KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen te Hattem L. van Mastrigt te Harderwijk — te Nieuw-Loosdrecht E. Warmolts te Heerde.
Aangenomen naar Domburg J. W.Swaan te Vollenhove.
Bedankt voor Hyppolytushoef A. J. P. Boeke te Schoorl.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Laren L. H. Hoorweg te Purmerend.
Aangenomen naar Bedum A. Wijngaarden te Baarland.
Bedankt voor Oud-Vossemeer G. de Jager te Doornspijk — voor Heinenoord H. van der Zanden te Wapenveld.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen te Biezelinge T. A. Bakker te IJmuiden.
Bedankt voor Haarlem L. de Bruijne te Zwolle
VIANEN. Men schrijft ons: Zondagavond was het voor de Hervormde gemeente van Vianen een droeve ure, daar ds. P. C. de Groot, die pas vanaf 15 Maart 1925 in haar midden werkzaam was, nu reeds afscheid van de gemeente nam wegens vertrek naar Zuilen. Niet alleen dat velen uit Vianen waren opgekomen, maar ook uit andere gemeenten, vooral uit Jutfaas, waar ds. de Groot voordien arbeidde, waren velen gekomen om van het plechtig afscheid getuige te zijn.
Naar aanleiding van 2 Cor. 8 vers 9, luidende: »Want gij weet de genade onzes Heeren Jezus Christus, dat hij om uwentwil arm is ge worden, daar hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden«, sprak de scheidende leeraar zijn gemeente toe. Zijn prediking, die steeds in een ernstigen toon de gemeente is verkondigd, was ook ditmaal nog een waarschuwend en vermanend woord. Aan het eind der predikatie sprak ds. de Groot woorden van waardeering tot den burgemeester, dankte daar na den heer B. Mijnlieff, oud-president-kerkvoogd, voor de vele vriendelijkheid hem en zijn gezin bij zijn komst te Vianen aangeboden, en richtte zich vervolgens tot de verschillende kerkelijke colleges, organist, voorlezer en koster, alsmede tot den mede aanwezig zijnden ds. G. van der Zee van Hagestein.
Allen werden hartelijk toegesproken, waarna de gemeente aan de beurt kwam. Z.Eerw. memoreerde o. m. dat er onder de opgekomenen misschien wel waren, die dachten te vernemen de reden, waarom spreker ging vertrekken. Dezulken hadden zich bedrogen. Wel wilde spreker zeggen dat de schuld van zijn spoedig heen gaan niet in het minst het biz.onder onderwijs treft. Wel was hij een voorstander van christelijk onderwijs, maar hij heeft zich hier niet in die schoolkwestie gemengd. Spreker verklaarde dan ook, zich nooit daaraan verhangen te hebben. Hij was zelfs geeii lid van de Christelijke School, evenmin als van de Christelijke Bewaarschool. Spreker dankte voor het stoffelijk bewijs van belangstelling, dat met eenige dichtregelen namens enkele vrienden hem was aangeboden, ook voor de belangstelling in zijn arbeid, die mede bleek uit brieven zoo nu en dan in zijn brievenbus gestoken; Z.Eerw. beval zich vervolgens in de gebeden der gemeente aan. Hierna werd verzocht te zingen Psalm 84 vers 6. Thans vroeg de heer B. J. Lankkamp 't woord om namens enkele vrienden een woord te spreken. Een woord van waardeering en dank werd gebracht voor wat ds. de Groot te Vianen heeft verricht in zijn prediking over ellende, verlossing en dankbaarheid, voor wat hij was bij zijn bezoek in de gemeente en op vergaderingen. Ook dankte spreker voor de mededeeling, dat het vertrek niet in verband stond met de kwestie van het bizonder onderwijs. Wij wisten reeds voor uw komst alhier, dat gij voor het Christelijk Onderwijs waart, maar terwille van de gemeente hebt u als leeraar eerst de zaken willen overzien en nu gij uw besluit hadt genomen is uw plaats elders bepaald. Vervolgens verzocht spreker de gemeente Psalm 121 vers 4 toe te zingen. Ds. Van der Zee van Hagestein sprak daarna nog eenige waardeerende zinnen van afscheid, waarna ds. de Groot dankte voor de tot hem gerichte woorden. Nu werd gezongen Psalm 84 vers 6.
Aan het einde der godsdienstoefening speelde de organist: »Dat 's Heeren zegen op u daal«, enz., waarmee de gemeente staande instemde.
