MR. G. GROEN VAN PRINSTERER
1)
Het is nu juist 50 jaar geleden, dat de droeve mare door het land ging dat mr. Guillaume Groen van Prinsterer, aan wien niets on-Nederlandsch was dan zijn voornaam, gestorven was. 21 Augustus 1801 te 's-Gravenhage geboren, stierf hij 19 Mei 1876. Groen is een van de edelste zonen van ons volk geweest, een van de trouwste aanhangers van ons Vorstenhuis en een van de moedigste strijders voor Kerk en school; daarin een getrouwe getuige bij de gratie Gods tegen den geest der eeuw.
De Staat heeft geen post, de wetenschap geen leerstoel voor hem gehad; in 's lands raadszaal werd hij nauwelijks een wijle toegelaten en dan nog niet zonder hoongelach en verguizing, maar toch is hij geweest een man van groote beteekenis voor heel ons volksleven en dat juist door zijn geloof, door zijn arbeid, door zijn strijd, door zijn beginselen die, uit Gods Woord afgeleid, hem ten richtsnoer verstrekten en hem dienden als een lamp voor zijn voet, zoowel in zijn persoonlijk en huiselijk leven als op het terrein van Kerk en Staat, van de volksopvoeding en van het maatschappelijk leven. Hij was een Staatsman. Maar eerst en allermeest en boven alles was hij een Evangeliebelijder. En omdat hij Evangeliebelijder was, was hij Staatsman en was hij Staatsman met Gods Woord in het hart en in de hand, Staat en Kerk, school en gezin, de politiek en het maatschappelijk leven opeischend voor de eere Gods, zoekend zóó het waarachtig welzijn voor Koning en Vaderland. En zóó is Groen in ons Vaderland gedurende bijna een halve eeuw, van 1829 tot 1876, de hoofdpersoon en de leider van schier elke actie in positief christelijke richting geweest en als zoodanig mag hij nu, een halve eeuw na zijn sterven, door ons nog wel eens worden herdacht.
Geboren 21 Augustus 1801 begon hij in 1829 als Redacteur van de Nederlandsche Gedachten, gesteund door enkele vrienden, in de politiek een Christelijk-Historische en mitsdien Anti-Revolutionaire richting aan te geven.
In 1834 legde hij in zijn Beschouwingen den eersten steen voor een herlevende christelijke wetenschap in het algemeen en voor Staats-en Volkenrecht in het bizonder. Vanaf 1835, toen het eerste deel der Archives verscheen, was Groen de voorman bij de beoefening der Vaderlandsche Geschiedenis. In 1837 trad Groen naar voren als verdediger van de vervolgde Afgescheidenen, zoodat de verdrukte Gereformeerden van dien tijd af het oog op hem gevestigd hielden.
Toen Thorbecke in 1840 een ontwerp tot herziening van de Grondwet in 't licht gaf, in liberalen zin, was het Groen die aan Z.M. den Koning een ontwerp in christelijken zin aanbood en in 't licht gaf.
In 1842 was hij de ziel van de »z e v en H a a g s c h e h e e r e n«, die in hun adres aan de Synode herstel vroegen van de rechten der Kerk.
In 1843 stond Groen weer als leider van vijf andere heeren op om een adres te richten aan de WelEerw. Commissie tot de Waalsche Kerken.
Groen was het die in 1846 voor een twintigtal vrienden zijn lezingen hield over Ongeloof en Revolutie, die daarna leidde tot de uitgave van dit meesterwerk, fundamenteele critiek van christelijk standpunt op de toen heerschende begrippen.
In den S c h o o l s t r ij d was Groen van meet af de leider der christelijke beweging die vroeg om een School met den Bijbel voor de gedoopte jeugd.
Toen het Ned. Z e n d i n g s g e n o o t-s c h a p in verkeerde richting dreef, was 't Groen die waarschuwde.
Hij was het die in 1853, toen de Aprilbeweging ons gansche volk in beroering had gebracht, de actie in het goede spoor leidde en het A n t i - P a p i s m e vleugellam sloeg.
Toen in de jaren van 1863 tot 1871 zijn christelijke vrienden vooral in de hoogere standen door conservatieve meegaandheid afdreven in het spoor der tegenpartij, was Groen, de man die den strijd opnam, persoonlijke vriendschap veil had, zich aan haat en verguizing blootstelde, maar de Antirevolutionaire Partij een wedergeboorte deed ondergaan, die haar beslag kreeg in de oprichting van »D e S t a n d a a rd«.
Zóó is Groen gedurende bijna een halve eeuw het centraal punt, de leider geweest, om wien zich op verschillend terrein tal van bekwame mannen uit ons volk hebben gegroepeerd en tegen wien zich dan ook de bekwaamste tegenstanders in den strijd richtten. Zwak van gezondheid en tenger van gestalte, zacht, ja bijna onhoorbaar in zijn spreken, nochtans door zijn scherpzinnigheid en bekwaamheid de strijdbare held, de waakzame verdediger van ons christenvolk, leider bij de gratie Gods, »der Keerlen God« in den edelsten zin, om wien de kleinen en de grooten, zoo ze God vreesden, zich gaarne groepeerden, was Groen werkzaam voor de zaak zijns Heeren met een ijver, die menigmaal zijn krachten dreigde te breken, maar op wiens arbeid een zegen zou rusten, die eerst door een dankbaar nageslacht recht kon worden gewaardeerd.
In de buurt van Rijswijk, waar in 1697 de vrede van Rijswijk is gesloten, en in de nabijheid van Voorburg, waar het bekende Hofwijck ligt, het landgoed waar Constantijn Huygens zich des zomers terugtrok in de stilte van het buitenleven, daar, onder de gemeente Voorburg, even buiten de kom van het dorp, als men het in de richting van Delft naar Leiden doorwandelt, ziet men rechts van den weg een aanzienlijke, in achttiende-eeuwschen stijl opgetrokken villa omgeven door een grooten tuin, die vóór het huis aan den straatweg uitkomt en achterwaarts zich over aanzienlijke breedte uitstrekt langs den Vliet, een breed vaarwater, dat Delft met Leiden verbindt.
Op de zware zerken palen, die aan weerszijden den ingang van den tuin versieren leest men den naam van Vreugde en Rust. Daar woonde 's zomers de in Den Haag bekende dokter P. J. Groen van Prinsterer; en daar is de kleine »Wim« geboren; daar heeft hij het onwaardeerbare voorrecht eener christelijke opvoeding genoten; daar, in den koepel, thans verdwenen, vertoefde hij als jongeling, als student, met zijn vader en zijn moeder, met zijn zusters Keetje en Marie; waarvan de eerste later, gehuwd met den heer M.A.H. Hoffman, na den dood van haar vader in 1837 er is blijven wonen.
Na den dood van mevr. Hoffman is het huis overgegaan aan de kinderen van de andere zuster, Marie, die met mr. J. A Philipse was gehuwd. Een dochter van mr. Philipse, gehuwd met jhr. mr. B. C. de Jonge, heeft er als weduwe het laatst gewoond.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's