De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFT- VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT- VERKLARING

5 minuten leestijd

De dienstknechten, zoo velen als er onder het juk zijn, zullen hunnen heeren alle eer waandig achten, opdat de naam van God en de leer niet gelasterd worde. En die geloovige heeren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij geloovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen. 1 Tim. 6 vers I en 2.

1 Timotheüs.
72
Geloovige dienstknechten. Door hun verkeerd gedrag kunnen dus de dienstknechten maken dat Gods naam gelasterd wordt. Indien zij b.v. minder trouw waren in hun werk, meenende dat het tegenover hunne heidensche heeren er niet zoo precies op aankomt, zouden zij de oorzaak zijn dat men kwaad ging spreken van den naam van God. De menschen zouden zeggen: dat is me ook een mooi geloof! Het leert blijkbaar ongehoorzaamheid en ontrouw! .... Zorgt er voor, dienstknechten, zoo moet Timotheüs hen leeren en vermanen, dat gij de eer van het Evangelie ophoudt, zoodat de ongeloovige wereld door uw doen niet de schouders ophaalt voor hetgeen u door de ontferming Gods gesciionken is. De naam van God en de eer der gemeente is er mede gemoeid.
Ook hier hebben wij weer een bewijs dat het Evangelie, hoewel niet naar den mensch toch vóór den mensch is. Het vernieuwt den mensch en ook de menschelijke verhoudingen. Het werkt nooit revolutionair, maar heiligend, reinigend. Het is het Evangelie der wedergeboorte, zoodat het den door de zonde verloren mensch verandert en zijn veranderenden invloed uitoefent op de vermogens des mensch. En zoo is het nu ook met de verhoudingen die er onder de menschen zijn. Zij worden niet op zijde gezet, maar door het Evangelie geheiligd. Als de dienstknechten die heiliging niet toonden, legden zij daardoor een smaad op den naam en de leer van God. Vooral valt ons dit op bij de slavernij. Onze statenvertalers hebben wel het woord dienstknechten gebruikt, maar er staat »slaven«. Nu zegt de apostel niet: weg met de slavernij! Neen, hij laat die verhouding zooals zijner tóén was én spreekt geen woord over hare afschaffing, waartoe men toch, Gode zij dank, later door de doorwerking van het beginsel der Schrift, gekomen is. Nu behoefde in de dagen van den apostel de slavernij op zichzelf nog geen wantoestand te zijn, zooals zij het voorzeker in onzen tijd wèl zou wezen. Wanneer bij den toenmaligen eenvoudigen levensstandaard een slaaf voor zijn leven aan het huis en huisgezin verbonden was, behoefde dit nog geen maatschappelijke wanverhouding te vormen, al is er soms veel ellende en jammer uit voortgekomen. Een boerenknecht die in onze dagen met de »baas en vrouw« in hetzelfde vertrek woont en aan één tafel eet en geheel met het huisgezin »op en neer« gaat, zal zich veel minder knecht gevoelen dan een huisknecht bij de »grootheid«, die zijn heeren en dames alleen maar mag groeten en bedienen. In ieder geval zegt de apostel niets afkeurends van de slavernij op zichzelf, maar hij wil dat de slaven in die zelfde verhouding, waarin zij tegenover hun naaste staan, als geloovigen zullen werkzaam zijn. Het komt er op aan dat wij anders worden, maar dan moeten wij niet dadelijk een anderen levenskring of een ander werk verkiezen, waardoor wij dan, zooals wij meenen, den naam van God meer zouden eeren. Menigeen wilde onmiddellijk maar zendeling of dominee of godsdienstonderwijzer worden na zijn bekeering en heeft vaak zijn oorspronkelijke roeping vergeten en de plaats waar God hem reeds plaatste vóór zijn bekeering. En daardoor brak hij met hetgeen waarmede hij niet mocht breken. Met de wereld moeten wij breken, maar niet met de plaats die God ons in de wereld gaf. Wij moeten zeer voorzichtig zijn met wat een bijzondere roeping genoemd wordt. De Heere zet Zijn eigen werk niet telkens opzij. Die als timmerman geroepen is, blijve timmerman, die als knecht geroepen is, blijve knecht, tenzij men mede in overeenstemming met zijn aanleg, verstand en krachten in zijn bijzondere roeping gelooft. Slaven konden tegenover hun ongeloovige heeren veel zijn voor den naam van hunnen God en de eer van het Evangelie; misschien veel meer dan wanneer zij hun slavernij hadden vaarwel gezegd en met Paulus waren meegetrokken om het Evangelie te verkondigen. Dat laatste zouden zij dan misschien zeer gebrekkig gedaan hebben, tot oneer van de leer, terwijl zij als goede slaven tot eer van hun geloof waren, 'k Geloof dat onze vaderen dit bedoelden als zij zeiden van sommige leeraars: het was beter dat zij maar schoenlapper waren geworden. Een schoenlapper die goed werk levert, wijl hij gelooft in een alwetenden en genadigen God, zal meer tot eer van het Evangelie strekken dan menige prediker, die lapwerk levert, die blijkbaar geen moeite doet om het levende Woord te brengen, maar zijn hoorders verveelt door steeds weer hetzelfde te zeggen, die wel een anderen tekst neemt, maar inderdaad dezelfde preek houdt. Dat is lapwerk. Het is de vraag of hij van God tot het Evangelie-werk geroepen is, ook al verheft hij er zich op. Immers Gods roeping gaat altijd door het natuurlijke leven heen, d.w.z. in overeenstemming met de menschelijke eigenschappen, met den aanleg en de vermogens des menschen. In ieder geval zijn geloovige dienstknechten door hun geloof beter dan leeraars, zendelingen, godsdienstonderwijzers en allen die een geestelijik werk hebben, als deze het echt geestelijke missen. Het Evangelie is vóór den mensch. Het past voor élke levensverhouding onder de menschen. Het heiligt elk Goddelijk beroep. Het maakt slaven in hun slavernij tot koningen door het geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFT- VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's