--Zondag 12 September was voor de Ned. Hervormde gemeente te Enter een droeve dag. Voor een overvolle kerk nam ds. W. L. Mulder afecheid van de gemeente, predikende over Jesaja 54 vers 10, waarin hij zijn gehoor bepaalde bij: 1. de veranderlijkheid van het aardsche; 2. de onveranderlijkheid des Heeren. Na de predikatie werd een hartelijk woord van vaarwel geaproken door ds. G. B. C. Steenbeek van Wierden en door den consulent ds. J. Enkelaar van Rijssen, welke den naar Voorthuizen vertrekkenden leeraar liet toezingen Psalm 121 vers 4.
— Ds. J. A. van Nie hoopt Zondag 31 October a.s. van de Ned. Hervormde gemeente van Moercapelle afscheid te nemen en Zondag 7 November d.a.v. te Zetten-Andelst intrede te doen, na bevestigd te zijn door ds. N. van der Snoek van Kralingen, voorheen te Zetten.
— Ds. D. P. Brans nam Zondagavond in een overvolle kerk afscheid van de Ned. Hervormde gemeente te Soest, waar deze leeraar ruim 33 jaar gewerkt heeft. Tot tekst voor deze afscheidsrede was gekozen 1 Thess. 5 vers 9 en 23. H.M. de Koningin-Moeder woonde de plechtige ure bij. Zeer vele predikanten van den ring en de classis waren aanwezig en namens hen sprak ds. H. Kleywegt uit Woudenberg. De burgemeester, de heer G. Deketh, sprak namens de gemeente Soest; ouderling J. Veenendaal namens den kerkeraad; de heer A. Endendijk namens het bestuur van de Christelijke Scholen; ds. Ge ritsen uit Amersfoort als oud-catechisant, mede namens de oud-catechisanten; ds. J. H. Gunning van Lage Vuursche, als consulent. De gemeente zong haar naar Oosterhout vertrekkenden leeraar toe Psalm 121 vers 4.
Jubilea. Ds. H. J. de Zwart, predikant der Nederl. Hervormde gemeente te Scheveningen, herdacht Zondagavond zijn 40-jarige ambtsbediening in een predikatie over Hebr. 13 vers 8. Bij de plechtiigheid waren aanwezig de plaatselijke collega's van den jubilaris, ds. H. W. Creutzberg, van de Duinoordkerk, ds. A. van Geest van 's-Gravenzande; ds. Joh. Rauws en dr. K. J. Brouwer als vertegenwoordigers van de Samenwerkende Zendingscorporaties en Zijn Exc. Staal, oud-gouverneur van Suriname. Den jubilaris werd Psalm 134 vere 3 toegezongen.
— De heer H. van der Veen, godsdienstonderwijzer-evangelist bij de Ned. Herv. Evangelisatie te Oude Pekela, heeft bedankt voor de benoeming bij de Ned. Hervormde gemeente te Herkingen (Z.H.).
ZEIST. De bouw van de tweede kerk der Nederl. Hervormde gemeente alhier heeft gewenschten voortgang. Zelfs leeken op bouwkundig gebied kunnen reeds goed zien, hoe straks het kerkgebouw met zijn massieven toren, zijn middenschip en zijvleugels zal omhoog rijzen. Doch ook vakkundigen volgen het werk met belangstelling. Telkens komen bekende architecten en bouwkundigen van elders 't werk zien. Vooral trekken de aandaoht de z.g.n. kilkepers, groote houten bogen, waarop het geheele kerkgebouw komt te rusten. Zoo komen er geen kolommen in de kerk, wat een enorme ruimtebesparinig beteekent. Kilkepers van zoo groote afmeting zijn nog nooit in ons land gebruikt. Geen wonder, dat dit grootsche bouwwerk den architecten, den heeren J.M. Paap en J.J. van Straalen — van wie de eerste geen onbekende is in de kringen van onzen Bond — tot groote eer strekt. Moge de bouw, die zoo voorspoedig is aangevangen, onder Gods zegen voltooid worden, opdat onze gemeente straks een waardig bedehuis rijker mag zijn, waarin Gods Naam worde aangeroepen en geprezen tot in lengte van dagen.
