De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

Niet duidelijker.
Reeds meermalen werd in ons blad de aandacht gevestigd op het onbegrijpelijke standpunt, dat de H.G.S. (de Herv. Geref. Staatspartij) inzake het onderwijsvraagstuk inneemt. Van de School met den B ij b e l, als de school, uitgaande van de ouders, moet men niets hebben.
De C h r i s t e l ij k e School, - zoo wordt van die zijde geredeneerd - is een vrucht van de denkbeelden van hen, die de afscheidingsbeginselen voorstaan; zij is een instituut van de separatisten, dat zijn de Antirevolutionairen. De voorstanders van zulk een school handelen volkomen in strijd met artikel 36 van de Geloofsbelijdenis. De oplossing van het onderwijsvraagstuk moet daarom, naar het oordeel van de H.G.S., gezocht worden in de richting van de christianiseering van de Openb. School. Geen Christelijke School, maar een Openbare School met den Bijbel. Hoe echter die Christelijke Openbare School naar het model van de H.G.S. er zal moeten uitzien, en hoe deze dus in werkelijkheid is en moet zijn, daarover laat men zich intusschen niet verder uit. Het wordt voldoende geacht, als maar vast staat, dat niet de ouders, doch de Staat voor de school heeft te zorgen, want geschiedt dit, dan is aan den eisch van artikel 36 voldaan. Wij zouden aan dit alles niet meer herinnerd hebben, wanneer niet in het laatste nummer van Staat en Kerk, het orgaan van de H.G.S., een artikel over dit onderwerp ware voorgekomen, dat vierkant tegen het standpunt van de H.G.S. in gaat en de voorstanders van de S c h o o l met den B ij b e l, als de school, uitgaande van de ouders, in het gelijk stelt.
Men gelooft haast z'n oogen niet meer als dr. Van der Myle (zijn woonplaats en positie wordt niet aangegeven) over »Ons Onderwijs« in Staat en Kerk schrijvende, zegt: Onderwijs is voor de kinderen een onmisbare zaak. Zij is ook voor ons een integreerend deel der opvoeding. En waar w ij steeds uitgaan van de grondgedachte, dat die opvoeding in de aller eerste plaats de taak der ouders is, zijn we ook de meening toegedaan, dat niet de Staat, doch de ouders in de allereerste plaats geroepen zijn om voor dat onderwijs te zorgen.
Tot zoover de voorman van de H.G.S., dr. Van der Myle. We lieten enkele woorden uit de aanhaling van het artikel spatiëeren, om duidelijk te doen uitkomen, dat niet alle H.G.S.ers het onbegrijpelijke standpunt van ds. Lingbeek en de zijnen innemen. Maar zal nu dr. Van der Myle ook als een separatist worden uitgescholden — als iemand worden aangewezen, die artikel 36 saboteert? Wij zijn inderdaad nieuwsgierig, wat daarvan komen zal.De zaak wordt er ons intusschen niet duidelijker om.

Een onderzoek gewenscht.

De heer A. de Jong Ezn., redacteur van het »Correspondentieblad«, het bekende wekelijksche orgaan van de Vereeniging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland, vestigt de aandacht op een leesboek, dat op de Chr. Gymnasia gebruikt wordt, en dat daar om zijn inhoud niet mocht gevonden worden. Onder het opschrift »Vloeken« deelt de heer de Jong over deze zaak het volgende mede:
Voor mij ligt een Leesboek voor Gymnasia, H.B.S., Kweek-en Normaalscholen. Ik weet niet of dit boek gebruikt wordt op de Christelijke kweekscholen en Normaalscholen. Wel is mij bekend, dat het op Chr. Gymnasia door de leerlingen gelezen wordt. Ik bladerde dat boek door en vond op blz. 142—158 van 7 Maart: »Een pleizierige nacht«, van Justus van Maurik. Echt realistisch beschreven, a la van Maurik. Maar het ritselt van de grofste vloeken! Ik zal er niet aanhalen; ze zijn niet leesbaar. Zulke lectuur wordt jongens van 12 en 13 jaar aangeboden. Ik begrijp ter wereld niet, hoe men er toe komt om zulke stukken in een bundel, waar veel moois in staat, op te nemen.  Zeg nu niet, dat de Christelijke leeraar, of in het algemeen de leeraar wel zal te kennen geven, dat men die woorden maar moet overslaan. Dat mag op een Christelijke school in elk geval niet voorkomen, dat is niet opvoedend, dat is niet algemeen beschaafd zelfs. De ruwe Godonteerende taal hooren we met afkeer maar al te veel langs den publieken weg. Maar dat men, alsof het heil der jeugd er van afhangt, zulke grove woorden plaatst in een belletristisch leesboek, is mij onverklaarbaar.
Wil men dan per sé iets van Van Maurik lezen, dan is er nog wel een ander stukje te vinden. We hopen, dat althans dit stuk in een volgenden druk niet voorkomt. Het wil ons voorkomen, dat de redacteur van 't C o r r e s p o n d e n t i e b l a d een goed werk deed om hier een waarschuwende stem te doen hooren en om wat hij waarnam, te publiceeren. Natuurlijk twijfelen wij geen oogenblik aan de juistheid van de mededeeling, dat 't boek ook op onze Chr. Gymnasia wordt gelezen. Maar hoe dit mogelijk, is, begrijpen wij niet. In ieder geval krijgen de rectoren en de curatoren dezer Gymnasia gelegenheid zich nader van de zaak op hoogte te stellen en van de scholen te weren, wat daar niet behoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's