FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Financiën? Ik zal er maar een vraagteeken achter zetten, want er valt vandaag niet veel te financieren. Allemaal uit! Dat uitgaan en die vacantie duurt toch maar verschrikkelijk lang; en wat een geld wordt er uitgegeven! Onbegrijpelijk. Men moet het er maar van te nemen. Het is tegenwoordig zoo dat men niet meer vraagt: ga je soms nog uit? Neen, men vraagt: waarheen dit jaar? Dat je uitgaat, dat spreekt vanzelf. Wie blijft er nu nog thuis? Je krijgt overal ansichten vandaan en van de eenvoudigste menschen. Uit Brussel, Spa, Rudesheim, Lugano, Parijs. Ik vind het heel aardig en ben er zéér gevoelig voor, maar ik ontving toch wel liever meer postwissels of girobiljetten.
Ik heb vrijdag op de groentenmarkt overal gezocht of ik Kees niet zag. Je weet, die zoo'n geleerde vrouw heeft, om eens te vragen hoe hij het op den Zendingsdag gehad had. Maar: hoe of ik zocht, geen Kees te vinden. Zeker te laat, dacht ik; hij is vermoedelijk al weg. Maar wie schetst mijn verbazing, toen ik enkele dagen later een ansicht kreeg uit Königswinter met: »Grüsse von Kees und Mie«.
Wel heb ik van m'n leven. Dat zit me daar op den Drachenfels drakenbloed te drinken in plaats van op de groentenmarkt tusschen de manden zijn groenten aan den man te brengen. Nu wordt Mie hoe langer hoe geleerder; nu kent ze al Duitsch ook als ze terugkeert!
Wij die al zoo'n beetje op leeftijd komen, blijven maar thuis. Bergen beklimmen, dan kom je asem te kort en met de radbaan dan wordt je duizelig. Gelijkvloers, daar bevinden wij ons het beste maar bij. Hoogten beklimmen en ... staan is gevaarlijk. In de laagte is 't veiliger. Na verschillende tuimelingen leert u dat wel in uw leven.
Een goede kennis van mij had ons dringend gevraagd eens naar Bodegraven te komen.
Nu bergachtig is het daar niet, en ik zeg; daar heb je toch ook den Rijn en als je vriendelijke gastheer je dan een glaasje Moezelwijn voorzet, en je doet je beide ogen dicht, dan is het toch net zoo goed, alsof je in Duitschland bent, zonder moe te worden.
Mijn wederhelft was het, zooals gewoonlijk roerend met mij eens, en zoo hebben wij in Bodegraven aan den Rijn gezeten
Een groot gemis in het buitenland is des zondags de prediking van het Woord. Dat is altijd treurig. In Köningswinter ben ik meer dan eens ter kerk geweest, maar het is alles oppervlakkig en niet om aan te ...en. Neen, dan hadden wij het aan onze Hollandschen Rijn beter. Wij hadden het genoegen daar tweemaal onder het gehoor te verkeeren van ds. Pott en wij hebben ons er over verheugd dat de Heere onze Hervormde Kerk nog niet heeft verlaten; - hoe treurig het er ook uit ziet - heeft ons nog leeraren heeft gegeven die Gods Woord zuiver prediken en den Christus ons aanbieden als de Weg, de Waarheid en het Leven.
Gelukkig Bodegraven! Wij zijn jaloersch. Wat een opkomst van de gemeente! Bodegraven telt — zo vertelde men mij — ..... zielen. Hoeveel Hervormden weet ik niet, maar 's morgens was de kerk stampvol en er gaan toch ongeveer 1200 mensen in.
Arnhem heeft 70.000 zieilen met 30.000 hervormden, en als er op de vier plaatsen waar er gepredikt wordt 1500 a 2000 mensen alles bij elkaar, ter kerke komen, dan zal het er wel mee ophouden. Wat een verschil!
.. naar die veel gesmade Bondspredikant wil men toch wel hooren.
Hoeveel vacante plaatsen zijn er niet, die wachten op de vervulling door een Bondspredikant; wel 40 of 50. De oogst is groot, maar de arbeiders zijn weinigen. Bidt dan Heere des oogstes dat Hij arbeiders in Zijn Wijngaard uitstoote!
..... werk verrichten onze fondsen, ..... onder den zegen des Heeren veel kunnen doen om in dezen schreienden nood te voorzien.
Tijdens ons verblijf aldaar bezochten wij er een goed bekend Bondsvriend. Bij de bezichtiging van zijn uitgebreide zaak, toonde hij ons op zijn kantoor een telmachine. Dat is iets voor den penningmeester, zei hij. Bij uw drukke werkzaamheden en de vele girobiljetten en postwissels die u hebt te boeken en op te tellen, hebt u hier een machine die dit alles voor u zonder fouten optelt.
Ik stond er van verbaasd. Verschillende getallen plaatste onze vriend onder elkaar en drukte toen op een knop, en zie daar stond het opgetelde bedrag er in eens onder. In drukke tijden, in den winter, en vooral bij het opmaken van de rekening, lijkt mij dat een pracht machine.
Voor vandaag kan ik het echter wel zonder machine af. Zie maar. Ik ontving uit:
Utrecht, van mej. C. Vermeulen uit busje no. 14. ƒ7.70.
Zegveld, door A. Dekker, penningmr der afdeeling, ƒ48 aan contributie; en uit
Amsterdam de volgende briefkaart:
WelEd. heer Penningmeester!
Hierbij zend ik u ƒ5.— voor het Leerstoelfonds, een dankgave, dat onze ds. Remme voor Maarssen heeft bedankt. Stelle de Heere hem nog tot rijken zegen voor onze gemeente.
Met hoogachting en vriendelijke groeten,
N.N.
Hiermede zijn wij aan het einde van onze ontvangsten, U ziet, dat ik de telmachine nog best kan missen. Toch dank ik hen die gezorgd hebben dat er toch nog iets op te tellen viel en dat u het niet enkel met mijn praatjes behoefde te doen.
Ook heb ik nog enkele opgaven van nieuwe leden én nieuwe abonné's, waaronder zeer belangrijke, die ik voor de volgende week hoop te bewaren. Wellicht zijn er dan nog wat bij gekomen.
Moge de Heere over alles Zijnen zegen gebieden.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Correspondentie.
Huizen. Dank voor de toezending. Te laat voor dit nummer.
Veenendaal. Dank voor de toezending der briefkaart.
Den Haag. Briefkaart ontvangen. Zal er voor zorgen. Had nog geen gelegenheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's