De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

4 minuten leestijd

We lezen in de Arnhemsche Post het volgend artikel van Dr. Westerhuis, rector van het Christelijk Lyceum te Arnhem:
Van het erf der wetenschap.
In het Orgaan van de Christelijke Vereenigimg van Natuur-en Geneeskundigen in Nederland gaf Dr. W. J. A. Schouten, leeraar aan het Gereformeerd Gymnasium te Kampen, een zeer belangrijke studie in 't licht over het Wereldbeeld in den Bijbel.
Enkele gegevens, daaraan ontleend, zijn zeker van belang voor ieder, die gelooft in een almachtig God "die het al heeft geschapen".
Omstreeks 1840 gelukte het voor de eerste maal den afstand van een vaste ster te bepalen. Het bleek toen, dat de afstand der sterren veel grooter was dan, men verwacht had en dan de leek tegenwoordig nog meent. De kilometer is dan ook een veel te kleine eenheid om er de sterrenafstanden in uit te druk ken. Als lengtemaat voor sterrenafstanden gebruikt men daarom het lichtjaar.
Onder een lichtjaar wordt verstaan de afstand, dien het licht in een jaar tijds aflegt. Hier bij herinneren wij ons, dat de snelheid van het licht 300.000 K.M. per seconde bedraagt. De afstand van de dichtstbijzijnde ster bedraagt nu 4,5 lichtjaar, d.w.z. de lichtstralen, die deze ster uitzendt, moeten zich ruim 4 jaren steeds met een snelheid van 300.000 K.M. per seconde door de hemelruimte voortbewegen, voordat zij de aarde bereiken. Alle andere sterren hebben een veel grooteren afstand. De heldere sterren bevinden zich in het algemeen in onze nabijheid.
Het licht van de Poolster heeft 54 jaar noodig om ons te bereiken, en de helderste ster uit het sterrebeeld De Leeuw, Regulus (Koninkje), is 108 lichtjaren van de aarde verwijderd. Wie dus vanavond naar de ster Regulus ziet, vangt licht op, dat in het jaar 1818 door deze ster is afgezonden.
De Groningsche Hoogleeraar Kapteyn heeft 't eerst ontdekt, dat de sterren zich maar niet eindeloos in de wereldruimte uitstrekken. Alle sterren samen vormen een begrensd systeem.
Hij stelde zich nu ten doel den vorm en de afmetingen van dit stelsel te bepalen. Onder den vorm verstaan we dan de gedaante, waaronder we het sterrenstelsel zouden zien, wanneer we er geheel buiten geplaatst waren. Prof. Kapteyn bevond dat de vorm van het sterrenstelsel een sterk afgeplatte bol is. Een Duitscher heeft dit zoo uitgedrukt: De vorm van het heelal komt overeen met de ruimte, ingesloten tusschen twee soepborden, die met de randen op elkaar gelegd zijn.
Wat de afmetingen betreft, 't zijn reusachtige getallen. De grootste middellijn van dit systeem heeft een lengte van een 80.000 lichtjaren, de kleinste middellijn heeft een lengte van een 8.000 lichtjaren.
Deze ruimte bevat een 10.000 miljoen sterren, die zich alle bewegen met snelheden, oploopend tot honderden kilometers per seconde. Eén van deze 10.000 miljoen sterren is de zon. Onze zon is een ster van middelmatige grootte. Er zijn reuzensterren, die duizenden malen meer licht geven. Zoover was men gevorderd omstreeks het jaar 1910.
De jongste onderzoekingen hebben aangetoond, dat op enorme afstanden van zon en aarde ververwijderde, afzonderlijke sterrenstelsels zijn, groote sterrenverzamelingen met middellijnen van tienduizenden lichtjaren. Het wereldbeeld, zoo concludeert dr. Schouten, dat wij in 1926 als juist erkennen, is dus het volgende.
In de ruimte bevinden zich vele duizenden van sterrenstelsels; deze hebben middellijnen, die variëeren van 10.000 tot 100.000 lichtjaren. De onderlinge afstanden tusschen deze sterrenstelsels bedragen millioenen lichtjaren.
Een van deze sterrenstelsels, dat overigens geen bijzondere rol vervult, heeft voor ons, menschen, een bijzondere beteekenis. Het is een sterrenstelsel van afgeplatten vorm, waarvan de grootste middellijn ongeveer 80.000 en de kleinste 8000 lichtjaren bedraagt.  Dit sterrenstelsel sterren bevat een 10.000 millioen sterren. De bijzondere beteekenis schuilt daarin, dat een van de 10.000 millioen sterren van dit stelsel ons zeer interesseert. Deze ster, die door ons zon genoemd wordt, munt in grootte niet boven de andere uit en neemt ook in het stelsel geen bijzondere plaats in. Maar deze ster wordt omcirkeld door een aantal planeten. En een van deze planeten is door God aangewezen als de woonplaats der menschen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's