FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Zeg Kees, zei ik van de week tot een man dien ik wel eens ontmoet en die geregeld op marktdag Arnhem bezoekt en daar zoowat in groenten marchandeert, weet gij ook, waar ik Rijssen moet vinden? Ik dacht, het ligt daar bij u in de buurt.
Rijssen, Rijssen, neen. Hij trok eens aan de klep van zijn pet en krabde achter zijn ooren, maar beide plaatsen gaven hem geen licht over het aardrijkskundig vraagstuk. Rijssen, neen; ik weet wel dat het ergens ligt, maar waar, dat zou ik niet kunnen zeggen. Als ik thuis was, dan wist ik het wel, dan vroeg ik het aan m'n wief.
Zoo, zou die het wèl weten?
Nou, of ze. Die is wel zoo wies geleerd. Ja, want u moet weten, die heeft bij een prefester gediend.
Ah, zoo!
Ja, en die ken latijn ook.
Wat zeg je? latijn!? Dat is geweldig knap.
Ze ken allerlei latijnsche spreuken; heeft ze van den prefester geleerd.
Zoo zoo.
Eén spreuk gebruikt ze telkens. Dat is: Honi zwa wie mallie panze.
U weet zeker niet wat bet beteekent ?
Neen, dat weet ik Iheelemaal niet.
Nou, dan zal ik het u uitleggen.
Als 's middags soms de aardappelen niet al te gaar zijn of de saus zoo mager is dat het niet veel meer dan water gelijkt met een paar kringetjes die er bovenop drijven, en ik maak een aanmerking daarover, dan zegt ze Kees, Honi zwa wie mallie panze, zegt de prefester, wat dan in het Hollandsch zoo veel zeggen wil als: Past op, dat j' er geen kwaad van denkt. Ze zegt: het stond gedrukt onder het portret van den prefester zijn grootmoeder, en nu past ze het telkens op allerlei dingen toe.
Begrijpt u het nou ?
Jawel Kees. Ik begrijp, dat je een mirakels bijdehand wief hebt. Houd ze in waarde en eet maar kalm je aandappeitjes met de latijnsche saus.
Maar ondertusschen weet je me niet te zeggen waar Rijssen ligt.
Neen, m'n wief wèl.
Maar wacht eens, ik bedoel niet Rijssen, maar Rijssenburg. Hoe kon ik zoo dom wezen! Weet je waar dat ligt?
Ah, Riesenburg. Nou, of ik dat weet. Beste meneertje, had dat maar eerder gezegd. Riesenburg, of ik dat weet ? Wel, dat ligt vlak bij Driebergen. Wel daar is elk jaar de Zendingsdag. Riesenburg, daar ga ik elk jaar naar toe met m'n wief. Daar zitten we den heelen dag op een bank vóór spreekplaats no. 1, vlak bij de sprekers en bij de meziek. Riesenburg, bij Driebergen, de Zendingsdag. Daar verlangen we 't heele jaar naar. Ik ben nou 47 en m'n wief 41, maar ik geloof niet dat ik, zoolang ik getrouwd ben, meer als een- of tweemaal dien dag gemist heb en dat is nu toch al twintig jaar. Dat is nu dit jaar weer op 5 Augustus aanslaande.
Dus je gaat er dit jaar weer heen met je vrouw ?
Nou, als ik gezond ben zal ik er niet mankeeren. Goeje menschen, bedoelde u Riesenburg. Och, mijnheer, dat is voor ons het grootste genot in 't heele jaar en Iaat ik u er nog bij vertellen dat wij bij ons in het dorp een autobus hebben gehuurd waar er 22 in gaan; die is al vol, zoodat we nu bezig zijn om een tweede te huren en het zou me niet verwonderen of die komt ook vol. Vast komen we met een 40-tal uit ons dorp. Ik ga er wonder graag heen. Och, zie je, wij hebben bij ons een dominee, een doodgoeije man, daar niet van, maar zijn preeken, het spijt me dat ik het zeggen moet, daar heb je niet veel aan; het gaat allemaal langs je heen wat hij zegt. Als wij dan op dien Zendingsdag zooveel verschillende sprekers kunnen hooren, die zoo'n heel andere taal spreken, die tot je hart spreekt, dan wordt je geest verkwikt en weken en maanden praten wij nog onderling over 't gehoorde. Neen, 5 Augustus, als de Heere ons het leven en de gezondheid schenkt, weer of geen weer, dan gaan wij naar het Riesenbergsche bosch. Het wordt er elk jaar maar steeds volIer; vorig jaar moeten er wel meer dan 6000 menschen geweest zijn.
Nou, Kees, ik denk er ook heen te gaan en ik zal naar je uitzien. Ik ben dan meteen in de gelegenheid om je wies geleerde vrouw eens te ontmoeten. Misschien wil ze mij ook wel een latijnsche spreuk leeren, die ik, zooals zij bij de ongare aardappels, ook eens bij een andere gelegenheid kan gebruiken.
Daar zal u wel plezier van hebben, want we lezen tegenwoordig de Waarheidsvriend en dan is ze wel eens jaloersch als wij in den winter zoo weinig ontvangen en dat u dan zooveel ontvangt; dan kan ze wel eens mopperig zijn. Maar dan zeg ik wel eens: Mie, heb je dan laatst niet gelezen, dat de penningmeester — of hij veel of weinig ontvangt — elke week ƒ250.00 moet uitgeven, en 's zomers is het bij hem ook maar een mager sausje, net als jij mij in den winter wel eens opdischt. Mie — zeg ik dan — denk om den prefester: »Honie zwa wie mallie panze«.
