KERKELIJKE RONSCHOUW
De nieuwe Christus.
't Is toch wel vreeselijk, dat we dat Godonteerend spel op Nederlandschen bodem hebben moeten dulden en aanschouwen. Daar stond de oude, grijze mevr. Annie Besant, die al zoovéél achter den rug heeft, naast K r i s j n a m o e r t i, den jongen Hindoe, en zij predikte: »Ziet, hier is de Christus!«
Gevraagd zijnde: zijt gij de Christus? was het antwoord van den jongen Hindoe, in sierlijk gewaad getooi : ja, ik ben de Christu ; de nieuwe Wereldleeraa ; wat Christus voor het Westen is geweest en Mohammed voor het Oosten, dat zal ik worden voor heel de wereld; de Geest Gods is in mij gevaren; ik heb God ontmoet en nu kom ik als de nieuwe Wereldleeraar in Zijn Naam.
Deze dingen zijn voorspeld. De Heiland heeft gezegd: de tijden zullen komen, dat men zal zeggen: hier is de Christus en daar is de Christus! Gelooft hen niet! Die tijden beleven we nu ook. Van Krisjnamoerti, den Profeet van de Orde: De Ster uit het Oosten, wordt getuigd: ziet, hier is de Christus. Beleedigend voor Christus, den Christus der Schriften. Misleidend tegenover de menschen, om te komen met een valschen Christus. Maar gelukkig is heel de vertooning van Annie Besant met haar jeugdigen reisgenoot Krisjnamoerti vrij onnoozel en vrij bespottelijk. Hier in Nederland is zijn verschijning vrij wel onopgemerkt gebleven en hij heeft op niemand ook maar eenigen indruk gemaakt
En naar Amerika gereisd is de ontvangst daar — en dat is het land van de onbegrensde mogelijkheden, vol wonderlijke verschijnselen — gematigd onverschillig geweest. Weinig aandacht is geschonken aan hetgeen mevr. Besant, de profetes van de theosophie, over Krisjnamoerti, haar uitverkorene, heeft gepredikt en bij het hooren van des leeraars woord was er weinig enthousiasme. Hij heeft daar dan ook de simpele leer verkondigd, dat men niet te veel moet opgaan in de stoffelijke dingen en dat men niet te veel tijd moet laten verloren gaan met geestelijke overpeinzing!
En toen heeft men hem alleen laten staan. Het heilig vuur ontbrak blijkbaar. Het is intusschen weer een waarschuwing te meer, om er acht op te geven, dat de menschen van alle kanten bedrogen worden met valsche leeringen en met een evangelie, dat niet is het Evangelie van Jezus Christus. Zeker, er zijn tal van menschen, die geen vrede hebben en zoeken en tasten of ze het ook vinden mochten. Maar dan komt men aandragen met allerlei leeringen, die valsch en bedriegelijk zijn, waarvan men hoopt velen er mee te zullen kunnen verleiden.
»Ik ben de deur« heeft Jezus gezegd. De deur; de eenige deur; en allen die een anderen weg leeren, noemt de Heiland Zelf »dieven en moordenaars«. Waakt dan en bidt — opdat de verleiders met hun misleidingen geen vat op ons krijgen. En laat ons wandelen in den weg Jezus Christus, door het geloof, met de geestelijke vruchten van vrede en blijdschap, nu en tot in eeuwigheid.
Ook onze Hervormde Kerk heeft weer een lesje gekregen door deze geschiedenis. Want al is 't resultaat heel poover voor den nieuwen leeraar, die een valsche Christus is, toch is weer bewezen, dat men elk oogenblik met valsche leeringen komt aandragen, om een ander fundament te leggen dan Jezus Christus. (1 Cor. 3 vers 11). Dat gevaar dreigt overal en altijd. En veel meer nog dan tot op heden moet de strijd van allen, die in Christus elkander de hand der gemeenschap kunnen geven (Gal. 2 vs. 9), tegen die valsche leeringen gaan. Wij hebben toch het Woord Gods, dat zeer vast is onder ons. En voor dat Woord moet onze liefde zijn en onze ijver branden. Ook kerkelijk moet het in dien weg en in dien weg alleen.
Laat men niet zeggen, dat het overbodig is dien strijd aan te binden, want de valsche leeringen zijn binnen de muren van de aloude Gereformeerde Kerk van Nederland, zoo deerlijk in verval, vele. Laat men ook niet zeggen, dat men voor »nieuwe« leeringen eerbied moet hebben, want het zijn oude leugens.
Laat men ook niet zeggen, dat men dan »onverdraagzaam« wordt; want indien we opkomen voor de leer der Apostelen, voor het fundament van God gelegd, voor Jezus Christus, die den éénigen Naam van Zaligmaker onder den hemel draagt — indien we prediken Hem, den Christus der Schriften en strijden tegen alles wat met Gods geopenbaarde Waarheid in deze in strijd is, dan zijn we niet onverdraagzamer dan de waakhond, die aanslaat als er onraad is; niet onverdraagzamer dan de schildwacht, die alarm blaast als de vijand nadert; niet onverdraagzamer dan Jezus, die gezegd heeft: het zijn dieven en moordenaars, die het op het leven van mijn schapen gemunt hebben (Joh. 10); dan zijn we niet onverdraagzamer dan de Apostelen en de Profeten, die van geen ander fundament wilden weten en valsche leeringen hebben getoetst, gebrandmerkt en verworpen.
Laat ons dan Paulus' vermaan ter harte nemen om te blijven in hetgeen wij geleerd hebben en waarvan ons verzekering gedaan is, wetende van wien wij het geleerd hebben (2 Tim. 3 vers 14); 't welk hij nader omschrijft als »van kinds af geweten hebbend de heilige Schriften, die ons wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof hetwelk in Christus Jezus is«. (vers 15).
Dan komt alles op Schriftuurlijken bodem te staan. En dat Schriftuurlijk geloof in Christus Jezus; die prediking naar de Schriften; die strijd uit liefde tot het Woord, is zoo heerlijk.
»Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot leering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid Is ; opdat de mensch Gods volmaakt zij tot alle goed werk volmaakt toegerust«. (2 Tim. 3 vers 16, 17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's