De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

7 minuten leestijd

De Nationale School.

We hebben de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Die Vereeniging is al oud. We hebben het 66ste jaarverslag voor ons liggen. De leden van het Hoofdbestuur zijn: ds. B. van Schelven, Voorzitter; ds. M. van Grieken, vice-Voorzitter; Tyo H. van Eeghen, Penningmeester; R. Venema, Secretaris, — terwijl verder zitting hebben: ds. T. Ferwerda, Ger. pred. te Amsterdam, ds. W. F. Hekker, Em. Luth. pred. te Amsterdam, ds. P. de Groot, Chr. Geref. pred. te Rotterdam, ds. J. Goslinga, Herv. pred. te Utrecht, ds. C. Heemskerk, Herv. pred. te Dordrecht, Z.Exc. J. H. de Waal Malefijt, burgemeester van Katwijk en mr. D. W. O. A. Schut te Amsterdam.
Een echt christelijk-nationaal Bestuur van een echt Christelijk-Nationale Schoolvereeniging. Uit de dagen van Groen van Prinsterer dateert deze Vereeniging en heel wat stormen zijn over haar heen gegaan. Terwijl naast haar intusschen is ontstaan de Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs, uitsluitend Hervormd. Als we acht geven op 't geen mannen als Groen, blijkens hun arbeid, als de nationale, de christelijk nationale school verstonden, dan zien we, dat ze geenszins bedoelden de Overheidsschool.
Dat kan ook niet. Want de Overheid is niet allereerst en allermeest, nog veel minder uitsluitend en alleen geroepen om te schoolmeesteren. Gods Woord leert ons wel anders. Naar de Schrift is het, als de ouders nummer één zijn en nummer één blijven. Die hun kinderen nog laten doopen weten dat, zeggen althans het te weten; telkens weer bevestigen ze dat. De nationale school kan dus nooit zijn de Overheidsschool. De nationale school kan en mag niet anders zijn dan de school uitgaande van de ouders, de bijzondere school dus; uitgaande van Vereenigingen of ook wel van de Kerk. Die dus op de Overheidsschool zien, op de openbare school dus — en klagelijk zeggen: »met de nationale school is het een verloren zaak«, die treuren en plengen tranen, terwijl ze eigenlijk toch niet goed weten waar 't over gaat. Men moest er niet om weenen, dat die nationale school feitelijk weg is. Want men was met de Overheidsschool op een geheel verkeerden weg.
De Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, onder leiding van Groen van Prinsterer, heeft de dingen anders gezien en anders aangepakt, dan degenen die nu dikwijls niets anders doen dan klagelijk weenen over de openbare Overheidsschool. Men heeft het onderwijs leeren zien op de plaats, waar 't naar Gods ordinantie, ons in Zijn Woord geopenbaard, behoort te staan en men heeft de handen in elkaar geslagen om Nederland te helpen op onderwijsgebied 't welk tot een grooten en ruimen zegen is geworden voor ons volk, in de gunste Gods, die Zijn verbond gedenkt en naar de kinderen des verbonds om ziet om Zich daarover te ontfermen.
De ouders zijn opgeroepen. En de ouders zijn geholpen allerwegen, ook in tijden toen 't nog zoo moeilijk, zoo heel moeilijk was, om bijzondere scholen te bouwen.
De Vereeniging was gegrond (en is gegrond) »op de onveranderlijke waarheden, wier levenskracht zich in het tijdperk der Reformatie ook hier te lande, voor Kerk en School, met zegenrijken luister geopenbaard heeft« en »is gewijd aan de bevordering van het Christelijk Nationaal Schoolonderwijs«. (Art.1 van de Statuten).
Bij die »onveranderlijke waarheden der Hervorming« is deze »nadere verklaring« gegeven: de Vereeniging verklaart zich mitsdien tegen het liberalisme van dezen tijd, tegen alle ongeloof, om het even of dit in het Gereformeerde, Luthersche, Doopsgezinde, of in eenig ander Kerkgenootschap wordt gevonden. Zij belijdt daardoor te gelooven aan de Goddelijke ingeving der Schrift; de rechtvaardiging des zondaars uit genade door het geloof; de geheele bedorvenheid der menschelijke natuur door de zonde; de noodzakelijkheid der wedergeboorte uit den H. Geest; de verlossing door het plaatsbekleedend lijden en sterven van Jezus Christus, Dien zij met den Vader en den H. Geest als den eenigen en eeuwigen God erkent, enz.«
»De Vereeniging«, zoo lezen we verder in de Nadere Verklaring omtrent Artikel 1, »wenscht medewerking van allen, die deze grondwaarheden belijden en beleven en zij is bereid, waar die noodzakelijk is, zooveel mogelijk hulp te bieden aan hen, die verlangen, dat hunne kinderen naar die grondbeginselen worden onderwezen«. »Het meer of minder kerkelijke der plaatselijke samenwerking wordt door de Vereeniging niet bepaald. Slechts dezen eisch stelt zij, dat het te geven onderwijs overeenstemme met de boven omschreven beginselen«.
Groen en zijn vrienden hadden dus de bedoeling in het midden van de Herv. (Geref.) Kerk, in 't midden van de Luthersche Kerk, in het midden van de Doopsgezinden, in het midden van de Afgescheidenen of Christelijk Gereformeerden de belijders van den Christus op te wekken om de zaak van het onderwijs ter hand te nemen, waarbij de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs gaarne steunde met geld, ook met raad en daad, ook in den vorm van schooltoezicht, om zoo te bevorderen, dat overal de christelijk-nationale school, de echt Nederlandsche School met den Bijbel, uitgaande van de ouders of van de Kerk, zou verrijzen, in stad en dorp, opdat het opkomend geslacht zou worden opgevoed en onderwezen naar den eisch van het verbond, in gehoorzaamheid aan Gods Woord. Als men dus onder de belijders van den Christus spreekt van de nationale school, laat men dan ook eens denken aan die christelijke nationale school, zooals Groen en zijn geestverwanten zich die dachten en die mee hebben helpen geboren worden in het midden van Nederland! Wat is de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs tot rijken zegen geweest voor ons volk! Ook voor de Herv. (Geref.) Kerk!

