De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

9 minuten leestijd

Een zeer bizondere uitgave is het zeker, welke ons van de Uitg.-Maatschappij A. W Sijthoff te Leiden toegezonden werd. Het is het groote werk van dr. J.Th. de Visser, oud-Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, die zich sinds lang tot de studie gezet had en nu in drie deelen een verhandeling geeft over K e r k  e n  S t a a t.
Dr. de Visser is theoloog en staatsman. Hij is een man van studie en heeft midden in de practijk geleefd, zoowel op het terrein van de Kerk als van den Staat. Daarbij is het een man van enorme werkkracht, die weet wat hij wil, met de gave om 't geen hij weet en wat hij wil duidelijk in schoone taal aan anderen mee te deelen. Wij voor ons verheugen er ons dan ook grootelijks over, dat deze theoloog-staatsman, deze dominé-politicus, zich gezet heeft om een standaard-werk over dit zoo buitengewoon gewichtige vraagstuk over Staat en Kerk te geven, en niemand, die in deze dingen belangstelt, zal dit drie-deelig boek ongelezen laten, naar 't ons voorkomt. Want wel zijn de drie deelen nog niet compleet en is het dus onmogelijk te weten wat er zooal in dit werk gezegd zal worden, maar de 1ste en 2de aflevering zijn dan toch verschenen en daarbij is 'n zeer uitvoerig prospectus gevoegd met een volledige inhoudsopgave. Het werk is in copie geheel gereed en het afdrukken kan dus geregeld en vlug plaats hebben.
Bezien we even de twee afleveringen, die voor ons liggen.
We krijgen eerst een welgelijkend, mooi portret van den schrijven (mooier dan op 't prospectus voortkomt!) in zijn studeer-werkkamer. Dan volgt »Woord vooraf«, waarin dr. de Visser ongeveer zegt: »Ettelijke jaren geleden vatte ik het plan op om de verhouding van Kerk en Staat in ons Vaderland te beschrijven. Van lieverlede breidde mijn gezichtskring zich uit en betrok ik daarbinnen ook de genoemde verhouding in het buitenland, ja, ging ik zelfs terug naar den oorsprong van het christendom en de ontwikkeling der Christelijke Kerk in de Romeinsche wereld«. Hieruit blijkt ons dus, hoe de opzet van het boek is: 't heeft nu het karakter van eene algemeene geschiedenis van de verhouding van Kerk en Staat, ofschoon de hoofdzaak was en bleef de geschiedenis dier verhouding in ons Vaderland.
Het eerste deel handelt dan alzoo over »Het Buitenland«; de laatste twee deelen gaan geheel over »ons Vaderland«, waarbij in het laatste deel zal worden beschreven hoe dr. de Visser zich de meest gewenschte oplossing van het vraagstuk belangende de verhouding van Kerk en Staat denkt; »al ben ik« — zoo zegt de auteur aanstonds — »meer en meer overtuigd geworden dat een definitieve en algemeen bevredigende oplossing niet is te vinden«.
Dat laatste is ons een teleurstelling. Niet, dat we hadden verwacht dat dr. de Visser een »algemeen bevredigende oplossing« zou hebben gegeven; want zoo iets achten we onmogelijk; hier zal men nooit »algemeen« tevreden zijn; maar in deze woorden meenen we te proeven, dat het derde deel geen oplossing geven zal; en dat stelt ons teleur. Maar daar komen we later nog wel op terug wanneer we aan een bespreking van het derde deel toe zijn. Nu liggen nog maar twee afleveringen van het eerste deel voor ons en zonder eenige reserve verklaren we gaarne na deze afleveringen gelezen te hebben met die breede inhoudsopgave van het geheele boek, dat we deze uitgave blijde begroeten en van harte hopen, dat dit boek door zeer velen zal worden gelezen.
Laat ons nog meedeelen, dat het geheele werk in drie deelen, met 44 hoofdstukken zal verschijnen. In de eerste aflevering vinden we de hoofdstukken 1, 2 en 3a; in de 2de aflev. 3b, 4 en 5, met het begin van hoofdstuk 6.  Zoo wordt achtereenvolgens gehandeld over: 1. De snelle uitbreiding van en de langzame ontwikkeling der bisschoppelijke macht over de Kerk; 2. Botsing tusschen de Keizervereering en de Kerk; 3. De overwinning van de Kerk door toedoen van en hare onderworpenheid aan de christen-Keizers van het Romeinsche rijk; 4. De vernedering en verzwakking der Kerk onder den druk van het Byzantisme en den Islam; 5. De rnachtsontwikkeling der Roonische Kerk onder Merovingers en Karolingers; 6. Overwinning van het pausdom over het Roomsch-Duitsche Keizerdom.
Wij brengen gaarne hulde aan den schrijver, wien wij bewonderen om zijn werklust en werkkracht, waar hij, in jaren die zooveel van hem vergden, kans gezien heeft een standaard-werk over een onderwerp als het onderhavige saam te stellen. De uitgever verdient lof voor den opzet en de uitvoering van dit veelomvattend, belangrijk boek.
Het werk zal verschijnen in 30 afleveringen van ±4 vel a ƒ0.75 per aflevering, of 3 deelen ingenaaid a ƒ 7.50 per deel.