Herv. Gereformeerde Predikantenvergadering. Op de Woensdag te Utrecht gehouden Herv. Gereformeerde Predikantenvergadering, die onder leiding van dr. P. J. Kromsigt van Amsterdam gehouden werd; sprak allereerst ds. P. Schumacker van Uelsen (Duitschland), over 1 Cor. 1 vers 10—17. Ds. P. A. Binsbergen van Mastenbroek hield vervolgens een inleiding over "Antinomianisme". Het antinomianisme — zei spreker — is een poging om een probleem op te lossen, namelijk dat van de zonde in het leven van het kind van God. Hoe is dat mogelijk? Geloovig en bekeerd en tooh een zondaar. Jacob Verschoor, stichter van de Zeeuwsche sekte der Hebreërs, was een gematigd antinomiaan. Zijn leuze is nooit geweest: laat ons vrij zondigen. Verschoor richtte zich evenwel tegen het subjectivisme van de 17de eeuw: het met bekommering altijd zuchtend staren op zichzelf. Daarvan wil Verschoor de menschen verlossen. Hij stelde drie punten: 1. voor wie Christus heeft betaald, die heeft geen schuld; 2. de menschen zijn wel gebrekkig, maar worden daarom niet verdoemd; 3. God kan ze doen geboren worden zonder gebrek, want Christus heeft de volmaakte heiligheid voor hen verkregen. In den strijd met de kerkelijken liep 't over de vraag: wat is het geloof ?
Verschoor antwoordde: de verzekerdheid, dat mijn zonden zijn vergeven. De classis Middelburg heeft 't geloof genoemd: een hongeren en dorsten dat met vertwijfeling gepaard kan gaan. Spreker gelooft, dat beide partijen eenzijdig waren. Wel verloste Verschoor de menschen van de bekommering over de zonden, maar negeerde het feit van de overblijvende zonde. Daarentegen legden zijn tegenstanders eenzijdig het zwaartepunt der verlossing in des menschen boetvaardigheid. Verschoor — zoo meende spr. — werd ten onrechte beschuldigd van geen goede werken te willen weten. Hij wilde ze echter alleen als vrucht van het geloof. Verschoor maakte de fout, dat hij Christus stelde naast den mensch. Verschoor negeert ook, dat men alleen langs den weg van boetvaardigheid komt tot het vreugdevol geloof der vergeving en tot een rechte dankbaarheid.
Spreker eindigde met een en ander toe te passen op den tegenwoordigen tijd en de kerkelijke toestanden van heden. De predikanten van den Bond spreken te veel van zonde en te weinig van het geloof; anderen daarentegen weer te veel van het geloof en te weinig juist over de zonde. Over deze lezing volgde eenige gedachtenwisseling. Tenslotte sprak nog dr. H. Schokking van Den Haag over: »Onze Liturgie«, welk gedeelte van de Vergadering voor de pers gesloten was.
Het Bijbelsch Museum. Men weet, hoe indertijd ds. L. Schouten van Utrecht, Ned. Herv. predikant aldaar, met zijn Tabernakel en allerlei bijbelsche oudheden velen trok. Toen ds. Schouten gestorven was, scheen de prachtige, kostbare verzameling geen rust meer te kunnen vinden, en zij dreigde zelfs een oogenblik voor ons land verloren te zullen gaan en naar Amerika te zullen verhuizen. Toch is dit werk voor ons land behouden gebleven. Het heeft in 1925 een plaats gekregen in Amsterdam, Hemonylaan 19A en wordt nu beheerd door het Centraal Bureau voor Inwendige Zending, welker voorzitter dr. J. Th. de Visser het Museum den 4den juni 1925 opende. Reeds het eerste jaar bracht een 5000 bezoekers. Predilcanten, godsdienstonderwijzers, onderwijzers., kwamen met hun leerlingen. Elf keer werd een z.g.n. »dienst« gehouden, onder leiding van den een of anderen predikant. Wij willen gaarne op dit museum de aandacht vestigen; een bezoek is hoogst leerzaam om menige oudheidkundige bizonderheid door de aanschouwelijke voorstelling beter te verstaan. Het Museum is te bereiken van het Centraalstation met lijn 5, van het Weesperpoortstation is het 10 minuten loopen. Van het Willemsparkwegstation moet lijn 6 genomen worden tot Westeinde. Wanneer men met een gezelschap komen wil, berichte men even aan het Centraal Bureau Inwendige Zending, Stadhouderskade 137, telef. 26410, wanneer men toegang wenscht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's