxisme tegenover 't Christendom en de Kerk is niet bevreemdend. Dat Marx den godsdienst voor het volk even verderfelijk achtte als opium, was eene consequentie zijner leer.
Als materialist kende hij alleen de stof en de kracht, die van meet af in de stof sluimerde en loochende hij 't bestaan eener geestelijke wereld, dat is van God, van de engelen en van de ziel des menschen. Op ... standpunt moest hij in de godsdienstige ideeën slechts de weerspiegeling van stoffelijke verhoudingen in de hersenen der mensen zien. Marx zou zich dan ook aan lieden die tegelijkertijd religieus en socialist zijn, hebben geërgerd. En de groote meerderheid der Socialisten zal er zoo nog over denken. Voor Marx toch stond het ... dat het Socialisme van het historisch materialisme onafscheidelijk was, of m.a.w. dat socialisme in het historisch-materialisme zijn wetenschappelijk fundament be... En hij zou het in het geheel niet eens geweest zijn niet den hedendaagschen Sociaal-Democraat dr. H. A. Weersma, die in »Socialisme en Wereldbeschouwing« de meening bestrijdt, »als zou eene materialistische wereldbeschouwing de wijsgerige grondslag zijn voor het moderne socialisme.«
In de quaestie, die ons bezighoudt, is het al aanstonds van belang, dat men het Marxisme ontwricht, als men Socialisme en Materialisme van elkaar scheidt en daarentegen Socialisme en Religie met elkander meent te kunnen vereenigen. 
Onzes inziens schrijft de hoogleeraar ...man volkomen terecht in zijne belangrijke studie »Het Socialisme van Troelstra, een in zichzelf verdeelde beweging«: »Moeilijk verdraagt zich met Marx' leer een wereIdbeschouwing, waarin aan ideëele mo...ten, aan geestelijke waarden, een zelflstandige beteekenis wordt toegekend. Met ... is elke religieuze beweging, omdat zij eene geestelijke beweging is, door een onoverkomelijke kloof gescheiden van de leer van Marx, die in de natuurwetenschappelijke objectenwereld, in Hegeliaanschen zin doordracht, de ware, alomvattende werkelijkheid ziet. Sterker nog, zij staat daar vierkant en volstrekt tegenover, en kan daarmede noch nu, noch later, ooit eenige relatie hebben.
Ernstig moet in onze dagen met deze waarheid rekening worden gehouden. Meer dan lichtzinnig oordeelt hij, die op grond van het feit, dat thans in sommige Socialistische kringen de religie eenigermate in eere gekomen is, zich inbeeldt dat Socialisme en Christendom dus niet lijnrecht tegenover elkander staan. Dat het daarom ook zoo erg niet is als een belijder van het Christendom op de Socialistische lijsten stemmen zou. Wie zoo redeneert, speelt metterdaad met vuur.
Wat sommige Socialisten ook mogen loslaten, de leer van den klassenstrijd geldt voor allen onverzwakt. En deze theorie weerspreekt onbeschaamd den Bijbel en is de dood voor alle ware religie. De theorie van den klassenstrijd is eene consequentie van het materialisme. Slechts een materialist kan staande houden, dat heel de historie niet anders is dan eene opeenvolging van klassenstrijden.
Daarom kunnen wie den klassenstrijd prediken, in een »gemoedeIijk« oogenblik wel over de waarde der religie mediteeren en er heel mooie woorden over zeggen, straks zal er van waardeering der religie niet veel meer overblijven. De gevaarlijke en afschuwelijke prediking van den klassenstrijd, welke beweert, dat in onze maatschappij patroons en arbeiders noodzakelijk als bittere vijanden tegenover elkander moeten staan en dat zij den strijd met de bittere wapenen moeten voeren, doet straks de materialistische beschouwing der dingen weer naar boven komen, en veroorzaakt dat men aan het Christendom elk recht van meespreken op sociaal en politiek terrein ontzegt. Daarom wete een ieder, die het zou durven bestaan »rood« te stemmen, dat hij, aangezien Christendom en Socialisme niet zijn te vereenigen, zijdelings den fellen aanval op het Christendom en de Christelijke grondslagen der maatschappij steunt. Wete ook een ieder, dat niet of blanco stemmen eveneens de kansen van de antichristelijke groepen in ons volksleven begunstigt.
Dit zal men nog gemakkelijker inzien, als men zich er goed rekenschap van geeft, dat religieus Socialisme geenszins beteekent instemming met en waardeering van het aloude en positieve Christendom.
Mr. Troelstra, die ook aan de religie waarde wil hechten, erkende feitelijk in zijne studie "Theorie en Beweging", dat door het Socialisme eene andere levensbeschouwing wordt gehuldigd dan door het Christendom. Immers schreef hij: »Of dan positief-geloovige arbeiders zich bij de Sociaal-democratische Partij kunnen aansluiten? Volgens haar algemeen beginselprogramma zeker; dit eischt van de leden geen andere belijdenis dan dat zij de ekonomische ontwikkeling der maatschappij naar het socialisme aanvaarden en den daarmede gepaard gaanden modernen klassenstrijd mede willen voeren. Maar ik kan niet ontkennen, dat in de partij verscheidene vraagstukken ter sprake komen, waarin de nieuwe levensbeschouwing, die zich met de klassebeweging uit de nieuwe toestanden heeft ontwikkeld, zich uit. En eenige regels verder: »Nieuwe ideeen gisten en bruisen en zoeken zich uiting; het is onmogelijk en ongewenscht, dezen het zwijgen op te leggen en daarom zal de arbeider, die voor alles hangt aan zijn geloof, zich niet thuis gevoelen in onze beweging«.
Eerst recht liet echter Mr. Troelstra zich gaan in een tweetal stukjes »Paschen« en »Kerstmis« van »het proletariaat«, opgenomen in den bundel »Van leed en strijd«. »Paschen« vangt aldus aan: »Daar gaat door de wereld een oude sage van een jong edel menschenleven, door de menschen vermoord en begraven en door God opgewekt en drie dagen na zijn dood opgestaan en in de wereld teruggekeerd«. In »Kerstmis van het proletariaat» maakt hij na gezegd te hebben: »vier dagen na den kortsten dag viert de Christenheid het geboortefeest van haren Held en Verlosser, haar Kerstfeest, deze opmerking: »Ook wij hebben ons kerstmis. De kortste dag is zeer nabij, wanneer zij reeds niet achter den rug is! Dan is het Proletariërs-Kerstmis. De geboorte van de nieuwe klasse, die nu reeds wordende is in het lichaam der hoogzwangere maatschappij. Dan komt het ter wereld, het reuzenkind, dat zijne beangste moeder reeds een halve eeuw zooveel pijn doet. Dan begint een nieuw menschheidspaar, een nieuw maatschappelijk beschavingstijdperk«*
»Uit deze aanhalingen kan geen andere gevolgtrekking gemaakt« — zegt „De Standaard" — »dan deze: én dat Mr. Troelstra persoonlijk niets voelt voor het positieve Christendom èn dat hij erkent, dat de socialistische levens-en wereldbeschouwing zich niet verdraagt met de Christelijke waarheid«.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's