STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Ontwapening.
De Nederlandsche Sociaal Democraten zeggen voor ontwapening te zijn. Zelf hebben ze een voorstel van wet daartoe ingediend en nu een memorie van beantwoording op het voorloopig verslag der Tweede Kamer laten verschijnen, dat een brochure is geworden, die op 's lands kosten is gedrukt.
Tegelijk zeggen de Sociaal-democraten, dat de »christelijke« regeering niets doet om op oorlogsdoeleinden te bezuinigen; men beweerde zelfs bij de jongste bespreking van de Oorlogsbegrooting, dat de kosten der Departementen van Oorlog en Marine een stijgende lijn vertoonen en dat er dus inplaats van bezuiniging een opvoeren van lasten merkbaar is.
De oud-Minister van Oorlog, de heer Van Dijk, ontkende dit en bewees zulks met de cijfers, door aan te toonen, dat de kosten van Oorlog in 1921 bedroegen 80 miljoen en in 1926, dus vijf jaar later, in welken tijd hij als minister had gefungeerd, 59 miljoen. Een bedrag alzoo van 21 miljoen bezuiniging, terwijl in werkelijkheid het verschil nog meer is wat betreft de werkelijke oorlogsuitrustingen. Immers zijn mee door de bezuiniging de pensioenen enz. vermeerderd; de uitgaven daarvoor bedroegen in 1921 de som van 6 miljoen, terwijl dat in 1926 geklommen is tot 13 miljoen. Wanneer deze getallen van het eindcijfer der begrooting wonden afgetrokken, omdat zij met oorlogs uitrustingen niets van noode hebben, dan worden de cijfers voor 1921 in totaal 74 miljoen, terwijl dat nu voor 1926 gedaald is tot 46 miljoen; wat dus in werkelijkheid en waarheid een bezuiniging van 28 miljoen is.
Dit te ontkennen of te verdraaien is dus al niet eerlijk.
Maar wanneer we zien naar België, waar de Sociaal-democraten het ministerie vormen, wat doen de Sociaal-democraten-ontwapenaars daar?
Terwijl ons leger 13 generaals telt, heeft het Belgische er 64. Ons Nederlandsche leger heeft 200 hoofdofficieren, het Belgische 670, en tegenover de 1500 beroepsofficieren, die Nederland heeft, staat België met 5400. Wat blijft er nu over van die mooie leuze: ontwapening? En waarom gaat men bovendien voort met liegen en lasteren?
De organisatie der jeugd.
In een liberaal hoofdorgaan was volgens de "Arnhemsche Post" onlangs het volgende bericht te lezen:
»Zondag is te Amsterdam een conferentie gehouden van de arbeidersjeugd, waarop een motie is aan genomen, betrekking hebbende op de arbeidsvoorwaarden van de jeugd en de jongensstakingen. Besloten werd voor alle industrieën comité's van actie op te richten en programs van eischen op te stellen. Er wierden zes afgevaardigden aangewezen, leden van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen, het Nationaal Arbeiderssecretariaat en ongeorganiseerden, die in den loop van de volgende week naar Rusland zullen vertrekken om daar den staat van zaken in oogenschouw te nemen".
Zóó wordt de jeugd georganiseerd en gemobiliseerd om, zoo noodig, heel het maatschappelijk leven still te zetten. En - wie niet onkundig is van de acties, die op groote scheepswerven kunnen ontstaan, - door staking van klinker-of nageljongens, weet, dat dit geen looze bedreigingen zijn.
Christen-ouders hebben hier wel toe te zien.
De "Amhemsche Post" schrijft terecht:
"Spreekt dit bericht niet tot christenouders: bewaar het pand, u toebetrouwd ? Meer dan eenmaal wordt gewezen op den zegen Gods in kinderen geschonken, doch wordt de groote, zware verantwoordelijkheid om ze op te voeden wel altoos zóó diep gevoeld, dat er een voortdurend gebed is, dat ze bewaard mogen worden voor de machtige invloeden, die op hen Inwerken en ze vervreemden van Gods dienst en Woord? De jeugdigen, de pas op fabrieken of werkplaatsen komenden, zijn onervaren, en wie waarschuwt hen voor het gevaar dat hen bedreigt? Hoeveel ouders zijn, door hun slap belijden en beleven van wat ze voor waar houden, niet oorzaak dat de kinderen afzakken en straks walgen van een christendom zonder innerlijike kracht? Van de opvoeding in huis, van den invloed der ouders hangt hier zoo heel veel af. Hoe menigmaal wordt niet gehoord, dat de zorg voor de maatschappelijke positie vóórgaat bij het geestelijk onderricht.
En wat is dat geestelijk onderricht dan vaak nog, gespeend als het is aan alle positief christendom? Wij mogen vooral in onze dagen wel waken voor onze kinderen, vooral voor onze jongens en meisjes tusschen 12 en 18 jaar. En dan is het gezin nummer één. Dan is de school van het allergrootst belang. De Kerk moet een voorname plaats innemen; en het omgaan met kameraden beslist over veel — waarom ook het vereenigingsleven onze aandacht moet hebben en de christelijke organisaties niet moeten worden verwaarloosd en genegeerd.
De Almachtige God bindt ons in deze aan de middelen, die gekozen moeten worden naar uitwijzen van Zijn Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's