STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Bakens in zee.
(Slot).
Als tweede baken in zee, dat tot waarschuwing voor de Kerk moet dienen, wanneer de Staat zich gaat inlaten met de aangelegenheden der Kerk, hare vrijheid te na komt en zich rechten aanmatigt, die niet der Overheid maar der Kerke zijn, noemden wij de vorige week het religieuse probleem in Mexico; dat nog steeds in gisting is en veler aandaoht blijft bezighouden.
Naar de bladen mededeelen en de berichten, welke uit Amerika ons bereiken, is tusschen de Mexicaansche regeering en de Roomsch-Katholieke Kerk, waartoe de groote meerderheid der bevolking, zij het dan officieel, heet te behooren, een strijd ontbrand, waarbij beide partijen naar de scherpste wapens hebben gegrepen.
Aanleiding tot dezen strijd gaf de sterk anti-clericale Grondwet van 1917, welker bepalingen beoogden de macht der Kerk te fnuiken.
Tijdens het presidentschap van Carranza was aan deze bepalingen, welke op den duur tot vernietiging van de godsdienstvrijheid en tot ondergang van de Kerk moeten leiden, geen uitvoering gegeven, doch onder den tegenwoordigen president Calles met zijn socialistisch getinte bewind en gesteund door het overgroote deel der vakbonden werd dit anders. Met alle gestrengheid worden de wettelijke bepalingen, waarteigen de Kerk opkomt, ten uitvoer gelegd. In hoofdzaak omvatten ideze bepalingen een beperking van de vestiging van geestelijken uit andere landen, het verbod tot het houden van scholen en het recht van den Staat om kerkelijke goederen in beslag te nemen. Daarbij staan de Kerken steeds onder het toezicht van de Overheid en is het niet geoorloofd dat buiten de gebouwen godsdienstoefeningen of samenkomsten plaats hebben.
Ten einde nu van regeeringswege met kracht en doortastendheid tegen de Kerk te kunnen optreden werd nog een nieuwe wet afgekondigd, de wet: "op de vergrijpen tegen den Staat in zake godsdienst en uiterlijke tucht".
Dit optreden van de Mexicaansche regeering is wel het radicaalste, dat tot nog toe in eenig land ter wereld plaats vond. En nu mogen er misschien politieke redenen zijn (het rechte van de zaak is hier in Europa nog niet bekend), die tot strenge maatregelen van regeeringswege verplichten, maar dat het daarbij de toeleg is, om de Kerk te gronde te richten, is op de meest absolute wijze af te keuren.
Intusschen betreft het hier niet alleen een strijd tegen de Roomsch-Katholieke Kerk, maar in de actie van de Overheid worden alle Kerken in Mexico betrokken, óók de Protestantsche. De regeeringsdecreten omvatten alle Kerken van de republiek. Zoo is ook aan de protestantsche geestelijkheid verzocht geworden een inventaris op te maken van de kerkelijke goederen, welke aan de protestanten toebehooren. De Mexicaansche regeering plaatst zich op het standpunt, dat alle kerkeigendom aan de natie toebehoort, en van dit recht gebruik makende, zijn reeds vele kerkgebouwen voor andere dan godsdienstige doeleinden bestemd geworden. Allerwegen komt de bevolking, die nog aan de reiligie vasthoudt, in verzet, doch zij loopt het hoofd te pletter tegen den ijzeren muur, welke door de vijanden van den godsdienst is opgericht. Zoo handelt in Mexico de regeering naar welgevallen met de Kerk.
In Nederland kunnen wij ons een toestand, zooals deze zich op het oogenblik in Mexico voordoet en ontwikkelt, haast niet indenken. Dat ons volk in zijn kerkelijk leven door de Overheid zou worden gedwarsboomd, laat staan, dat de kerkelijke goederen tot Staatseigendom zouden worden verklaard, is schier ondenkbaar. De godsdienstvrijheid is een van de kostelijkste goederen, welke de Nederlander bezit. En toch werkt een voorbeeld, als Mexico geeft, aanstekelijk. Wat in Mexico gebeurt, heeft voor geheel Zuid-Amerika en misschien ook voor Spanje, dat zioh met Mexico nauw verbonden gevoelt, groote beteekenis.
In Europa ondervinden de Gereformeerden in Italië, Polen en Roemenië, wij laten daarbij Rusland maar onbesproken, ernstige moeilijkheden. Vandaar, dat bij ons met niet genoegzamen aandrang gewaarschuwd kan worden tegen elke inmenging van den Staat op het terrein van de Kerk. De tijd kon eens komen, dat zij die thans voorvechters zijn van het beginsel om den invloed van den Staat op de Kerk uit te breiden, het zullen betreuren, aan die averechtsche politiek te hebben medegewerkt. Daarom, opkomende voor de vrijheid van religie, heeft bijzonder elk Gereformeerde de taak en de roeping het beginsel voor te staan, dat de Staat niet komt op het terrein van de Kerk en de Kerk niet op dat van den Staat. Elke band tusschen Staat en Kerk dient uit dien hoofde te worden verbroken en op algeheele vrijheid van de Kerk te worden aangestuurd. De zelfstandigheid van de Kerk is alleen in dat geval verzekerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's