De verhouding van Staat en Kerk.
Te midden van allerlei discussie schreef ds. Lingbeek over de verhouding van Staat en Kerk in no. 1890 van »De Geref. Kerk« (16 September 1926) een klein stukje, dat we zonder meer hier overnemen, 't Is om het ook in ons Bondsorgaan vast te leggen. We komen er dan later in onze verhandeling over Artikel 36 wel op terug.
Ds. Lingbeek schrijft dan: »Er was van ouds in ons land drieërlei opvatting van de verhouding, die er moest zijn tusschen Kerk en Staat.
Er was 1°: De Gereformeerde opvatting, dat Kerk en Staat elkaar hadden te erkennen en ieder naar vermogen hadden te steunen, maar dat beide hun zelfstandigheid hadden te handhaven; dat dus de Overheid in zuiver kerkelijke zaken ook niet over de Kerk zou heerschen.
Er was 2°: De E r a s t i a a n s c h - R e m o n s t r a n t s c h e opvatting, die ook bij de Regenten in ons goede land meestal heeft voorgezeten, n.l. dat de Kerk, ook in zuiver kerkelijke dingen, aan 't Overheidsgezag moest onderworpen zijn (dus een jus in Sacra voor de Overheid).
En er was 3°: het Wederdooperse he gevoelen, dat aan de Overheid geen goddelijk ambt toekende en dus ook van geen verband tusschen Kerk en Staat wilde weten. Tot de laatste gevoelens zijn nu de tegenwoordige Neo-Gereformeerden, op het voetspoor van dr. Kuyper dicht genaderd. Zij hebben dus in deze de Gereformeerde lijn verlaten, waarop wij wenschten te blijven«.
In dit stukje is veel nog niet heelemaal duidelijk, al is het telkens: dus — dus — dus:
Ook is het aan 't eind weer 't oude liedje over Neo-Gereformeerden en dr. Kuyper — die »dicht genaderd« is aan het gevoelen van de Wederdoopers die »aan de Overheid geen goddelijk ambt toekenden«. Men moet maar durven: dr. Kuyper, die aan de Overheid geen goddelijk ambt toekende —
Maar zooals we zeiden, we gaan hier nu niet op in. Dat komt straks nog wel. Alleen wilden we dit stukje over drieërlei verhouding van Kerk en Staat even hier laten afdrukken. Nu hebben we althans iets waarover we dan later nog wel eens praten. En bij voorbaat weten we nu al, dat »wij«, dat zijn ds. Lingbeek c.s., het echte gereformeerde voorstaan. Tezamen zijn ze afgeweken, maar er is één die goed doet. Gelukkig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's