De Predestinatie-leer van Thomas en Calvijn, door C. Friethoff. O. P. Met goud bekroond door de Rijks-Universiteit te Utrecht. Uitgave van firma J.M.W. Waanders te Zwolle. 1925.
Deze vergelijkende studie over de Predestinatie-leer van "Thomas Aquinas en van Calvijn is het bekroonde antwoord op een prijsvraag, uitgeschreven door de Theologische Faculteit der Rijks-Universiteit te Utrecht, geschreven door den R. C. priester C. Friethoff te Huissen. Uit de »Inleiding« schrijven we een stukske af en wel: »La Souveraineté de Dieu, l' honneur de Dieu, c'est Ie principe qui embrasse, contient, domine, caractérise, determine tous les autres «
Ziedaar de kracht, waarmede Calvijn de reeds bij de overige Reformatoren gevonden predestinatieleer in een synthese heeft samengevat. Het is dan ook wel merkwaardig, hoe hij juist op dit punt van Gods onaantastbare souvereiniteit met den drie eeuwen voor hem gestorven Thomas Aquinas (overl. 1274) zoo groote verwantschap toont. Bij alle overeenkomst tusschen beide theologen schijnt het echter onjuist, te zeggen, dat Luther, Zwingli, Calvijn en alle supra-lapsarische Gereformeerden zakelijk niet anders zouden geleerd hebben dan Thomas, en zijn volgelingen. Uit de hier aangeboden studie, die evenzeer tot doel heeft te wijzen op de overeenkomst tusschen Calvijn's en Thomas' predestinatieleer, als op het onderling verschil, moge duidelijk worden, dat, ofschoon dit »zakelijk niet anders« heel sterk den schijn voor zich heeft, er inderdaad een zeer groot verschil valt aan te wijzen. Dit is te meer waar, daar het niet zelden voorkomt dat waar beiden hetzelfde woord bezigen, er bij nader toezien slechts overeenkomst van termen kan geconstateerd worden met volkomen verschil van de zaak, die daarmede wordt aangeduid. Wil men derhalve beide systemen in hun diepste wezen kennen, dan heeft men zich tot de eerste bronnen, de werken der schrijvers zelf te wenden en deze te verstaan, zooals ze door den schrijver zelf bedoeld zijn«.
Dat de steller van deze verklaring de werken van de schrijvers bestudeerd heeft, blijkt uit de lijst van boeken waaruit geciteerd is. Van Calvijn worden een 16-tal van zijn werken, studies, verhandelingen en brieven genoemd; van Thomas een 9-tal; terwijl dan een 20-tal werken van anderen over Calvijn en over Thomas vermeld worden. We hebben hier een alleszins belangrijke studie, waard om gelezen te worden.

Van de uitgevers H. Veenman & Zonen te Wageningen ontvingen we ter recensie : Stemmen van 't Heilige Blad, door A. Blink Kramer, Ned. Herv. predikant te Exmorra (Fr.)
»Door sommigen is mij gevraagd«, zoo zegt de schrijver, »eens een stichtelijk boek te willen schrijven«. Die inleiding vinden we niet heel sprekend en niet afdoend. Sommige menschen kunnen zulke wonderlijke en zulke vage dingen zeggen en vragen. En »een stichtelijk boek« is zoo onbestemd. Maar dat doet eigenlijk minder ter zake (waarom het ook in de inleiding heelemaal niet vermeld had behoeven te worden). Het boek is er en de schrijver heeft zelf natuurlijk z'n redenen gehad, waarom hij dit boek gaf en waarom hij 't zóó opzette en samenstelde als nu het geval is. En dan vinden we 't gelukkig dat de schrijver »deze stemmen van het heilige blad der heilige Schriftuur« heeft laten hooren.
De opzet en de indeeling van het boek is, dat er vier hoofdstukken zijn en wel: 1. De Heilige Schrift (a. veronachtzaming der Heilige Schrift; b. getuigenis der H. Schrift; c. onderzoek der H. Schrift); 2. Wet en genade (a. wet en ruw ongeloof; b. wet en fijn ongeloof; c. wet en idealisme; d. wet en genade); 3. Het Geloof (a. roepstem tot geloof; b. geloof en de enkele mensch; c, onwaardigheid en groot geloof; d. geloof en ideaal; e. geloof en zending; f. verontschuldiging en geloof) ; 4. De Voorzienigheid Gods (a. algemeene en bijzondere voorzienigheid Gods; b. voorzienigheid Gods en twijfel; c. voorzienigheid Gods en zekerheid).
In dit boek zijn vele dogmatische en ethische kwesties behandeld, naar uitwijzen van het heilige blad der heilige Schriftuur, welke door belangstellende lezers en lezeressen niet zonder stichting zullen gelezen worden.

Bij den uitgever J. H. Kok te Kampen is een derde onveranderde druk verschenen van de leerredenen over De Openbaring van Johannes, door dr. J. C. de Moor, in leven Gereformeerd predikant te Utrecht (vroeger in Den Haag) in de Residentie gehouden.
Wij hebben vroeger al over dit boek geschreven en achten ons dus ontslagen van den plicht breedvoerig over deze uitgave te handelen; maar gaarne verklaren we nog eens, dat hier welverzorgde, degelijke preeken over het laatste bijbelboek ons gegeven worden. En waar de belangstelling voor dit profetisch boek van het Nieuwe Testament de laatste jaren allerwegen is toegenomen, kunnen we ons voorstellen dat velen deze leerredenen zich aanschaffen.
Natuurlijk »zingt ieder vogeltje zooals 't gebekt is«; en er is onder de getrouwe leeraars »menigerlei« genade, zoodat het altijd wel zóó zal zijn en zóó zal blijven, dat de een het weer anders zou willen zeggen dan de ander 't doet; maar hier is het de Schrift zelve die spreekt, zij 't door een mensch vertolkt, en hier is dan ook in uitlegging, verklaring en toepassing de waarheid die naar de godzaligheid leidt.
Tweemaal reeds werden deze preeken uitgegeven en door velen gekocht en gelezen. Nu komen ze voor de derde maal onder ons volk, zij 't met een rijken zegen voor velen, jongen zoowel als ouden van dagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's