SCHRIFTVERKKLARING
En die geloovige heeren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij geloovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen. 1 Timoth. 6 vers 2.
1 Timotheüs.
73
Geloovige dienstknechten en geloovige heeren. Natuurlijk kon ook het geval zich voordoen dat zoowel de heeren als hun slaven geloovigen waren. Welk een voorrecht! Zij kenden dan één en denzelfden Heiland als hun Zaligmaker, die hen kocht met Zijn dierbaar bloed, en hen, zoowel heeren als slaven Zich tot een eigendom maakte. Zij mochten dan roemen in denzelfden God en Vader, Wien te eeren hun aller levensroeping was. Zoowel heeren als slaven waren de hoogste vrijheid deelachtig, wijl Christus hen van de droevigste slavernij verloste. Zij waren broeders in hunnen Heere en Heiland.
Nu is het de vraag, schept dit gemeenschappelijke geloof nu ook andere levensverhoudingen? Zou het er in een maatschappij van wedergeborenen dus heel anders uitzien? Zou er dan geen gezag meer zijn of onderwerping aan het gezag, geen kwestie van meerderen en minderen? In de eerste plaats moeten wij hierbij bedenken dat een wedergeborene geen heilige is. Een maatschappij van wedergeborenen zou dus nog altijd bestaan uit menschen, die van nature zondaren zijn, tegen welke booze natuur zij hun gansche leven hebben te strijden. Maar stel u voor dat er door den strijd tegen de zonde een groote mate van heiligheid door de geloovigen in hun hart en levenswandel kon bereikt worden, en deze geheiligden zouden dan een maatschappij vormen, dan zou er toch nog geen gelijkheid zijn. Meerderen zouden er zijn en minderen. Dit ligt aan de verordening Gods, de ordinantie der schepping. In het plantenrijk is de heerlijkste verscheidenheid, in het dierenrijk evenzeer, ook in de wereld der engelen. In het midden van de engelen zijn ook de van God gewilde rangen. Het gezag onder de menschen is er dan ook niet om der zonde wil, maar omdat God, Die absoluut gezag heeft, door menschen Zijn gezag uitoefent. De eene mensch is door God ook veel meer met gaven versierd dan de andere en heeft door zijn wijsheid en kunde of door andere talenten, hem geschonken, overwicht en gezag over zijn naaste. Welnu, wanneer deze dingen scheppingsordinanties zijn, zullen zij door de verlossende macht van Christus niet vernietigd worden. De leuze der Fransche revolutie van »vrijheid, gelijkheid en broederschap« is dan ook volkomen in strijd met de openbaring Gods ons door de natuur en de Schriftuur gegeven.
Timotheüs moest de geloovige slaven leeren en vermanen dat zij hun geloovige heeren niet verachten, d.w.z. niet minder achten, omdat zij broeders zijn. Zij moesten niet denken dat zij op gelijken voet met hun meesters stonden, wijl zij, de slaven, nu broeders van hen waren. De geloovige dienstknechten moesten hun ongeloovige heeren alle eer waardig achten, maar de geloovige heeren mochten niet minder eer ontvangen. Van gelijkheid en van een leven op gelijken voet mocht dus geen sprake zijn. Ja, de apostel gaat nog verder. Zij moesten hen te meer dienen! Het geloof wil in liefde alle menschen dienen, maar voor alles ben, die geloofsgenooten zijn. Ziet ge wel dat in den levenskring der geloovigen er geen revolutie heerscht, maar de verhouding die God gewild heeft, wordt geheiligd door het geloof. Het »meer dienen« wil dan ook niet zeggen dat een slaaf voor zijn geloovigen heer meer werk zou moeten doen. Neen, vat dit »meer« zoo toch niet op. Dan zou een geloovige patroon tot zijn geloovigen knecht kunnen zeggen: gij moet meer arbeid verrichten dan een ander, ook al geef ik u minder loon. Meer dienen wil zeggen: in hooger graad dienen. Zooals een tuinknecht van een koning niet meer behoeft te werken dan een tuinknecht van een particulier, maar de eerste in zijn dienst toch bezield kan zijn, met grooter liefde voor zijn werk als hij denkt : ik dien den koning. Zoo moesten de geloovige slaven hunne heeren, die bun broeders waren, te meer dienen. Het zou er dus in een maatschappij van geloovigen in dit opzicht wel beter uitzien. Niet dat de verboudingen anders waren, maar wel dat er meer eerbied en liefde was voor hen die van Godswege boven ons staan.
Het zou nu echter wel wat vreemd zijn als in dit verband de geloovige heeren niet de minste vermaning ontvingen. Deze heeren konden toch door hun gedrag wel aanleiding geven dat er van dat »niet minder achten« niet veel kon komen. Zij zouden het wel eens slechter kunnen maken dan de ongeloovige heeren. Lezen wij onzen tekst zooals onze statenvertalers dien vertaalden, dan vinden wij hierin voor de geloovige heeren geen vingerwijzing. Er wordt dan alleen van hun voorrecht gesproken, maar niet van hun roeping. Zij zijn geliefd, zoo staat er, als menschen die deze weldaad, n.l. des geloofs, mede deelachtig zijn. De kantteekening geeft echter ook eene andere vertaling aan als mogelijk, n.l.: »die dit weldoen weder zullen aannemen«. AI dadelijk valt dan op dat dit een »weldoen« is dat door de slaven geschiedt hunnen heeren. 'k Geloof dat wij hieraan moeten vast houden, 'k Stem toe, wij hebben hier te doen met een voor het vertalen moeilijken tekst. 'k Wil u met die moeilijkheid niet vermoeien. Maar het beste is, dunkt mij, zoo te lezen: en zij (n.l. die geloovige heeren) zijn geliefd als zij dit weldoen met liefde aannemen. Zóó is de vertaling beter en de gedachten loopen beter en meer evenredig. 't Wil zeggen: die liefde zaait, zal liefde maaien. Die geloovige heeren mogen zich niet als ongenaakbare koningen verheffen boven hun slaven, maar zij moeten het weldoen der geloovige slaven met liefde en waardeering beantwoorden. Niet dat de slaven er wettelijk recht op hebben of dat de heeren er toe gedwongen kunnen worden, maar wel moet de liefde hen allen beheerschen. De levensverhoudingen worden door het geloof niet op zijde gezet, maar zij worden geheiligd door de liefde van Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's