Nou, mijnheer, tot 5 Augustus in het Riesenbergsche bosch. 't Ligt vlak bij Driebergen; onthoud het nu goed.
Dank je wel. Kees, atjuus.
Wij hopen een gezegenden dag te hebben te Driebergen. Geve de Heere ons alles wat daartoe mag medewerken; vooral mooi weer. Wij hopen daar te ontmoeten vele oude en nieuwe kennissen. Ook Kees en Mie, Dries en Kee, Dirk Jansen en Geertje. Kortom, alle Gereformeerde Hervormden uit den lande, die niet wettelijk verhinderd zijn.
Voor ik verder ga, moet ik eerst eens wat recht zetten. Ik houd er niet van te pronken met eens anders veeren. Nu las ik dat juffr. den Hartog in Dordrecht een groote partij zilverpapier had ontvangen van mij. Maar er stond niet bij, dat dit mij was gebracht door juffr. Beekenkamp, als verzameld door de kinderen harer klasse te Veenendaal. Die hebben er venstand van, want het is nog niet zoolang geleden dat ze ook zoo'n reuzenhoeveelheid inbrachten. Gelukkig, dat die nog eens flink om juffr. den Hartog denken, want ze klaagt er over dat er zoo weinig komt. Er zijn toch nog meer Christelijke Scholen als die te Veenendaal? Als de onderwijzeressen nu eens mee wilden doen, ja dan was juffr. den Hartog ineens klaar.
Ontvangen. Wij mogen ditmaal beginnen met een collecte uit
Nijkerk. Ds. van Voorthuizen, uit Huizen overgekomen, is daar Zondag vóór 8 dagen bevestigd en heeft er zijn eerste woord gesproken, zooals u in de Waarheidsvriend hebt kunnen lezen.
Het was een goede gedachte van den kerkeraad om in overleg met den nieuwen leeraar te besluiten om bij die gelegenheid een collecte te houden voor 't Studiefonds. De gemeente heeft haar volle instemming betuigd met dat besluit en dit getoond in haar gaven. De collecte bracht op de som van
Honderd zeven en twintig gld.
Voor een kleine plaats als Nijkerk mag dat schitterend genoemd worden. Wij danken allen die hieraan hebben medegewerkt. Wij hopen dat ds. Van Voorthuizen zijn arbeid aldaar met blijdschap en vreugde zal mogen verrichten en dat de Heere een rijken zegen moge schenken over Zijn Woord, door Zijn dienstknecht aldaar verkondigd.
Van een anderen aard zijn de postwissels uit
R ij s s e n, beide afgezonden door ds. J. Enkelaar.
Hierbij ƒ 3.—, gevonden in de collecte van Zondag 25 Juli met bijschrift »voor het Studiefonds, uit dankbaarheid dat dominee bedankt heeft voor 't beroep naar Putten«; en een anderen postwissel van ƒ 2.50, voortvloeiende uit dezelfde reden tot dankbaarheid.
Amsterdam, door ds. Remme ƒ2.50 van mej. B. voor het Studiefonds.
's G r a v e n z a n d e, ƒ 1.— gecollecteerd aldaar onder den dienst van ds. G. Benes van Monster in een vacantiebeurt, voor het Studiefonds.
Kampen, door ds. A. van der Kooy ƒ6.— ontvangen van A. P. voor het Studiefonds.
Zeist, door ds. B. N. B. Bouthoorn ƒ 1 van mej. N.N., reeds in Mei ontvangen; ƒ 1.25 van N.N. in Juni; ƒ2.30 van N.N. in Juli; tezamen ƒ4.55 voor het Studiefonds.
B a a r n, door ds. I. Kievit ƒ10.— voor het Studiefonds bij dominee bezorgd door N. N.
Zegveld, van C. Bardelmeijer ƒ4.10 uit busje no. 20 van de maand Juli.
Van de heeren Abbringh en de Bruin, onze aalmoezeniers, hoorde ik verder nog niets. Maar een teeken van leven ontving ik uit
Puttershoek, want ds. M. B. Verkerk zond mij ƒ 30.— »voor het Studiefonds naar aanleiding van het bezoek door de h.h. Abbringh en de Bruin«.
Hartelijk dank voor deze hulp. Wij leven alweer in afwachting wat wij verder zullen hooren en ontvangen.
Kralingen, door A. van Essen, penningmeester der afdeeling, ƒ 32.44, zijnde de contributie der leden na aftrek der 25 pct.
Bodegraven, door H. Turkenburg ƒ58.50, zijnde de contributie der leden van de afdeeling.
Zeist, door E. Kronenberg, penningm. der afdeeling, aan contributie na aftrek der 25 pct. ƒ 70.50; aan jaarlijksche bijdragen voor het Leerstoel-en Studiefonds ƒ 13.—; tezamen ƒ83.50.
Rotterdam, ƒ 4.— voor het Studiefonds van de Jongedochtersvereen. »Martha«. Tuindorp, Heijplaat.
Wij zijn voor heden al weer klaar en danken allen voor de ruime gaven.
Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
En nu tot ziens op 5 Augustus in het Riesenbergsche bosch, bij Driebergen!
De Penningmeester,
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's