De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

5 minuten leestijd

»De Amhemsche Post« gaf Zaterdag 31 Aug. het volgend artikel:

De strijd om den Zondag.
»Van oudsher is in ons land om den Zondag gestreden. Onder den eertijds Roomschen invloed was de Zondag een dag als elke andere heilige dag. Men kocht en verkocht, men ging uit of had zijn feesten, juist op die dagen, net als nu. Onder den invloed der Hervorming kwam ook ten opzichte van den Zondag een andere meening en brak het licht van Gods Woord, en de eisch van heiliging van den dag des Heeren, door.
Maar het volk, onkundig, niet kunnende lezen, niet genegen de vrijheden van den Zondag zonder meer prijs te geven; onbekend met wat Gods Woord eischte, deed alleen wat wettelijk gevraagd of afgedwongen werd.
De Kerk der Hervorming, steunende op den Staat, drong wel aan tot nauwgezette viering van den Zondag, maar vorderde met het volk, dat onwillig was om zijn feesten los te laten, al bitter weinig.
Keuren en politie-maatregelen moesten geven wat het volk zelf nog niet voelde als eisch van Gods wil en wet. Zoo bleef er een strijd tusschen de aldoor naar volmaking strevende Kerk, vertegenwoordigd door haar predikanten, gesteund of ook wel tegengewerkt door den Magistraat, om de bestemming van den Zondag.
Eerst toen het besef meer doordrong, dat de Zondag »dag des Heeren« was, kwam ook meer beleven van dien dag. In rustige afzondering en in stil gepeins, in kerkgang en overdenking, waar dan naast stond de groote massa, die dien dag als de eenige beschouwde, waarop het ongehinderd, vrij van den dagelijkschen arbeid, »zich uitleven kon«, om een woord van onzen tijd te gebruiken.
Maar als verval in de Kerk insluipt, als de tucht verslapt, de prediking verwatert en zich verloopt in bewegelijke woorden, dan is ons volk nog, zeker, godsdienstig, doch zonder 't hart, de kern, te bezitten. Zoo breekt het »kruidenierstijdperk« in onze geschiedenis aan, vindt de Revolutie hier een geschikten bodem om het Fransche zaad van Oproer's Tuimelgeest in te strooien en hobbelt ons Vaderland mee over de keien van Napoleontischen dwang, vervreemd van het leven met God.
Als dan de omwentelingsdagen voorbij zijn, de bange droom, wiens werkelijkheid pijnlijk ervaren was, voorbij is, dan moet ook de wet, de Staatswet, den Zondag helpen beschermen, en waken, daf hij gehandhaafd blijft.
Honderd en tien jaar is deze wet oud, en nog vraagt zij gehoor voor eenbiediging harer bepalingen. In dit tijdsverloop is echter, ten aanzien van den Zondag, zwaar overtreden.
Eenerzijds een verwaarloozing van de beteekenis van den dag; anderzijds een overdreven opvatting, een bijna Joodsohe gedraging ten opzichte van mijding, van raak niet en smaak niet en roer niet aan, een terugtrekking van alle openbare levensuiting, die beide als uitersten tegen elkander kwamen te staan.
Zelfs in liberaal-kerksche kringen werd de beteekenis van den Zondag, als dag des Heeren, niet gekend.
Dit kwam tot uiting toen in 1878 de Hollandsche Spoor voor het eerst besloot om — schrik niet — "terwille van den werkman" op Zondag treinen te laten rijden. Toen was 't mevrouw Bosboom—Toussaint die betoogde, dat dit voor haar de eenige reden was, waarom zij het denkbeeld toejuichte. De werkman, die van den Maandag tot den Zaterdag aan de fabriek of werkplaats gebonden was, mocht toch ook wel eens naar buiten om in de natuur God te zien. Dr. Kuyper nam een ander standpunt in en betoogde, dat de Zondag niet voor vermaak gegeven was, doch aan den Almachtige was toegewijd en Hem gewijd moest blijven.
Sindsdien is de strijd om den Zondag als dag van rust en als dag van heiliging, als dag, geschonken tot verheerlijking van God, gestreden. Steeds sterker openbaren zich de geesten en teekenen de stroomingen in het leven zich af. Thans is eenerzijds een dringen van de Spoorwegen tot dekking der tekorten en tot verbetering der exploitatiecijfers, om op Zondag pleiziertreinen te laten loopen; anderzijds 'n strijd voor beperking van allen onnoodigen arbeid. De dagen van de vorige eeuw, toen geen onderscheid gemaakt werd tusschen den Zondag en den werkdag, schijnen weer te keeren.
Het spoor-en tram-en bootpersoneel wordt geëxploiteerd ten believe van het uitgaand publiek, dat, geprikkeld door de Spoorwegmaatschappij, het er nu op zet om goedkoop uit te gaan. En daarnaast de duivel van het winstbejag, die, als in Rotterdam's haven, een firma aanport om den Zondag te misbruiken voor 't lossen van schepen.
Een firma, die ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, altoos met een zwarte kool stond aangeschreven en nu vergunning van den waarnemend hoofd-inspecteur van den Havenarbeid wist te krijgen om op Zondag te laten werken. De arbeiders hebben geweigerd, wat prijzenswaard was. Waren het goederen, die aan bederf onderhevig waren, dat zoo'n haast gemaakt werd ?
Neen.
Lagen er zooveel schepen te wachten, dat een belangrijke achterstand ontstond of veel havengeld betaald moest worden?
Ook neen.
Langer dan één dag heeft een schip tot dusver niet behoeven te wachten en de goederen waren steenkolen, waar nog niet op gewacht werd.
Maar waarom dan zoo'n haast?
De macht van den sterke en winstbejag. De oude strijd uit een voorbijgegaan liberalistisch tijdvak, toen er nog geen wettelijke regeling was, en ieder deed wat goed was in zijn oogen.
Thans heeft de regeering de zeggenschap in handen, en het is te hopen dat er in de vertegenwoordiging des Volks een hartig woordje gesproken zal worden over dit optreden van een ambtenaar, die, zonder dringende noodzaak, aan een, wat de naleving der arbeidsvoorwaarden betreft, slecht aangeschreven firma toestaat wat niet anders dan in noodgevallen en dringenden tijd hooge uitzondering moet blijven: arbeid verrichten op Zondag.
De strijd om den Zondag schijnt opnieuw te moeten beginnen. Nu tegen hooge amtotenaren en half officiëele regeeringslichamen als de Spoorwegen zijn. In dien strijd staan wij aan de zijde van hen, die óf uit beginsel vragen naar Zondagsheiliging, óf zoeken naar meer Zondagsrust. Wij doen het, omdat wij niet mee schuldig mogen staan aan het misbruiken van den dag des Heeren, en zwijgen hier mee-schuldig-staan zou zijn, waar de Overheid in haar taak nalatig is«.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's