De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN.

6 minuten leestijd

Postrekening 35683.
Wat was 't donker, wat dreigende wolken op den vroegen morgen van 5 Augustus j.l. 't Was nog droog, maar ieder oogenblik kon men verwachten dat het zou gaan regenen. De zon hield zich schuil, kon door de dikke wolken niet heendringen. 't Was heden de Zendingsdag te Rijssenburg bij Driebergen. Regen of geen regen zou bij velen de vraag beslissen van gaan of niet gaan.
Maar we waren toch vol moed, want den vorigen dag was de lucht even dreigend en tóch was het droog gebleven. Waarom zou dat vandaag ook niet gebeuren? En het is gebeurd, wij badden een prachtdag. Geen regen en ook geen brandende zon. Een weertje om uit te kiezen voor een dag om een openluchtsamenkomst te hebben. De natuur is ons goedgunstig geweest. De natuur! Wat is dat? Is dat soms een denkend wezen? Wij weten beter. God schiep hemel en aarde en al wat daarop is, de zee en al wat daarin is. Daar is ook de natuur bij inbegrepen. Hij bescihikt over regen en zonneschijn en ook de natuur staat onder Zijn onmiddellijk bestuur. Dat zien wij in de geschiedenis van Achab. God de Heere liet het in geen drie jaren regenen. Wij mogen ook zeggen: God de Heere liet het op 5 Augustus te Rijssenburg niet regenen. Het kwam eerst den volgenden dag. Wij danken dus alleen Hem voor den rijken en gezegenden dag van 5 Augustus te Rijssenburg.
Wat een genot, zoo'n dag!
Kees zei me de vorige week op de markt, dat het er elk jaar voller werd. Hij heeft gelijk gehad. Ik heb eens geinformeerd bij een lid van de Regelingscomimissie. Hij vertelde mij dat er het vorig jaar ruim 6000 bewijzen van toegang waren afgegeven en ditmaal ruim 7000, alzoo een vermeerdering van 1000 bezoekers. 7000 menschen bij de opening en sluiting luisteren naar één man! Welk een vrijmoedigheid is daarvoor noodig. Waar haalt men den moed vandaan? Och, 't is al weer de Heere die Zijn dienaren ook in zulk een ure geeft wat ze noodig hebben. Het is dan ook niet hun woord. Neen, zij komen met een boodschap van hun Zender. »Wij bidden u van Christuswege«, en dat mogen zij hem nazeggen. En het was een goede, een heerlijke boodschap. Wij hebben met blijdschap en verheuging naar verschilllende sprekers geluisterd. Er zijn in onze kerkelijke wereld menschen, die alles afkeuren wat niet precies eender denkt als zij. De plaats die zij innemen in Kerk en Staat is alleen maar goed en van al 't andere deugt niets, letterlijk niets. Vooral de Bond en alle predikanten die bij den Zendingsbond of den Gereformeerden Bond behooren, staan in die afkeuring bovenaan. Het zijn, op eene hooge uitzondering na, door en door treurige menschen, zeggen zij, die een lijdelijk christendom prediken. Een mensch is een stok en een blok; hel en verdoemenis is schering en inslag bij hun prediking. Het is alles ellende, en van verlossing wordt niet gesproken.
't Is Jammer, dat ze nog toegelaten worden op de kansels van de Hervormde Kerk. Bovendien hebben ze veel meer op met die gescheiden Kerken als met de Hervormde Kerk. Wij hebben dan ook reeds herhaalde malen geprofeteerd dat ze uit de Hervormde Kerk zullen gaan, en ondanks onze profetie blijven ze maar halsstarrig vasthouden aan de Hervormde Kerk. Wij zullen er geen traan om laten als ze vertrekken, al moesten wij dan ons motto van »heel de Kerk en heel het volk« een poosje opbergen. —
Ik wilde wel dat deze menschen, van wie zeker de groote massa te goeder trouw dwaalt in hun oordeel over ons, door de valsche voorlichting van hun voorgangers, ik wilde wel dat deze menschen den Zendingsdag eens bezochten. Ze zouden dan eens kunnen beluisteren wat er waar was van de ziekelijke prediking, die ons wordt aangewreven. Ik zou dan wel eens willen hooren wat zij aan te merken hadden. Ze moesten er eens bij komen als de collecte geteld werd en zouden misschien verbaasd zijn over de offervaardigheid van de "stokken en de blokken". Ja, die stokken en blokken brengen, toch jaarlijks meer dan honderd duizend gulden bij elkaar enkel voor de Zending onder de Toradja's op Midden Celebes, voor de verbreiding van de Waarheid in de Hervormde Kerk, waar ze volgens hun beweren, zoo weinig mee op hebben. Maar ze komen niet op den Zendingsdag en schrijven maar luk raak in hun kranten, keuren alles af wat anderen doen of gedaan hebben en doen zelf aan de Zending.... niets, heelemaal niets.
Maar gelukkig. Wij hebben ze niet noodig op den Zendingadag. Ook niet hun goedkeuring over de prediking die wij mochten beluisteren; ook niet over ons vasthouden aan de Hervormde Kerk; ook niet hun geld. Wij hebben het Woord en daar leven wij bij en uit.
Als ik u nu eens vertellen dat als ik naar den Zendingsdag ga, ik liefst maar zou willen dat ik daar eens rustig kon loopen en luisteren en dat ik er niet telkens aan herinnerd wordt dat ik penningmeester ben van den Gereformeerden Bond — als ik dat zou beweren, dan gelooft ge mij toch niet en ge zoudt zeggen: hoor eens, daar meen je niets van en als je ooit een onwaarheid verkocht heb, dan is het nu. Zet het maar niet in de Waarheidsvriend, want ge zoudt daarmede de reputatie van het blad in gevaar brengen.
Neen, dat is zoo. Al zal ik mij er wel voor wachten om op de een of andere manier de collecte voor de Zending te benadeelen of propaganda te maken op dien dag voor onze fondsen, toch wil ik eerlijk zijn en bekennen, dat het mij steeds een genoegen is ook daar de bewijzen in ontvangst te nemen dat men onze fondsen niet vergeet en er ook nog om denkt om tegenover heidensche prediking, die men in onze Hervormde Kerk op sommige kansels verkondigt, de Waarheid van Gods getuigenis te stellen.
Met blijdschap deel ik u dan ook mede, dat ik dien dag achtereenvolgens ontving:
Van mej. de Gr. uit Schiedam (busje) ƒ 3.25.
N.N. te Maassluis ƒ 2.—. N.N. te Schoonhoven ƒ1.—. N.N. te X. ƒ 10.—. Vollebrecht, Delft, fietsenbusje ƒ4.25. N.N., Krommenie ƒ 2.50. K. te (ik meen) Abbenes, ƒ5.—. In de Zendingscollecte gevonden ƒ 10.—. Idem uit Leidten ƒ1.—. N.N: te Zeist ƒ10.—. N.N. te Benthuizen ƒ 1.—. E. te X. ƒ2.50. N.N. te Alphen a.d. Rijn ƒ 3.—. Van U. ƒ 1.—.
Verder per giro door J. S. te Amersfoort ƒ1.25 van N.N. voor het Studiefonds en van de afdeeling
Alphen a. d. Rijn ƒ 39.50 van contributie der leden over 1926.
Leerbroek, door W. Sterk, diaken, uit busje no. 43 voor het Studiefonds ƒ 2.69.
Hartelijk dank voor deze gaven.
Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
De Penningmeester,
Arnhem, Parkstraat 6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's